Hoofdmenu openen

Peter Pennink

Nederlands hoogleraar en architect

Professor ingenieur Peter Karel Alexander Pennink (Batavia, 23 december 1924 - Hattem, 21 juli 2007) was een Nederlands hoogleraar en architect.

Peter Pennink
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Peter Karel Alexander Pennink
Geboortedatum 23 december 1924
Geboorteplaats Batavia
Overlijdensdatum 21 juli 2007
Overlijdensplaats Hattem
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Werkzaamheden
Vakgebied architectuur
Universiteit Technische Universiteit Delft
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Hij is zoon van Mathild Marie Willem Pennink (later ridder in de Orde van Oranje-Nassau) en Katherina Josephine Pino (later draagster van het Verzetsherdenkingskruis). Peter Pennink is in Rotterdam getrouwd met Hendrika Jacoba van Steeden (1952), maar ging wonen in de Amsterdamse flat Amstelstein van collega Jo van der Mey. Hij was tijdgenoot van de gedeeltelijke instorting van die flat en was betrokken bij de herstelwerkzaamheden.[1] Hun zoon is Arnoud-Jan Pennink, die in Delft studeerde, maar voor de politiek koos.

Hij bezocht de lagere school nog in Batavia, alsmede de eerste klassen van de HBS van het Rotterdams Lyceum en ging studeren aan de Technische Hogeschool Delft, alwaar hij in 1953 academisch examen deed voor bouwkundig ingenieur.

In 1952 had hij samen met Frederik Willem de Vlaming en Harry Salm een eigen architectenbureau. In 1959 voerde hij kantoor aan de Van Eeghenstraat 171 te Amsterdam. In 1964 deed hij mee aan een wedstrijd uitgeschreven door Bond van Nederlandse Architecten voor het ontwerpen van een nieuw hoofdkantoor in Amsterdam. Hij kreeg daarvoor de tweede prijs (een eerste werd niet uitgeloofd).[2]

Hij doceerde als hoogleraar van 1965 tot diep in 1985 aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Hij zou er ontwerponderwijs en functionele analyse geven. Hij had die functie nauwelijks aanvaard, toen hij werd gevraagd een eerste schets te leveren voor de Utrechtse wijk Lunetten; het werd niet overgenomen; het zou niet passen binnen de “bouwstroom”. In 1972 streed hij voor aanpassingen in het Vondelpark om het toenemend bezoek beheersbaar te kunnen houden; ook dat werd door de Amsterdamse Burgemeester en wethouders naast zich neergelegd. In december 1985 hield hij een afscheidsrede onder de titel Architectuur-De schijn van eenvoud. Zijn voorkeur in het vak ging uit naar recht-toe-recht-aan-constructies van beton.

Er is maar een beperkt aantal ontwerpen van hem bekend:

  • Instrumentenfabriek Observator (100 bij 24,5 meter te Rotterdam, Westzeedijk en Zalmhaven, 1959; in de 21e eeuw bekend als bedrijvencentrum Vasteland)[3]
  • Menno Simonszhuis in Amsterdam
  • Brug 385 in Amsterdam
  • gebouw voor de huisvesting van de Hoge Raad
  • renovatie van het “oude” gebouw van de Koninklijk Bibliotheek Den Haag, alsmede het ontwerp van de toenmalige nieuwbouw
  • Mormonenkerk Jezus Christus van de Heilige der laatste Dagen (Watergraafsmeer, Amsterdam, 1966)
  • Kerkstraat 99-103 (1961)

In aanvulling op ontwerpen en doceren was hij ook enige tijd lid van de commissie van beroep voor het architectenexamen van het Architectenregister. Pennink schreef ook een boek over collega Marius Duintjer en Landschap Prentenboek. In 1982 maakte hij deel uit van een commissie die onderzoek moest doen naar de enorme kostenoverschrijdingen bij de bouw van de Stopera.