Hoofdmenu openen

De Provinciewet is een wet uit 1850 die het bestuur van de provincies van Nederland regelt. Het betreft een organieke wet. De wet werd gemaakt door Thorbecke en legde de samenstelling, de verkiezing en bevoegdheden van Provinciale Staten vast. De wet was een voortvloeisel van de Nederlandse Grondwet van 1848. De standenvertegenwoordiging werd afgeschaft en de provincie mocht voortaan een eigen begroting opstellen, kon eigen belastingen heffen en verordeningen uitvaardigen. Het dagelijks bestuur werd in handen gelegd van het college van Gedeputeerde Staten (GS).

In 1962 trad een nieuwe provinciewet in werking. Bij de invoering van de nieuwe wet in 1962 werd het aantal Statenleden afhankelijk gesteld van het inwonertal van de provincie.

Onder leiding van D.IJ.W. de Graaff-Nauta werd in 1992 de Provinciewet herzien.

Bij de Dualiseringswet uit 2002 werd het monistisch karakter van de provinciewet verder aangepast tot een meer dualistisch karakter. Dit houdt in dat, naar analogie van ministerraad en parlement in het landsbestuur, college van GS en provinciale staten meer onafhankelijk van elkaar functioneren, waarbij de staten het college van GS controleert.

Uitvoering door de ProvincieBewerken

Om als Provincie de opgedragen taken te kunnen uitvoeren en eigen beleid te kunnen maken moet er een provinciebestuur zijn dat besluiten kan nemen. Door de provinciewet toe te passen krijgen de Statenleden en leden van het college van GS de mogelijkheid dat in hun eigen rol op democratische wijze te doen. Statenleden kunnen door de wet gebruikmaken van onafhankelijke gegevens van de rekenkamer, de ombudsman/commissie en de accountant. Naast de in de wet geregelde ondersteuning door de provinciesecretaris en statengriffier kunnen er door het college van GS meer ambtenaren worden aangesteld om besluiten voor te bereiden en uit te voeren.

Vanaf 2007 zijn er landelijk 564 Statenleden. Er zijn 12 provincies dus 12 commissarissen van de koning (CDK), 12 provinciesecretarissen en 12 Statengriffiers. Op grond van de wet bestaat het provinciaal bestuur dus uit circa 590 bestuurders en 24 ambtenaren. Er zijn in totaal circa 14.000 provincieambtenaren voor alle taken van de provincie waaronder ook de directe ondersteuning van de staten en het college van GS. Er zijn 5 rekenkamers omdat provincies op dit punt samenwerken.

zie ook het artikel Provincies voor een uitgebreide beschrijving van het gemeentelijk bestel.

De provinciewet levert verder de basis voor :

  • enkele specifieke bevoegdheden van de Staten, college van GS en de CdK
  • de begroting, financiële administratie en jaarrekening
  • het heffen van provinciale belastingen ( de zogenaamde opcenten)
  • de samenwerking met andere overheden
  • het toezicht door de Rijksoverheid

Activiteiten


  • provinciale staten
    • (meestal) maandelijks een Statenvergadering waar besluiten worden genomen
    • (meestal) maandelijks vaste Statencommissies waar besluiten worden voorbereid.
    • jaarlijks een begroting en jaarrekening vaststellen
    • dagelijkse ondersteuning van de staten door de Statengriffier
  • college van GS
    • dagelijks bestuur door de commissaris van de koning en gedeputeerden
    • (meestal) wekelijks een vergadering van het college van GS waar besluiten worden genomen
    • (meestal) maandelijks informeren van de staten
    • dagelijkse ondersteuning van het college van GS door de provinciesecretaris
    • maandelijks uitvoeren rechtspositieregeling voor leden van het college van GS, Statenleden, rekenkamerleden
  • commissaris van de koning
    • dagelijks bewaken eenheid van provinciaal beleid
    • wekelijks voorzitter van het college van GS en maandelijks voorzitter van de staten
  • rekenkamer
    • enkele malen per jaar onderzoek doen naar uitvoering provinciaal beleid
    • enkele malen per jaar publiceren onderzoeksrapporten
    • jaarlijks verslag rekenkamer
    • maandelijks uitvoeren rechtspositieregeling rekenkamerleden
  • ombudman/commissie de wet biedt de mogelijkheid)
    • regelmatig afhandelen van verzoekschriften door de ombudsman/commissie
    • jaarlijks verslag ombudsfunctie
    • maandelijks uitvoeren rechtspositieregeling ombudsman/leden ombudscommissie
  • toezicht/ goedkeuring/ schorsing/ vernietiging
    • jaarlijks rijkstoezicht op de begroting en de jaarrekening
    • jaarlijks financieel toezicht door een accountant
    • incidentele bestuurlijke goedkeuring door het Rijk
    • incidentele schorsing/vernietiging door de Kroon
  • overige activiteiten
    • jaarlijks bepalen tarieven provinciale belastingen
    • wekelijks publiceren besluiten bestuursorganen

Financiën


kosten

  • maandelijkse kosten rechtspositie van Statenleden, CdK, gedeputeerden, rekenkamerleden, ombudsman/commissieleden, provinciesecretaris, griffier en overige ambtenaren bestuursondersteuning.
  • kosten werkplekken en vergaderlocaties.
  • kosten accountant
  • kosten begroting en jaarrekening

middelen

Per inwoner in Nederland werden in 2005 de volgende netto( lasten-baten) middelen ingezet

  • 2,5 euro voor salarissen e.d. staten en ambtelijke ondersteuning
  • 3,1 euro voor salarissen e.d. college van GS en ambtelijke ondersteuning
  • 9,6 euro voor kabinetszaken, bestuurlijke organisatie, financieel toezicht op gemeenten en overige wettelijke regelingen.

(bron CBS)

Externe linkBewerken