Hoofdmenu openen

Ruimte voor de rivier was een Nederlandse Planologische kernbeslissing (PKB) met als doel het tegengaan van overstromingen van de grote rivieren (inclusief de IJssel) en, in navolging van het gedachtegoed van Plan Ooievaar uit 1986, het verbeteren van de 'ruimtelijke kwaliteit' van het rivierengebied.

De PKB trad in werking op 26 januari 2007.[1] en omvatte ongeveer veertig verschillende soorten maatregelen, waaronder het verleggen van dijken en het vergroten en verdiepen van uiterwaarden. Ze hebben alle tot doel de afvoer- en bergingscapaciteit van de rivieren te vergroten en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven.[1][2] De extreem hoge waterstanden in de grote rivieren in 1993 en 1995 en de dreiging van overstromingen die dat met zich meebracht vormden de aanleiding tot deze ingrijpende maatregelen.

De werken in het kader van Ruimte voor de rivier werden in samenwerking uitgevoerd door Rijkswaterstaat, de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, diverse waterschappen, provincies en gemeenten.

De PKB Ruimte voor de rivier betekende een breuk met het beleid in het verleden, het accent is verschoven van dijkverbetering naar rivierverruiming.[2] De in totaal 34 maatregelen die uitgevoerd werden in het kader van het programma waren onder andere het verbreden van de uiterwaarden, verleggen van dijken, verdiepen van zowel uiterwaarden als zomerbeddingen, verlagen van zomerkades en kribben, graven van nevengeulen, ontpolderen, verwijderen van obstakels zoals brugpijlers en gebouwen in de uiterwaarden, en - als het niet anders kon - ook het verbeteren en/of verhogen van dijken.[2] De eerste werken van het programma zijn in 2006 gestart en het laatste werk werd in maart 2019 opgeleverd. Het totale budget was 2,3 miljard euro. Het is gelukt om het project binnen de geplande tijd en binnen het budget op te leveren.[3]

Externe linkBewerken

Zie ookBewerken