Hoofdmenu openen

Spoorwegsein

signaal voor treinen
(Doorverwezen vanaf Spoorsein)
Armsein bij seinpost in Engeland, beide waren in 2003 nog in gebruik.

Een spoorwegsein geeft de machinist of treinbestuurder van een trein opdrachten, toestemmingen en informatie. Seinen hebben de vorm van een wit of gekleurd licht, een bord, een beweegbare arm, lichten aan de voor- of achterzijde van een trein, geluidssignalen, gebaren, enzovoorts.

Een aanwijzing wordt niet als sein gezien. Een aanwijzing is een opdracht of toestemming die mondeling of schriftelijk wordt overgebracht.

Inhoud

BegrippenBewerken

Seinen, seinbeelden en seingevingBewerken

Met het woord sein wordt de seininstallatie bedoeld. Gewoonlijk is dat een paal met één of meer lichten en/of borden. Het seinbeeld is het beeld dat het sein laat zien. Sommige seinen tonen altijd hetzelfde seinbeeld. Een voorbeeld is een bord.

Seingeving of signalering zijn synoniemen. Het zijn algemene termen voor de informatie, toestemmingen en opdrachten die seinbeelden overbrengen.

SeinstelselBewerken

Een seinstelsel beschrijft de betekenissen van seinbeelden en de wijze waarop ze samenhangen. Kennis van het seinstelsel maakt het mogelijk om seinbeelden beter te begrijpen, en hun mogelijkheden en beperkingen te doorzien.

Baanseinen en cabineseinenBewerken

Seinen die langs de spoorbaan staan worden baanseinen, vaste seinen[noot 1] en laterale seinen[noot 2] genoemd. Cabineseinen zijn seinen die in de treincabine zichtbaar worden gemaakt; men spreekt wel van cabineseingeving, cabinesignalering of stuurpostsignalisatie.[noot 3] Op lijnen waar volledig op cabineseinen wordt gereden zijn lichtseinen langs de baan bijna niet meer te vinden.

Voorseinen en hoofdseinenBewerken

Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen hoofdseinen en voorseinen, met name bij seinen die langs een spoorlijn staan, dus langs de vrije baan. Een hoofdsein is een sein dat opdracht kan geven om te stoppen. In Nederland spreekt men dan van een 'stoptonend sein' (STS). Omdat een trein op de vrije baan gewoonlijk snel rijdt heeft hij een lange remweg. Daarom moet de machinist vooraf geïnformeerd worden over het seinbeeld dat het hoofdsein toont. Daartoe dient het voorsein. Het voorsein staat zo'n 1000 tot 1800 meter voor het bijbehorende hoofdsein. Deze afstand hangt af van de snelheid en het remvermogen van het treinverkeer. Een voorsein kan aankondigen dat het hoofdsein voorbijrijden zal toestaan, of dat het hoofdsein stop zal tonen. Kenmerkend voor een voorsein is dat het geen opdracht kan geven om te stoppen.

Op veel spoorlijnen staan de hoofdseinen zo dicht op elkaar dat eigenlijk niet nodig is om voorseinen te plaatsen. Dan is het wel noodzakelijk dat ieder hoodfdsein kan aangeven dat het volgende hoofdsein stop zal tonen. Deze hoofdseinen moeten dus drie seinbeelden kunnen tonen:

  • veilig: het sein mag gepasseerd worden, en het volgende sein zal passeren ook toestaan.
  • snelheid verminderen: het sein mag gepasseerd worden, maar het volgende sein toont stop. De trein moet dus snelheid minderen en rekening houden met de nadering sein dat opdracht geeft om te stoppen.
  • onveilig: stop.

LichtseinenBewerken

Bij een lichtsein wordt het seinbeeld gevormd door lichten. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn vrijwel overal in de wereld de kleuren rood, geel en groen de standaardkleuren voor spoorwegseinen. De kleuren zijn zo gekozen dat ze maximaal van elkaar verschillen, zodat de kans op verwarring minimaal is. De kleur die geel wordt genoemd is om die reden eigenlijk amber of oranje. De kleuren hebben de volgende basisbetekenissen:

  • groen: veilig
  • geel: snelheid verminderen
  • rood: onveilig

De betekenissen van seinen lopen per seinstelsel of land uiteen. In de Verenigde Staten betekent groen bijvoorbeeld niet dat het sein voorbij gereden mag worden, maar alleen dat het spoor vrij is. De machinist mag alleen rijden met uitdrukkelijke toestemming van de treindienstleider, die in dat land dispatcher wordt genoemd. In de Europese landen geeft groen óók toestemming om te rijden en is een aparte toestemming van de treindienstleider niet nodig. De exacte betekenis van geel en rood verschilt ook per land, en de betekenis kan veranderen door borden of extra lichten.

