Suratte

Suratte of Soeratte (het tegenwoordige Surat) is een beroemde handelsstad aan de noordwestkust van het huidige India, in de huidige deelstaat Gujarat. Het ligt aan de rivier de Tapti. De Engelsen hadden al in 1609 of in 1612 een factorij in de stad Surat door slag te leveren met de Portugezen. Pieter van den Broecke vestigde in 1616, na enkele niet-geslaagde pogingen een handelspost in Surat. In 1620 werd Van den Broecke er de eerste directeur, van Arabië, Perzië en Voor-Indië.[1] Door tegenwerking van de Engelsen duurde het tot 1620 eer Van den Broecke verlof kreeg de factorij op te bouwen. Toen in 1759 de handel voor de VOC al flink was ingestort en de handel zich al lang had verplaatst naar Bombay, speelde de VOC in Surat een ondergeschikte rol. De handelsposten werden naar aanleiding van de Brieven van Kew in 1795 bezet door het Verenigd Koninkrijk.

Suratte
Directoraat van de VOC
 Mogolrijk 1616 – 1795 Britse Oost-Indische Compagnie 
Flag of the Dutch East India Company.svg VOC.svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Surat
Talen Nederlands
Portaal  Portaalicoon   VOC

HandelpostenBewerken

SuratBewerken

De stad Surat was deel van het Mogolrijk, dat destijds een groot deel van India omvatte. Aangezien de stad erg belangrijk was voor de handel in katoenen stoffen en indigo wilde de VOC er een kantoor openen. Lokale handelaren gebruikten de stad namelijk al om goederen vanuit het binnenland en Perzië aan te voeren. De katoentjes werden door de VOC verhandeld in Atjeh en dienden als ruilmiddel voor de handel in specerijen op de Molukken. De VOC kreeg van de Grootmogol Nuruddin Salim Jahangir een aantal handelsprivileges en kon in de loop van de zeventiende eeuw de handel in katoen en specerijen zelf in handen krijgen.

Door de verkregen privileges hoefde de VOC de handel niet met militaire middelen te beschermen, en daardoor was er in de plaats verhoudingsgewijs weinig VOC-personeel. Ook hoefde de VOC geen fort te bouwen. De handel liep in de loop van de achttiende eeuw wel gevaar door politieke spanningen binnen het Mogolrijk. Het rijk was namelijk in verval geraakt en ook in Perzië waren er binnenlandse onrusten waardoor de handelsactiviteit afnam. Ook kreeg de VOC te kampen met concurrentie van de Britten die vanuit Bombay de handel gedeeltelijk, en later grotendeels, overnamen. Tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog tussen 1781 en 1784 was de stad even Brits bezit. Bij de vrede werd het weer aan de VOC overgedragen, maar in 1795 kwam de stad uiteindelijk toch in Britse handen.

De handel was echter tijdens vrijwel de gehele periode dat de VOC actief was winstgevend. Door de privileges kon de VOC vele factorijen in het gebied en achterland stichten, tot aan het geïsoleerd gelegen Agra. Omdat de Grootmogol gewend was aan veel uiterlijk vertoon gedroegen de VOC-directeuren en kooplieden zich op eenzelfde wijze, waardoor ze een complete hofhouding aanstelden. Zij stelden dat dit nodig was, wilde men iets bereiken in onderhandelingen. De Raad van Indië heeft, zoals blijkt uit bronnen, herhaaldelijk geprotesteerd tegen dit koninklijke gedrag van zijn personeel, echter zonder resultaat.

