Hoofdmenu openen

Een tweedestadsyndroom, vaak met de Engelse term second city syndrome aangeduid is een sociologisch verschijnsel dat een kleinere stad een grotere stad (de zogenaamde "primate city") minachtend probeert te bagatelliseren om onzekerheid weg te nemen over haar eigen grootte (inwonertal of oppervlakte) en/of het hebben van minder cultuur, muziek, kunst of werkgelegenheid.[1] In feite gaat het hierbij om een minderwaardigheidscomplex op stadsniveau. Het wordt extra spannend wanneer de "tweede stad" in feite meer inwoners heeft, maar een politiek minder belangrijke rol heeft dan de stad waartegen zij zich afzet, die de hoofdstad of regeringszetel is van het land, subnationaal gebied of statenbond waarvan beide steden deel uitmaken; op zo'n moment wordt het twijfelachtig welke van beide steden nu eigenlijk de "tweede" is in rang.

Het begrip "second city" is in 1952 gemunt door de Amerikaanse journalist voor The New Yorker A.J. Leibling, die het toepaste op Chicago tegenover New York City.[2] Naar het fenomeen van second city syndromes wordt al enige decennia academisch onderzoek gedaan, zoals bij Melbourne ten opzichte van Sydney.[3]

Inhoud

VoorbeeldenBewerken

AustraliëBewerken

BelgiëBewerken

DuitslandBewerken

EgypteBewerken

Europese UnieBewerken

FrankrijkBewerken

ItaliëBewerken

IsraëlBewerken

LibiëBewerken

LitouwenBewerken

MarokkoBewerken

MexicoBewerken

NederlandBewerken

PolenBewerken

  • Krakau tegenover Warschau (voormalige hoofdstad van Polen met historische binnenstad die de Tweede Wereldoorlog heeft doorstaan)

RuslandBewerken

SpanjeBewerken

SyriëBewerken

TurkijeBewerken

  • Istanboel tegenover Ankara (meer inwoners en economisch belang, rijkere geschiedenis)

Verenigd KoninkrijkBewerken

Verenigde StatenBewerken

ZwitserlandBewerken

Zie ookBewerken