Hoofdmenu openen

Resolutie 2322 Veiligheidsraad Verenigde Naties

resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Resolutie 2322 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 12 december 2016 met unanimiteit aangenomen door de VN-Veiligheidsraad. Met de resolutie benadrukte de Veiligheidsraad het belang van samenwerking tegen terrorisme, en werden landen opgeroepen informatie over terroristen en terreurgroepen uit te wisselen met elkaar en internationale politiediensten als Interpol, maar ook tussen inlichtingendiensten en grenscontroles op nationaal niveau.[1]

Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 2322
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 12 december 2016
Nr. vergadering 7831
Code S/RES/2322
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Maatregelen tegen terrorisme
Beslissing Informatie over terroristen en terreurgroepen uitwisselen.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2016
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Angola Angola · Vlag van Egypte Egypte · Vlag van Japan Japan · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland · Vlag van Senegal Senegal · Vlag van Spanje Spanje · Vlag van Oekraïne Oekraïne · Vlag van Uruguay Uruguay · Vlag van Venezuela Venezuela
Op 10 december 2016 vond een dubbele bomaanslag plaats in de Turkse stad Istanbul. De eerste was een autobom voor een voetbalstadion, gericht tegen politie-agenten die daar na een wedstrijd nog aanwezig waren.
Op 10 december 2016 vond een dubbele bomaanslag plaats in de Turkse stad Istanbul. De eerste was een autobom voor een voetbalstadion, gericht tegen politie-agenten die daar na een wedstrijd nog aanwezig waren.

StandpuntenBewerken

Resolutie 2322 werd een mijlpaal in de strijd tegen terrorisme genoemd. Juridische samenwerking tegen buitenlandse terreurstrijders, de financiering van terrorisme, de uitlevering van terroristen en het uitwisselen van bewijzen waren noodzakelijk.

Spanje had als voorzitter van de Veiligheidsraad voor december een initiatief genomen om de internationale samenwerking tussen inlichtingendiensten en justitie sneller te versterken. De Spaanse minister van Justitie Rafael Catalá veroordeelde de recente terreuraanvallen in Istanboel, Caïro, Mogadishu en Aden. De ordehandhaving kon het probleem aan, maar samenwerking was essentieel.

De Japanse vertegenwoordiger vroeg om meer samenwerking met Interpol. Zo beschikte deze organisatie weliswaar over een databank met gegevens over 68 miljoen verloren en gestolen paspoorten, maar meer dan honderd landen gebruikten deze niet, waardoor terroristen er toch mee door de grenscontrole kwamen.

InhoudBewerken

De Veiligheidsraad veroordeelde terreurgroepen, en Islamitische Staat en Al Qaida in het bijzonder, en was bezorgd over hun stijgend aantal slachtoffers. Die terreurgroepen waren soms betrokken bij georganiseerde misdaad. Ze profiteerden van handel in wapens, mensen, drugs, artefacten, wild, edelmetalen en -stenen, houtskool en olie, alsook ontvoering, afpersing en bankovervallen.

In de geglobaliseerde wereld konden ze gebruik maken van communicatiemiddelen als het internet om aan te zetten tot terreur, te rekruteren, geld in te zamelen en terreurdaden te plannen. Landen moesten maatregelen nemen om te voorkomen dat mensen als terreurstrijder naar een ander land gingen, om te gaan met degenen die terugkeerden en te zorgen dat ze geen misbruik maakten van de status als vluchteling.

Van groot belang was ook internationale samenwerking bij het onderzoek naar en de vervolging van terreurdaden. Landen werden gevraagd informatie over terroristen en terreurorganisaties met elkaar te delen. Verder werd gevraagd om dergelijke informatie van de inlichtingendiensten ook aan immigratiediensten en de grensbewaking te verstrekken.

Landen werden ook gevraagd om het financieren van terreurgroepen als een ernstige misdaad aan te merken, en aangemoedigd om samen te werken aan het uitvoering van de financiële sancties, het reisverbod en het wapenembargo die met resolutie 1373 uit 2001 en resolutie 2253 uit 2015 waren ingesteld tegen terroristen.