Overige plaatsenBewerken

  • Agra – Vanuit de stad Surat was de handel in de kleurstof indigo belangrijk. Deze kleurstof werd verbouwd in Agra, dat 800 km landinwaarts ligt. Aangezien de VOC al eerder enige malen de plaats had aangedaan, werd er in 1621 een handelspost geopend. Om de beste kwaliteit te krijgen moest men het echter bij de verbouwers zelf kopen. De indigo werd in de Republiek gebruikt in de lakenindustrie. Verder werd er gehandeld in zijde uit Bengalen en katoen. Door de afgelegen ligging stond de post bekend om frauduleuze praktijken, aangezien er nauwelijks controleurs uit Batavia kwamen. Het VOC-personeel hield zich daarom vaak bezig met privéhandel. In 1720 werd de post gesloten vanwege de terugvallende indigohandel, die een gevolg was van de politieke onrust in het land.
  • Burhanpur – Er werd in Burhanpur een factorij geopend omdat er vanuit verschillende regio’s (waaronder Bengalen, Perzië en Kashmir) goederen werden verhandeld. De plaats ligt 80 mijlen landinwaarts aan de Tapti. De post werd echter snel gesloten door concurrentie van de Britten.
  • Ahmadabad – Deze stad was oorspronkelijk een plaats waar kooplieden met verschillende herkomst handel dreven. Er heerste een gunstig handelsklimaat omdat kooplieden geen in- of uitvoerrechten hoefden te betalen. Het was alleen verplicht om de gouverneur geregeld geschenken te brengen. Vanaf 1617 was er een kantoor geopend door de VOC. Naast indigo en katoenen stoffen waren ook zijde (dat werd verhandeld op Java), diamanten en salpeter handelsproducten. Door het verval van het Mogolrijk verminderde in de achttiende eeuw de handel, en werd ook de transportroute naar Surat gevaarlijker. Daarom werd het kantoor in 1744 gesloten.
  • Bharuch – De VOC had in Bharuch afwisselend een handelspost. De handel werd er beheerst door de hindoes. Het voornaamste product was katoen, wat er ook verwerkt werd. De plaats werd ook regelmatig aangedaan door Portugezen, Britten en Arabieren.
  • Vengurla – Deze stad ligt een stuk zuidelijker dan de andere handelsposten die onder Surat vielen, en pas in 1673 besloot de Raad van Indië om de post bij het directoraat Suratte te voegen. Er was al vanaf 1637 een VOC-kantoor in de stad, waar voornamelijk peper werd verhandeld. Ook verkocht de VOC foelie en kruidnagels uit de Molukken. Aan het eind van de zeventiende eeuw veroverde de VOC veel plaatsen aan de zuidkust van India op de Portugezen, waardoor het belang van de stad afnam (en werd overgenomen door Cochin). In 1685 werd het kantoor daarom gesloten.
  • Baroda – Op de route van Broach naar Ahmedabad lag het stadje Baroda (het huidige Vadodara). Er werd in de plaats gehandeld in katoenen stoffen en indigo van lagere kwaliteit. Het is bekend dat de VOC er enkele jaren een factorij heeft gehad.
  • Khambhat – Tussen 1617 en 1643 had de VOC een kantoor in deze stad, die aan een kleine rivier lag. De rivier, die uitmondt in de Golf van Khambhat, viel bij eb vrijwel droog en daarom konden grote schepen niet voor anker gaan voor de stad. De handel liep ook terug, de lokale bewoners gaven de Nederlanders en Engelsen daarvan de schuld. Mede daarom werd de post in 1643 gesloten.
  • Suvali – Door de vele zandbanken in de haven van Surat moesten grote schepen voor anker gaan bij de plaats Suvali. Hier was namelijk een natuurlijke haven vanwaar de goederen werden getransporteerd.
  • Kets Mandui – Het is bekend dat de VOC drie factorijen in het achterland van Surat had die onder het directoraat vielen. In de factorij Kets Mandui werkten in 1755 zes personeelsleden van de VOC. Er zijn gegevens over de aanwezigheid van de VOC bekend.

Tot 1707 vielen ook Mokka en de andere vestingen in Jemen onder het bestuur van Surat.

Zie ookBewerken

OverblijfselenBewerken

Van de aanwezigheid van de VOC is tegenwoordig weinig meer te merken. In de steden Surat en Bharuch zijn oude Nederlandse begraafplaatsen. Hendrik van Rheede werd er in stijl en op bijzondere wijze begraven. Zijn graf werd rond 2010 gerestaureerd door de ASI (Archeologische Dienst van India). Nabij wat nu heet de 'Dutch Garden' aan de Tapti rivier zijn nog pakhuizen, die echter niet meer in de oorspronkelijke staat verkeren.[2]

In fort Daulatabad is een VOC kanon te vinden. Verder zijn er restanten te zien van de versterkte factorij bij de plaats Vengurla.

Externe linksBewerken

Gebieden in handen van de WIC

Gouvernementen: Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nederlands-Guiana (Berbice* · Cayenne · Demerary* · Essequebo* · Pomeroon · Suriname*) · Nieuw-Nederland

Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden

Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)

Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angolakust · Senegambia · Slavenkust

Gebieden in handen van de VOC

Gouvernementen: Amboina* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Makassar* · Malakka* · Mauritius · Molukken*

Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte

Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*

Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*

Gebieden met een opperhoofd: Birma · Dejima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin

Factorijen: Vestingen in China

Gebieden in handen van de Noordse Compagnie

Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen

Overige gebieden in handen van de Staat

Vestingen: Acadia · Fort Nassau · Zoutpannen in Venezuela

*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.