Plaatwellerij: verschil tussen versies

53 bytes toegevoegd ,  2 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
De Plaatwellerij profiteerde van de naoorlogse groei, er kwam een filiaal te [[Hoensbroek]], begin 1950 kwam een nieuwe kunststofverwerking- en bekledingsfabriek in gebruik. Hier vond onder meer de bekleding met eboniet plaats, waarvoor men een licentie van de firma Lacollonge te [[Brussel (stad)|Brussel]] had. De Plaatwellerij kon apparatuur in diverse legeringen en met diverse bekledingen als plastic (oppanol en pvc), harde en zachte rubber en inbrandlakken leveren. Midden jaren vijftig werkten bij beide bedrijfsvestigingen circa 500 mensen. In 1957 vond een fusie met Bronswerk te Amersfoort plaats, een van de eerste naoorlogse fusies in de Nederlandse metaalindustrie, voornamelijk in verband met de [[Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal]]. Het gefuseerde bedrijf onder de naam Bronswerk, waarbij de Plaatwellerij de eigen naam behield, werd vanaf de jaren zestig onderdeel van een regelmatig van samenstelling veranderend samengaande Nederlandse machinebouw. Zo werd het in 1967 enige tijd onderdeel van Bronswerk-Fijenoord Chemiebouw. In 1968 werd het filiaal te Hoensbroek, mede in verband met vervangende werkgelegenheid voor de mijnsluitingen. verplaatst naar een nieuwe gebouw in [[Kerkrade (plaats)]]. De vestiging in Velsen ging vervolgens verder als Stork Velsen.
 
== Literatuur ==
50 jaar Plaatwellerij (Velsen 1962)
[[Categorie:Velsen]]
[[Categorie:Voormalig Nederlands bedrijf]]
936

bewerkingen