Portaal:Openbaar vervoer/Uitgelicht/14

Een hogesnelheidstrein, afgekort hst, is een trein die geschikt is voor dienstsnelheden van 200 km/h tot 330 km/h. Deze dienstsnelheden worden behaald op hogesnelheidslijnen, hsl. Normale Europese treinen rijden meestal 130 tot 200 km/h.

Hogesnelheidstreinen halen hun hoge snelheden alleen op speciaal daarvoor bestemde hogesnelheidslijnen. Meestal gaat het om nieuw aangelegde lijnen; soms worden bestaande lijnen aangepast. Hogesnelheidstreinen kunnen ook op reguliere sporen rijden, zij het dan ook met reguliere snelheden.

Een methode om treinen op bestaande, bochtige trajecten toch hoge(re) snelheden te laten behalen is het toepassen van kantelbaktreinen, die meestal niet harder dan 200 km/h rijden.

Er zijn over de wereld diverse typen hogesnelheidstreinen. De belangrijkste soorten in Europa zijn:

  • de door Alstom gebouwde Franse TGV's en daarvan afgeleide typen, waaronder de Thalys, de Eurostar en de eerste generatie AVE, de Spaanse hogesnelheidstrein.
  • de door Siemens gebouwde Duitse ICE's en daarvan afgeleide typen, waaronder de nieuwste generatie AVE.
  • in Italië rijdt de ETR.500 onder de merknaam Eurostar Italia. Deze merknaam wordt ook gebruikt voor de Pendolino-kantelbaktreinen.

Japan kent een uitgebreid netwerk van hogesnelheidstreinen over de zogenaamde Shinkansen-lijnen. In het noordoosten van de VS rijdt de Acela, een kantelbaktrein die op een aangepaste spoorlijn snelheden haalt tot 240 km/h.