  Zie Seinstelsel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lichtseinen kunnen veel informatie geven, bijvoorbeeld of het veilig is door te rijden, én hoe snel gereden kan worden, én wat de stand van het volgende sein zal zijn. Om zoveel informatie door te kunnen geven tonen lichtseinen vaak meerdere lichten tegelijk.

Het Nederlandse seinstelselBewerken

In vergelijking met de seinstelsels in het buitenland is het Nederlandse seinstelsel buitengewoon eenvoudig. Nederlandse seinen laten gewoonlijk slechts één licht zien, soms in combinatie met een verlicht getal. De betekenissen van seinen zijn daardoor gemakkelijk af te lezen. Nederlandse lichtseinen kennen twee verschijningsvormen:

  • Hoog geplaatste seinen, waarbij de lampen boven elkaar geplaatst zijn, het rode licht onderaan. Bij sommige seinen kan een getal getoond worden.
  • Dwergseinen: laag geplaatste seinen, waarbij de lampen in een driehoek geplaatst zijn. Deze seinen worden alleen gebruikt op emplacementen waar treinen niet sneller dan 40 km/h mogen rijden.
  • Snelheidsborden: borden met getal dat aangeeft wat de plaatselijke snelheid is.

De getallen op de snelheidsborden en bij seinen geven aan wat de maximale snelheid is waarmee mag worden gereden. De snelheid wordt aangegeven in tientallen km/h. Het getal 4 betekent dus 40 km/h. Snelheidsbeperkingen die door een lichtsein worden aangegeven gaan altijd boven snelheidsborden.

Afbeeldingen en betekenissen van Nederlandse lichtseinen staan in de tabel hieronder.

Het Nederlands seinstelsel
Hoog geplaatste seinen Laag geplaatste seinen Omschrijving Betekenis
  Hoog geplaatst groen licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal de plaatselijke snelheid, die wordt aangegeven met een snelheidsbord.
      Hoog geplaatst knipperend of laag geplaatst groen licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond.

Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h.

Wordt een verlicht getal getoond, dan is voorbijrijden toegestaan met maximaal de door het getal aangegeven snelheid in tientallen km/h.

        Hoog of laag geplaatst geel licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond.

Het verlichte getal kan knipperen.

De snelheid begrenzen tot 40 km/h of zoveel minder als nodig is om voor het eerstvolgende stoptonende sein te kunnen stoppen. Bij slecht zicht zal de machinist het volgende sein pas laat zien, en dan zal de snelheid lager zijn dan 40 km/h.[1]

Wordt een verlicht getal getoond, dan bij het volgende lichtsein de aangegeven snelheid in tientallen km/h niet overschrijden.

Knippert het getal, dan gebiedt het volgende lichtsein een snelheidsbegrenzing en is de afstand tot het daaropvolgende lichtsein te kort om altijd voldoende af te kunnen remmen. Daarom de snelheid al begrenzen vanaf het gele sein met het verlichte knipperende getal en een ingezette remming niet onderbreken als het volgende lichtsein een snelheidsbegrenzing gebiedt die lager is dan de snelheid waarmee de trein op dat moment rijdt.[noot 4]

    Hoog of laag geplaatst knipperend geel licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h of zoveel minder als nodig is om vóór een belemmering te kunnen stoppen.

Er is geen garantie dat het spoor tot het volgende sein vrij is. Dit seinbeeld wordt bijvoorbeeld gebruikt als een trein aan een andere vast moet koppelen of bij het naderen van een onbeveiligd emplacement.[noot 5]

    Hoog of laag geplaatst rood licht. Stoppen voor het sein. De formele term is "stoptonend sein".
  Zie voor meer informatie het artikel Stoptonend sein.
Snelheidsborden Omschrijving Betekenis
Groen driehoekig bord met de punt omhoog met zwart getal. Baanvaksnelheidsbord; dit bord geeft de hoogst toegelaten snelheid op een baanvak aan, de baanvaksnelheid. De snelheid wordt in tientallen km/h aangegeven. Een baanvak is het spoor tussen twee (stations)emplacementen.

