Linge (rivier)

rivier

De Linge is een deels kunstmatige rivier die in de Betuwe van Doornenburg tot Gorinchem stroomt. De naam betekent in het Oudnederlands het lange water. Grote delen van de Linge zijn niet bevaarbaar voor gemotoriseerde schepen. De gemeente Lingewaard ontleent haar naam aan de Linge.

Linge
Linge
Debiet 7 m³/s
Bron Pannerdens Kanaal
Monding Beneden-Merwede
Stroomt door Nederland
De Linge bij Beesd
Portaal  Portaalicoon   Geografie

LoopBewerken

De inlaat van de Linge uit het Pannerdensch Kanaal bij Doornenburg verloopt gecontroleerd via het drijvende gemaal De Pannerling. Van dit gemaal bestaan twee exemplaren, Pannerling 1 en Pannerling 2, de naam is gevormd uit de namen Pannerden en Linge. Tot aan Zoelen is de Linge een wetering, een gegraven `kunstmatige rivier`, met een lengte van 46,1 km. Het stuk tussen Elst (Gelderland), Zetten en Opheusden is dan ook weinig meer dan een aaneenschakeling van kaarsrechte kanalen. De parallelle, kilometerslange, vrijwel rechte wegen 1e Weteringsewal (2,6 km), 2e Weteringsewal (3 km) en Weteringsewal (5,6 km) in de gemeente Overbetuwe laten nog altijd zien wat de aard van de waterloop daar is. In Park Lingezegen, tussen Elst en Arnhem-Zuid, wordt de Linge een diervriendelijker karakter gegeven, onder andere door de stijle kades te vervangen door glooiende oevers. De kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal is opmerkelijk: hier verdwijnt de rivier onder het kanaal. Tussen Doornenburg en Geldermalsen telt de Linge 13 stuwen, in het overige gedeelte geen. Bij Zoelen komt de rivier samen met de Dode Linge, die ooit het begin vormde van de natuurlijke Linge, als zijtak van de Waal. Vanaf dit punt meandert de Linge, waaraan het natuurlijke karakter van dit gedeelte van de rivier kan worden herkend. Voorbij Tiel komt het Inundatiekanaal, dat een onderdeel vormt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, in de rivier uit. Een klein stuk stroomafwaarts, nabij Buurmalsen, mondt de Korne in de Linge uit en even verderop, bij Tricht, de Bisschopsgraaf. In Gorinchem bevindt zich vóór de binnenstad de splitsing van de Linge met het Kanaal van Steenenhoek. Hierna loopt de Linge nog 950 meter door de binnenstad tot in de Lingehaven met aan het einde daarvan de Lingesluis, die de oorspronkelijke verbinding vormt met de Beneden Merwede. Het stromende water van de Linge wordt tegenwoordig echter via het 9,3 kilometer lange Kanaal van Steenenhoek, wat kort na de splitsing met de Linge het Merwedekanaal kruist, afgevoerd door de normaal openstaande Gorinchemse Kanaalsluis en uiteindelijk verder stroomafwaarts bij Hardinxveld-Giessendam door het Kolffgemaal in de Beneden Merwede geloosd.

ScheepvaartBewerken

De rivier is voor kleine schepen goed bevaarbaar vanaf de stuw in de Korne bij Buren tot Gorinchem. Grote schepen komen niet verder de rivier op dan de insteekhaven in Geldermalsen. Vanaf de open staande Lingesluis in Asperen tot Geldermalsen is de vaarweg CEMT-klasse I,[1] de schepen mogen niet langer zijn dan 47 meter. Van Gorinchem tot Asperen is de vaarweg CEMT-klasse II en zijn de maximaal toegestane afmetingen algemeen 60,00 × 7,50 × 2,25 m. Er gelden ook verschillende snelheidsbeperkingen, snel varen is overal verboden.

Afvarend kunnen kleine schepen via de oorspronkelijke route (de huidige Lingehaven in Gorinchem) naar de Merwede varen. De maximale doorvaarthoogte is KP +2,85 m. Grotere schepen varen via de Gorinchemse Kanaalsluis via het Merwedekanaal en de Grote Merwedesluis naar de Merwede.

Over het gedeelte met scheepvaart worden drie voetveren bediend[2], Enspijk - Marienwaerdt, Heukelum - Galgenwaard en Arkel - Spijk. Direct naast de Linge, in natuurgebied Diefdijk Zuid is de zelfbedieningskabelpont Heukelum - Koornwaard te gebruiken over de verbinding van de plas ernaast met de Linge.

