Hoofdmenu openen

Rijcklof van Goens de Jonge

kolonie-curator
De Nieuwepoort in Batavia. (1682)
De passar ikan of vismarkt. (1682)

Rijklof van Goens de Jonge (Batavia, 11 juni 1642 - het schip Oosterland, 14 mei 1687) was van 1675 tot 1679 gouverneur van Ceylon en bekleedde in de loop van zijn carrière verscheidene hoge functies binnen de VOC.

BiografieBewerken

Hij was de zoon van Rijcklof van Goens. Op vierjarige leeftijd werd hij door zijn vader naar Holland gestuurd voor een opvoeding en opleiding. In 1657 werd hij aangesteld op de secretarie van de gouverneur-generaal Maetsuycker. In 1658 kwam hij aan in Colombo; in 1663 werd hij koopman en landdrost van Galle; hij trouwde in 1667 en het paar kreeg tien kinderen. In 1669 reisde hij naar Holland. In 1670 is hij aangesteld als gouverneur over Ceylon. Pas in 1675 aanvaardde hij deze post.[bron?]

In 1680 vertrok hij naar Batavia maar werd door zijn collega's niet toegelaten als buitengewoon raad van Indië; zijn weigering een nog niet nader omschreven functie over Makassar, Ambon, Banda en Ternate te aanvaarden was ongehoord. Nadat zijn echtgenote was begraven, vertrok Van Goens de Jonge nog in hetzelfde jaar naar Amsterdam. Daar kreeg hij een nieuw gecreëerde post als commissaris over geheel India, om het beleid van zijn vader voort te zetten, maar zou merkwaardigerwijs pas achteraf voor de geleverde prestaties worden betaald. Van Goens weigerde deze benoeming omdat er geen taakomschrijving was vermeld. Van Goens kreeg - naar eigen zeggen - de toezegging tot opvolger van Cornelis Speelman benoemd te worden en in vertrok in 1684. Hij bleef steken op Kaap de Goede Hoop en trok het bestuur naar zich toe tot ergernis van Simon van der Stel, de gouverneur. Van Goens leefde daar een half jaar lang als een vorst en stelde zich zeer hooghartig op tegenover de nieuwe commissaris in India Hendrik van Rheede, heer van Mijdrecht.[1]

Van Ceylon, waar zowel vader als zoon Van Goens gouverneur van waren geweest, kwam de kaneel. De Vereenigde Oost-Indische Compagnie was beducht voor aanplant elders, zoals in Suriname en in 1685 liet Van Goens de Jonge de kaneel in de botanische tuinen die de VOC aan de Kaap had vernietigen, tot schrik van onder andere de botanicus Hendrik van Reede die toen ook aan de Kaap was.[2] Het verwachte resultaat, een benoeming, bleef uit en Van Goens werd teruggeroepen door de Heren XVII. Hij stierf in 1687 aan boord van het schip Oosterland[3] waar Nicolaas de Graaff als chirurgijn diende en hem aan een niersteen opereerde.