Na het passeren van het baanvaksnelheidsbord is de plaatselijke snelheid gelijk aan de baanvaksnelheid. De plaatselijke snelheid is de maximaal toegestane snelheid als een sein met een groen licht wordt getoond.

Geel driehoekig bord met de punt omlaag met zwart getal. Snelheidsverminderingsbord; dit bord geeft opdracht de snelheid te begrenzen tot de snelheid die is aangegeven in tientallen km/h. Bij het nu volgende witte snelheidsbord (hieronder) mag die snelheid niet overschreden worden.
Wit vierkant bord met zwart getal. Snelheidsbord; dit bord geeft de maximumsnelheid aan in tientallen km/h op stations en emplacementen, en soms ook op delen van de vrije baan, bijvoorbeeld in bogen, tunnels of op bruggen. Deze snelheid ligt gewoonlijk lager dan de baanvaksnelheid.

Na het passeren van dit bord is de plaatselijke snelheid gelijk aan de snelheid die met het snelheidsbord wordt aangegeven. Als een sein groen licht toont is dit de maximaal toegestane snelheid.

Er zijn meer spoorwegseinen. Alle spoorwegseinen zijn te vinden in bijlage 4[2] van de Regeling spoorverkeer[3].

Foto's van lichtseinen in Nederland

Het Belgische seinstelselBewerken

Het Belgische seinstelsel maakt een duidelijk onderscheid tussen links en rechts rijden. Links rijden wordt regime normaalspoor genoemd, rechts rijden wordt regime tegenspoor genoemd. Bij regime normaalspoor staan de seinen links van het spoor en hebben de lichtseinen met een groot paneel een uitstulping aan de rechterzijde, waar een geel licht kan branden. De seinen in het grote paneel geven een vast licht, ze knipperen niet. Bij regime tegenspoor staan seinen rechts van het spoor en hebben lichtseinen met een groot paneel een uitstulping aan de linkerzijde, waar eveneens een geel licht kan branden. Deze lichten knipperen altijd.

Een andere bijzonderheid van het Belgische seinstelsel is het onderscheid tussen grote beweging en kleine beweging. Een kleine (trein)beweging heeft overeenkomsten met een rangeerbeweging, maar kan ook buiten een rangeeremplacement plaatsvinden. Afbeeldingen en betekenissen van Belgische lichtseinen staan in de tabel hieronder.

  Zie ook: Het Belgische seinstelsel in het artikel Seinstelsel
Het Belgische seinstelsel
Regime normaalspoor (linker spoor) Regime tegenspoor (rechter spoor) Omschrijving Betekenis
    Groen Voorbijrijden met maximaal de snelheid die met een snelheidsbord in tientallen km/h is aangeduid. Een cijferbord direct onder het sein kan een verdergaande beperking opleggen. Ook die beperking wordt in tientallen km/h aangegeven.
    Groen-geel (verticaal) Het volgende sein is dubbel geel, maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om te stoppen. Of het volgende sein is groen-geel (horizontaal), maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om de snelheidsvermindering te eerbiedigen. Daarom moet in beide gevallen al vanaf het groen-geel verticale sein worden vertraagd.[noot 4] (Seinbeeld in Belgisch spoorwegjargon ook wel 'korte stopper' genoemd)
    Groen-geel (horizontaal) Het volgende sein staat open maar legt een snelheidsbeperking op. De hoogte van de beperking kan met een cijferbord direct boven het sein worden aangegeven in tientallen km/h. Als er geen snelheid is aangegeven moet de treinbestuurder ervan uitgaan dat de verminderde snelheid 40 km/h zal zijn.
    Dubbel geel (diagonaal) Afremmen om tijdig te kunnen stoppen voor het volgende mogelijk rode sein.
    Rood Stop voor het sein. Dit sein mag niet gepasseerd worden, tenzij met een bevel.
  Zie voor meer informatie het artikel Gesloten sein.
    Rood-wit Voorbijrijden toegestaan in kleine beweging. (Meestal bij bezetspoor, doodlopend spoor of rangering.)
Snelheidsborden Omschrijving Betekenis
Groen driehoekig bord met de punt omhoog en met wit getal. Referentiesnelheidsbord; dit bord geeft de maximumsnelheid aan buiten stations en emplacementen in tientallen km/h. Dit is de referentiesnelheid.
Geel driehoekig bord met de punt om laag en met zwart getal. Snelheidsverminderingsbord; dit bord geeft opdracht de snelheid te begrenzen tot de snelheid die is aangegeven in tientallen km/h. Bij het nu volgende witte snelheidsbord (hieronder) mag die snelheid niet overschreden worden.
Wit met zwart getal, vierkant bord. Er staat een cirkel om het getal. Snelheidsbord; dit bord geeft de maximumsnelheid aan op stations en emplacementen in tientallen km/h.