AfvoerBewerken

De afvoer van de Linge is afhankelijk van twee factoren: de hoeveelheid water die wordt ingelaten vanuit het Pannerdensch Kanaal en de hoeveelheid regen die is gevallen in het stroomgebied van de Linge. De gemiddelde afvoer van de Linge bedraagt 7 m³/s, waarvan 4 m³/s wordt ingelaten vanuit het Pannerdensch Kanaal. In de zomermaanden kan het waterpeil in het Pannerdensch Kanaal te laag zijn voor het inlaten van water in de Linge, waardoor het debiet soms maandenlang 0 m³/s kan bedragen. Door vervanging of renovatie van de drijvende gemalen wil het waterschap ook bij zulk laag water kunnen pompen. Een afvoer van meer dan 10 m³/s komt zelden voor. In zeer natte tijden kan het debiet echter tijdelijk stijgen tot enkele tientallen kubieke meters per seconde. De maximale capaciteit van het Lingegemaal (of Gemaal mr. dr. G. Kolff, dat het water van de Linge in de Merwede loost) bedraagt 60 m³/s - dit wordt in de praktijk echter nooit gehaald. Er zijn door gemaal Kuijk bij Randwijk, naar de Nederrijn) en gemaal Van Beunigen bij het Amsterdam-Rijnkanaal ook nog secundaire lozingsmogelijkheden, voor zeer natte perioden. Wanneer het water in het Pannerdensch Kanaal voor langere tijd hoog genoeg staat voor voldoende inlaatdebiet zonder pompondersteuning wordt het drijvende gemaal naar de haven in Arnhem weggesleept om risico op schade te vermijden en de hinder voor de scheepvaart te verminderen.

GeschiedenisBewerken

Het 53 kilometer lange gedeelte tussen Zoelen en Gorinchem wordt Beneden-Linge genoemd en is van oorsprong een natuurlijke waterloop, die via wat nu de 3,2 kilometer lange Dode Linge heet tot in de 14e eeuw vanuit de Waal bij Tiel werd gevoed. In 1304 werd de Linge echter in Tiel afgedamd, nadat zij twee jaar eerder in Gorinchem waarschijnlijk ernstige wateroverlast had veroorzaakt.[3] In de Lingebrief van 1456 wordt de geschiedenis van de Linge uitgebreid uit de doeken gedaan. Hiermee was de wateroverlast echter nog niet geweken. Ook na de afdamming van de Linge stond de binnenstad van Gorinchem soms nog blank. Dit probleem is mede opgelost door het graven van het Kanaal van Steenenhoek evenwijdig met de Beneden-Merwede. Dit kanaal verbindt de Linge vlak voor de binnenstad van Gorinchem met de Merwede, een eind verderop in westelijke richting. De aanleg van de wetering vanaf Doornenburg tot Zoelen, die Boven-Linge wordt genoemd, heeft eveneens bijgedragen aan de waterbeheersing stroomafwaarts. Aanvankelijk werd via de wetering alleen het overtollige water uit de Betuwe afgevoerd, maar toen in de jaren 50 van de 20e eeuw het kanaal werd verbreed en de inlaat vanuit het Pannerdensch Kanaal werd gerealiseerd, was de gecontroleerde aanvoer van water beter te verzorgen. In 2005 werd een dam en stuw geplaatst op de grens van de inlaat, om verzanding daarvan tegen te gaan. Sindsdien verzorgt het drijvende gemaal daar de wateraanvoer als het natuurlijke verval, door de lage waterstand in het Pannerdensch Kanaal, niet voldoende is. Door deze aanvoer van water werd het gedeelte van de oorspronkelijke rivier tussen Tiel en Zoelen de Dode Linge.

In de vroege middeleeuwen heeft er een verbinding tussen de Linge en de huidige Lek bestaan, de zogenaamde Hagesteinstroom. Die is volledig verzand en niet meer in het landschap te herkennen.

Vroeger ging veel vrachtvervoer naar en van de dorpen over de Linge. De naam 'loswal' voor de toenmalige aanlegplaats van de schepen herinnert daaraan.

MytheBewerken

Al heel lang duikt op vele plaatsen de bewering op dat de Linge 'de langste rivier van Nederland' zou zijn. Daarmee wordt bedoeld dat de rivier in Nederland ontspringt, het gehele stroomgebied zich binnen Nederland bevindt en dat de waterloop van begin tot eind dezelfde naam draagt. Aangezien daar veel op af te dingen is behoort deze kwalificatie tot de folkloristische mythes. Van ontspringen is geen sprake, aangezien de inlaat een overloop is met pompondersteuning. Van een rivier is tot Tiel geen sprake, aangezien het hier een gegraven wetering betreft. Het gedeelte dat wel als een natuurlijke waterloop kan worden gezien is, zelfs als de Dode Linge wordt meegerekend, echter met 57 kilometer veel te kort voor de bedoelde categorie.

TriviaBewerken

FotogalerijBewerken

De Linge rondom ElstBewerken