Nazgûl: verschil tussen versies

3 bytes toegevoegd ,  5 jaar geleden
k
Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: Tenslotte → Ten slotte (3) met AWB
k (Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: Tenslotte → Ten slotte (3) met AWB)
 
De Nazgûl waren bewapend met messen en zwaarden, de Tovenaar-Koning hanteerde ook een strijdknots.
Hun stemmen konden mensen verlammen van angst: “De Nazgûl kwamen weer en toen hun Zwarte Vorst machtiger werd en zijn kracht deed gelden, waren hun stemmen, die slechts zijn wil en slechtheid vertolkten, van verschrikking vervuld. Telkens weer cirkelden zij boven de stad, als roofvogels die zich tegoed denken te doen aan het vlees van ten dode opgeschreven mensen. Zij vlogen buiten het gezicht en buiten het bereik van pijlen, maar toch waren zij steeds tegenwoordig en hun dodelijk stemmen scheurden door de lucht. Bij iedere nieuwe kreet werden zij meer onuitstaanbaar in plaats van minder. TenslotteTen slotte wierpen zelfs de dappersten zich op de grond als de verborgen dreiging over hen kwam, of bleven staan en lieten hun wapen uit ontkrachte handen vallen terwijl een zwartheid over hun geest kwam en zij dachten niet meer aan oorlog maar alleen nog hoe zij zich konden verbergen of wegkruipen, en aan de dood.”
Maar ook gebruikten zij magie. Met magische spreuken wist de Tovenaar-Koning de poorten van Minas Tirith te vernietigen.
 
Het lijkt dat zij ook weer opstonden toen Sauron opnieuw vorm begon te krijgen. In ieder geval dachten de Wijzen in de [[Derde Era]] dat er rond 1100 een Nazgûl zich had gevestigd in [[Dol Guldur]]. Later bleek dit Sauron zelf te zijn die weer vorm aannam.
Pas rond 1300 verschijnen de Nazgûl weer echt op het toneel. Rond die tijd gaat het hoofd van de Nazgûl, de Tovenaar-Koning naar het rijk [[Angmar]] in het noorden.
Vanuit Angmar begint de Tovenaar-Koning de strijd tegen de rijken van de [[Dúnedain]] in het Noordennoorden. TenslotteTen slotte wordt [[Arthedain]], het laatste koninkrijk van de Dunedain in het noorden vernietigd in het jaar 1974.
De hulp die koning [[Eärnur]] van [[Gondor]] wilde bieden aan Arthedain kwam te laat. De vloot van Gondor arriveerde in [[Lindon (Midden-aarde)|Lindon]] net toen Arthedain volledig veroverd was. Maar het leger van Gondor rukte toch op tegen Angmar en vernietigde op zijn beurt het hele leger van de Tovenaar-Koning, die zelf moest vluchten.
 
Aanvankelijk zochten de Nazgûl naar de Gouw in de buurt van de [[Lissevelden]], waar het volk van Gollum oorspronkelijk had gewoond. Maar uiteindelijk keerden zij op hun schreden terug en gingen naar [[Isengard]], omdat zij vermoeden dat [[Saruman]] zou weten waar de Gouw lag.
De Nazgûl kwamen in Isengard twee dagen nadat [[Gandalf (personage)|Gandalf]] hier ontsnapt was. Saruman vertelde de Heer van de Ringgeesten dat Gandalf wist waar de Gouw lag. De Nazgûl gingen nu op zoek in Rohan. Hier onderschepten zij een boodschapper van Saruman die contacten onderhield met het [[Zuiderkwartier]] van de Gouw, waar Saruman zijn [[pijpkruid]] haalde.
TenslotteTen slotte kwamen de Nazgûl op 22 september bij de [[Sarnvoorde]], de rivier aan de zuidelijke grens van de Gouw. Hier werden zij aanvankelijk tegengehouden door de Dúnedain, die de Gouw bewaakten. Maar 's nachts was de macht van de Nazgûl zo groot dat zij de Dúnedain wegvaagden.
Zij kwamen in [[Hobbitstee]] net nadat Frodo vertrokken was. En over de achtervolging van de Nazgûl op Frodo, Sam, [[Merijn]] en [[Peregrijn Toek|Pepijn]] gaat het eerste deel van In de Ban van de Ring.
 
135.589

bewerkingen