Foto's van lichtseinen in België

CabineseingevingBewerken

Als seinen in de cabine zichtbaar gemaakt worden spreekt men van cabineseingeving, cabinesignalering of stuurpostsignalisatie. Als cabineseinen en baanseinen gecombineerd worden bestaan er regels welke seinen gelden. Dit kan per situatie en zelfs per seinbeeld verschillen. Cabineseinen worden soms getoond in een apart scherm of via een apart kastje. Cabineseingeving kan ook gecombineerd worden met de snelheidsmeter.

Treinbeïnvloedingssystemen bieden in veel gevallen een cabinesein. Het cabinesein van een treinbeïnvloedingssysteem kan eveneens zichtbaar zijn in een apart kastje of scherm, of een combinatie vormen met de snelheidsmeter.

Voordelen van cabineseingevingBewerken

Cabineseingeving heeft belangrijke voordelen boven baanseinen:

  • Weersinvloeden (mist, regen, sneeuw) spelen nauwelijks een rol bij de seinwaarneming. Alleen lichtinval kan het zicht op het cabinesein in enige mate beïnvloeden.
  • Obstakels langs het spoor, die de waarneming van baanseinen kunnen hinderen, spelen evenmin een rol bij de seinwaarneming.
  • Cabineseinen tonen doorlopend wat het geldende seinbeeld is. Een baansein is slechts waarneembaar tot het is gepasseerd. Bij hoge snelheden in combinatie met bijvoorbeeld slechte weersomstandigheden is een baansein niet altijd lang genoeg waarneembaar om betrouwbaar afgelezen te kunnen worden. Onder andere in Nederland en België mag daarom zonder cabineseingeving niet sneller gereden worden dan 160 km/h.
  • Er is maar één cabinesein, dus er is geen verwarring mogelijk over welk sein van toepassing is. Bij situaties met veel sporen en veel baanseinen kan onduidelijk zijn welk sein van toepassing is.
  • Cabineseingeving is eenvoudig te integreren met treinbeïnvloeding.
  • Als cabineseingeving is geïntegreerd met treinbeïnvloeding krijgt de machinist of treinbestuurder éénduidige informatie. Bij de combinatie van baanseinen en treinbeïnvloeding kan de informatie van de baanseinen afwijken van de informatie van de treinbeïnvloeding.
  • Cabineseingeving biedt de mogelijkheid om naast visuele signalen óók geluidsignalen (audiosignalen) te geven. De geluidsignalen geven dan aan dat er nieuwe informatie is, of dat er reactie van de machinist of treinbestuurder wordt verwacht. Systemen voor treinbeïnvloeding geven overigens ook zowel visuele als geluidsignalen.

Voorbeelden van cabineseingeving met geïntegreerde treinbeïnvloedingBewerken

Voorbeelden van cabineseingeving met geïntegreerde treinbeïnvloeding zijn het Duitse Linienförmige Zugbeeinflussung (LZB) en het Franse Transmission Voie-Machine (TVM). De Duitse respectievelijk Franse hogesnelheidstreinen zijn met deze systemen uitgerust, voor zover deze lijnen niet al met European Rail Traffic Management System (ERTMS) zijn uitgerust. Maar bijvoorbeeld ook de Rotterdamse metro is met LZB uitgerust.

Sommige typen treinbeïnvloedingssystemen met cabineseingeving zijn gebaseerd op standaarden, waardoor het mogelijk is trein in te zetten met apparatuur van verschillende leveranciers. Dat leidt weer tot een grotere markt en een breder gebruik van het standaardsysteem. Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is het Europese ERTMS. Eveneens gestandaardiseerd, maar niet in die mate dat treinen met apparatuur van verschillende leveranciers op hetzelfde spoor kunnen rijden, zijn het Amerikaanse Positive Train Control (PTC) en het Communications-Based Train Control (CBTC), wat bijvoorbeeld bij de Amsterdamse metro wordt geïnstalleerd.

