Hoofdmenu openen

Scharrebiersluis (Amsterdam)

sluis en brug in Amsterdam

Scharrebiersluis (brug 278) is een ophaalbrug in Amsterdam-Centrum.

Scharrebiersluis
de brug gezien vanaf het Kadijksplein
de brug gezien vanaf het Kadijksplein
Algemene gegevens
Locatie Amsterdam-Centrum
Overspant Nieuwe Herengracht, Schippersgracht
Beheerder Gemeente Amsterdam (onderhoud), Waternet (bediening)
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer 518406
Brugnummer 278
Bouw
Bouwperiode 1906
Gebruik
Weg Kadijksplein, Rapenburgerplein
Architectuur
Type ophaalbrug
Architect(en) Publieke Werken
Materiaal ijzer
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De brug vormt de verbinding tussen het Rapenburgerplein en Foeliedwarsstraat op Rapenbrug aan de westkant en het Kadijksplein en de Laagte Kadijk aan de oostkant. Ze overspant daarbij de Rapenburgerschutsluis, die de verbinding vormt tussen Nieuwe Herengracht en Schippersgracht.

Alhoewel gelegen in het centrum van Amsterdam, is de brug hier relatief jong. Op zijn kaart uit 1737 tekende Gerrit de Broen bijvoorbeeld hier ter plaatse alleen de noordelijke sluisdeuren, verkeer moest uitwijken naar de noordelijker gelegen Kortjewantsbrug (brug 487). Deze laatste brug verdween (tijdelijk). Er kwam in 1876 een dubbele basculebrug, deze was nodig omdat dit stuk vaart opgenomen werd in de staande-masten-route aan deze kant van de stad. Toen er even later een tramroute naar de Czaar Peterstraat alhier gepland werd, moest er een nieuwe overspanning komen. Een dubbele basculebrug vond men hier te instabiel en er kwam een ijzeren ophaalbrug uit de koker van de Dienst der Publieke Werken. Van wie het ontwerp is, is niet geheel duidelijk, maar bruggenman (de latere directeur) Wichert Arend de Graaf, bemoeide zich regelmatig met dit soort bruggen, zie bijvoorbeeld de Entrepotdoksluis. In 1906 lag er een nieuwe brug. De brug moest nog met de hand bediend worden tot 1913, toen kwam de elektrische tram hier en kwam elektriciteit beschikbaar om de brug te openen en sluiten. Bij de bouw van de brug ging iets mis, waardoor de val enigszins scheluw kwam de hangen. In die tijd kwam er ook weer het verzoek de Kortjewantsbrug in ere te herstellen, er lag aan de IJ-oevers een vreemde knik in de weg, bovendien wilde men een doorgaande route naar de Kattenburgerbrug in het kader van het "Schema voor verkeersverbeteringen in de binnenstad (1931)". Het zou nog dertig jaar duren voordat die brug er kwam. Het plan was dan dat de Scharrebiersluis verwijderd kon worden, ze zou nutteloos zijn, want de Kortjewantsbrug is zeer breed. De Scharrebiersluis bleef tijdens de bouw van de nieuwe brug nog als noodbrug liggen, daarna werd ze al verkeersbrug voor plaatselijk verkeer behouden. In 1986/1987 moest de brug een flinke opknapbeurt krijgen, waarbij ook het oorspronkelijk mankement eindelijk verholpen kon worden. Bij die opknapbeurt werd getracht de brug zoveel mogelijk in de originele staat te houden. De ijzeren hekwerken, al uit dienst, werden gehandhaafd en de nieuwe rood-witte slagbomen werden in staande stand weggewerkt en aan het zicht onttrokken. In 2001 werd de brug uitgeroepen tot rijksmonument. Bij warm weer moet de brug om beweegbaar te blijven gekoeld worden. De bediening van de brug vond vanaf het gereedkomen van de Kortjewantsbrug plaats vanuit het brugwachtershuisje aldaar, later werd zij centraal bediend, maar het brugwachtershuisje (meer een schuilplek) staat nog naast de brug.

Het monumentenregister omschreef de brug in 2017 als volgt. De landhoofden zijn uitgevoerd in baksteen en natuursteen. De val wordt gevormd door stalen randliggers met een deels houtenbrugdek. De hameipoort is van geklonken staal met een balans uitgevoerd in vakwerk. Het eveneens stalen bewegingswerk is uitgevoerd in kwadranten; ook de hefkabels zijn van staal. De balustrades op de brug zijn van smeedijzer, die op de vaste delen van gierijzer en hebben een 18e-eeuws aandoend uiterlijk.

De brug is vernoemd naar scharrebier, een goedkoop biertje van matige kwaliteit, dat hier ter plaatse gekocht werd door wachtende schippers. De naam is sinds circa 1990 tevens terug in de naam van Café Scharrebier (daarvoor Café De Keijser).