Rode bos

Het rode bos (Oekraïens: Рудий ліс; Russisch: Рыжий лес) is een bos in de buurt van de kerncentrale Tsjernobyl. Het bos is gesitueerd tussen de kerncentrale en de stad Pripjat. Het heeft een groot deel straling opgevangen tijdens de kernramp in 1986 waardoor de impact op de stad Pripjat verminderd is. De naam verwijst naar de roodbruine kleur die de dennenbomen kregen door de kernramp[1]. Dit is veroorzaakt doordat de bomen massaal afstierven door de straling. De bomen werden na de kernramp geruimd en begraven. Sindsdien zijn er weer nieuwe bomen gegroeid.

Een heuvel in het Rode Bos. In het midden staat een bord waarmee gewaarschuwd wordt voor radioactiviteit.

Het gebied beslaat ongeveer tien vierkante kilometer[1] en ligt in de vervreemdingszone rond Tsjernobyl. Het bos is een van de gebieden met de meeste ioniserende straling ter wereld.[2]

WildreservaatBewerken

Terwijl de mensen in 1986 uit het gebied werden geëvacueerd, vestigden de dieren zich er ondanks de straling. De flora en fauna van het Rode Woud zijn sterk aangetast door de radioactieve besmetting na het ongeval. Het lijkt erop dat de biodiversiteit van het Rode Woud is toegenomen in de jaren na de ramp.

Het Rode Woud is nog steeds een van de meest vervuilde gebieden ter wereld[1]. Het is echter een zeer vruchtbare habitat gebleken voor vele bedreigde diersoorten. Door de ontruiming van het gebied rond de kernreactor is een rijk en uniek natuurgebied ontstaan. Het langetermijneffect van de radioactieve neerslag op de fauna en flora van de regio is niet volledig bekend, aangezien planten en dieren een zeer verschillende radiologische tolerantie hebben. Er zijn vogels gezien met atrofie van de staartveren (wat de voortplanting beïnvloedt). Ooievaars, wolven, bevers en adelaars zijn in de regio waargenomen. Vandaag de dag kan het stralingsniveau in het Rode Woud oplopen tot één roentgen per uur, maar niveaus van 10 milliroentgen per uur komen vaker voor. Meer dan 90% van de radioactiviteit in het Rode Woud is geconcentreerd ondergronds.

De natuur in het gebied lijkt niet alleen te hebben overleefd, maar zelfs te zijn opgebloeid dankzij de aanzienlijke vermindering van de menselijke invloed. Het gebied is een "radiologisch reservaat" geworden, een klassiek voorbeeld van een onbedoeld park. In het rode woud zijn gevallen van albinisme bij zwaluwen vastgesteld. Momenteel bestaat er bezorgdheid over bodemverontreiniging met strontium-90 en cesium-137, die een halfwaardetijd van 30 jaar hebben. De hoogste niveaus van Cesium-137 worden aangetroffen op de bovenste oppervlakken van bodemlagen, waar planten hun voedingsstoffen opnemen en waar zich insecten bevinden.

BronvermeldingBewerken

  1. a b c Tsjernobyl bosbranden foto's uit de ruimte
  2. BBC (4 april 2006). "Chernobyl diary - Part One". Geraadpleegd op 9 januari 2013.