ERTMS-cabineseingevingBewerken

  Zie het artikel Seinen van het ERTMS voor meer informatie over de seingeving via de DMI. Achtergrondinformatie staat in de artikelen European Train Control System en European Rail Traffic Management System.

Het ERTMS-cabinesein is een bedienscherm dat wordt aangeduid als driver machine interface (DMI). Het kan uitgevoerd zijn als aanraakscherm, maar er kunnen ook knoppen rond het scherm zijn geplaatst. In het linkerbovendeel van de DMI wordt de 'snelheidsinformatie' zichtbaar gemaakt. Hier is een snelheidsklok zichtbaar met een forse aanwijzer. In de as van de aanwijzer is ook de snelheid van de trein in cijfers aangegeven. De aanwijzer geeft niet alleen de snelheid aan, maar dient ook als spoorwegsein. De naald kan daarom meerdere kleuren aannemen. De belangrijkste combinaties van kleuren en betekenissen zijn:

Kleuren en betekenissen van de snelheidsaanwijzer van de DMI
Aanwijzer Betekenis
  Verder rijden toegestaan
  Opdracht om de snelheid te verminderen
  De trein rijdt te snel
  Er is een remingreep gaande

Overige seinenBewerken

ArmseinenBewerken

 
Nederlands armsein

Een armsein is een mechanisch spoorwegsein. Het bestaat uit een paal met een beweegbare arm. Deze arm wordt elektrisch of met trekdraden bediend. De arm geeft de stand van het sein aan. De betekenis van de stand van de arm verschilt per land en per seintype. Armseinen tonen ook een gekleurd licht, zodat machinist of treinbestuurder armseinen ook bij duisternis kunnen waarnemen. Deze lichten zijn in het algemeen zwak en bij daglicht niet goed zichtbaar. In België en Nederland zijn armseinen (vrijwel) overal verdwenen. Het laatste armsein in Nederland was tot 2006 in gebruik op Utrecht Goederenemplacement. In België werden de laatste grote mechanische seinen buiten dienst gesteld in 2019 toen lijn 100 in EBP/PLP werd overgenomen door blokpost 27.[4] Armseinen zijn nu alleen nog te zien bij spoorwegmusea en museumspoorlijnen.

  Zie Armsein voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Front- en sluitseinenBewerken

De lichten op de voor- en achterzijde van een trein worden respectievelijk front- en sluitsein genoemd. Sluitseinen kunnen ook de vorm van bordjes hebben.

Front- en sluitseinen
Sein Nederland België
Normaal frontsein (voor) Drie witte of gele lichten: twee lichten op gelijke hoogte en een licht midden daarboven Twee witte lichten op gelijke hoogte
Rangeersein (voor en achter) Tenminste één wit of geel licht Twee witte lichten op gelijke hoogte
Gevaarseinen (voor en achter)[noot 6] Twee rode lichten op gelijke hoogte en één, twee of drie witte of gele lichten Twee wisselend knipperende witte lichten
Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde
Sluitsein (achter) Twee rode lichten op gelijke hoogte Twee rode lichten op gelijke hoogte

TreinlengtebordenBewerken

Treinlengteborden zijn zichtbaar op of nabij perrons.

Treinlengteborden
Nederland België Omschrijving Betekenis
Blauw ruitvormig bord met wit getal (Nederland) of wit rechthoekig bord met zwart getal (België). Treinlengtebord; deze borden staan langs perronsporen. Een passagierstrein met het aantal bakken (rijtuigen) dat op het bord is aangegeven, dient juist vóór het bord tot stilstand gebracht te worden. De hele trein staat dan langs het perron of zo dicht mogelijk bij de toegang tot het perron.
Blauw ruitvormig bord (Nederland) of wit rechthoekig bord met een zwarte H (België) Treinlengtebord zonder getal; een passagierstrein, die stopt op het station, moet stoppen bij dit bord, als hij niet al eerder moest stoppen bij een cijferbord mét getal. Dit bord staat meestal bij het einde van het perron.

BakensBewerken

Bakens zijn seinen die dienen voor de oriëntatie. Ze hebben meestal de vorm van een bord, soms behoorlijk groot. Een voorbeeld is dat seinen die toestemming kunnen geven om door te rijden of opdracht kunnen geven om snelheid te verminderen of te stoppen vrijwel altijd door bakens vooraf gegaan worden.

Enkele Nederlandse bakens
Afbeelding Aanduiding Omschrijving Betekenis
  Reflectorplaatjes Op regelmatige afstand van ongeveer 70 meter achtereenvolgens drie vierkante reflectorplaatjes, twee reflectorplaatjes en één reflectorplaatje, vaak aangebracht op bovenleidingmasten. Aanduiding van de nadering van een lichtsein.
  Witte bakens Op regelmatige afstanden voor een sein drie opeenvolgende rechtopstaande witte borden met zwarte strepen in een hoek van 45 graden naar rechtsboven. Het eerste baken heeft drie strepen, de tweede twee en het derde één streep. Aanduiding van de nadering van een voorsein.
  Gele bakens Op regelmatige afstanden voor een sein drie opeenvolgende rechtopstaande gele borden met strepen in een hoek van 45 graden naar rechtsboven. Het eerste baken heeft drie strepen, de tweede twee en het derde één streep. Aanduiding van de nadering van een lichtsein dat op ten minste remwegafstand voorafgaat aan een lichtsein voor bijvoorbeeld een wissel of een beweegbare brug.

Borden voor voertuigen met stroomafnemersBewerken

Borden voor voertuigen met stroomafnemers
Nederland België Omschrijving Betekenis
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland) of wit met zwart ruitvormig bord (België) Einde van bovenleiding; na dit bord houdt de bovenleiding op. Niet voorbijrijden wanneer de stroomafnemers opgezet zijn.
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland), wit vierkant bord (België) Uitschakelen tractiestroom; na dit bord moet de tractiestroom uitgeschakeld zijn. Wordt onder meer toegepast bij beweegbare bruggen waar de stroomafnemer niet hoeft te worden neergelaten, maar het contact wel verbroken wordt en dus een vlamboog zou kunnen optreden.
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland), wit vierkant bord (België) Inschakelen tractiestroom; na dit bord kan de tractiestroom weer ingeschakeld worden. Het onderbord geeft de lengte van de trein aan waarbij mag worden ingeschakeld.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

VoetnotenBewerken

  1. 'Vaste seinen' gebruikt men in de Nederlandse regelgeving. Zie bijlage 4 bij de Regeling spoorverkeer.
  2. 'Laterale seinen' gebruikt men in de Belgische regelgeving. Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 2 'Vaste seininrichting - grote lichtseinen' in bundel 3.1 'Lijnen met laterale seininrichting' van de Veiligheidsvoorschriften betreffende de exploitatie van de spoorweginfrastructuur VVESI.
  3. Formeel kunnen ook de signalering van het centrale deursluitingssysteem en de dodemansvoorziening als cabineseinen beschouwd worden, en ook de aanduiding van de maximaal toegelaten voertuigsnelheid is te zien als een statische vorm van cabineseingeving.
  4. a b Het Nederlandse seinbeeld 'geel met knipperend getal', het Belgische seinbeeld 'groen-geel verticaal' en het Noord-Amerikaanse seinbeeld 'advance aproach' hebben overeenkomstige betekenissen.
  5. Dit seinbeeld betekent niet ROZ (rijden op zicht). De opdracht is vrijwel hetzelfde maar met het grote verschil dat de machinist bij ROZ wissels voorzichtig moet berijden met een snelheid van ten hoogste 10 km/h. Bij "geel knipperend" hoeft dit niet. Het seinenboek van de machinisten geeft dit in de tekst aan. In het oude seinenboek staat bij het seinbeeld "geel knipperend" wél ROZ. Omdat het voorzichtig berijden van de wissels veel tijd kost maar vrijwel nooit nodig is (meestal betekent "geel knipperend" dat een rijweg staat ingesteld naar mogelijk bezet spoor) is het seinenboek aangepast.
  6. De machinist kan het gevaarsein tonen als hij een probleem zag op het andere spoor, bijvoorbeeld een auto die het spoor blokkeert. Het is een waarschuwing aan een naderende trein om direct te stoppen.

VerwijzingenBewerken

  1. Jooren, P., Inzicht seinstelsel en beveiligingssysteem. IRSE, Utrecht (1974), p. 16.
  2. Bijlage 4 bij de Regeling Spoorverkeer
  3. De regeling spoorverkeer
  4. Orderboekbericht LO3-19035 10 juni 2019