Onderscheidingsvlag Minister van Defensie (Nederland)

vlag

De onderscheidingsvlag van de Nederlandse minister van Defensie is op 10 april 1957 bij Koninklijk Besluit, Staatsblad 333 vastgesteld als onderscheidingsvlag van de minister van het departement van Defensie. Voor de overige ministers is een aparte onderscheidingsvlag vastgesteld. Op het midden van de vlag bevindt zich een combinatie is van de emblemen van de luchtmacht (een adelaar), de landmacht (een leeuw met zwaard en pijlenbundel met daaronder een lint met daarop de spreuk "Je maintiendrai") en de marine (een onklaar anker).

Vlag van de Nederlandse minister van Defensie
Vexillologisch symbool voor een in gebruik zijnde vlag? Onderscheidingsvlag minister van Defensie
Details
Gebruik Onderscheidingsvlag
Verhouding 2:3
Aangenomen 10 april 1957
Ontwerp Wit met boven en onder drie banen in rood, wit en blauw, met op het midden het embleem van de krijgsmacht.
Kleuren Helder vermiljoen
Wit
Kobaltblauw
Geel
Jurisdictie de Nederlandse minister van Defensie
Portaal  Portaalicoon   Vlaggen en wapens

BeschrijvingBewerken

De officiële beschrijving luidt:

Een witte vlag, aan de boven- en onderzijde voorzien van drie banen (van boven naar beneden) rood, wit en blauw; in het hart van de daartussen gelegen witte baan een onklaar anker, beladen met de leeuw uit het Rijkswapen, alles van goud, waaroverheen aan de onderzijde de wapenspreuk "Je Maintiendrai" in latijnse letters van sabel op een gouden lint; alles overtopt door de luchtmachtadelaar, mede van goud.[1]

De hoogte-lengteverhouding van de vlag bedraagt 2:3. De smalle rode, witte en blauwe banen zijn ieder 1/12 van de hoogte, de brede witte baan de helft van de hoogte.

Voormalige vlaggenBewerken

Vlag Gebruik Beschrijving
  Ministers en ambassadeurs (van 1816 tot ca. 1931) Vastgelegd in het "Reglement op de eerbewijzen en saluten", vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 16 maart 1816, nummer 46. De (niet officiële) beschrijving luidt:

De Nederlandse vlag met daarboven een over eenderde van de lengte gespleten wimpel in de kleuren van de Nederlandse vlag.

  Minister van Defensie bij bezoek aan de Koninklijke Marine (van 1931 tot 1945),
Minister van Marine (van 1945 tot 1957)
Vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 20 juli 1931, Staatsblad 315,[2] gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 1 oktober 1945, Staatsblad F208.[3] Ingetrokken bij de vaststelling van de nieuwe vlag in 1957.[4] De (niet officiële) beschrijving luidt:

Zeven horizontale banen en wel, van boven naar beneden, drie banen, achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte; één witte baan, metende 1/2 van de hoogte; achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte; in de middelste baan, metende de helft van de hoogte, worden twee gekruiste zwarte ankers gevoerd.

  Minister van Defensie bij bezoek aan de Koninklijke Landmacht (van 1931 tot 1934) Vastgesteld bij Ministeriële Beschikking van 10 september 1931, IIde Afd.B, nummer 38.[5] De beschrijving luidt:

Zeven horizontale banen en wel, van boven naar beneden, drie banen, achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte; één witte baan, metende 1/2 van de hoogte; achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte.

  Minister van Defensie bij bezoek aan de Koninklijke Landmacht (van 1934 tot 1957) Vastgesteld bij Ministeriële Beschikking van 12 juli 1934.[6] Ingetrokken bij de vaststelling van de nieuwe vlag in 1957.[4] De beschrijving luidt:

Zeven horizontale banen en wel, van boven naar beneden, drie banen, achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte; één witte baan, metende 1/2 van de hoogte; achtereenvolgens rood, wit en blauw, elk metende 1/12 van de hoogte; in de middelste baan, metende de helft van de hoogte, wordt een rode, staande leeuw uit het Nederlandse wapen gevoerd.

AfmetingenBewerken

Bij een bezoek aan een inrichting, voer-, vaar- of vliegtuig van de Koninklijke Marine wordt gevlagd met vlaggen van de afmetingen in onderstaande tabel:

Categorie Beschrijving Grootte Lengte Hoogte
1 Bevoorradingsschepen (en groter), fregatten 3 kleeds 225 cm 150 cm
2 Onderzeeboten, mijnenjagers, oceanografische vaartuigen, opnemingsvaartuigen, logementschepen 1,5 kleeds 112,5 cm 75 cm
3 Landingsvaartuigen, kust-havensleepboten, overige hulpschepen 1,5 kleeds 112,5 cm 75 cm
5 Sloepen/Rhibs maat A 45 cm 30 cm
6 Motorrijtuigen maat A 45 cm 30 cm

Voor categorie 4 (inrichtingen) staan de afmetingen niet in het voorschrift gespecificeerd, maar gebruikelijk is voor dit doel een 3 kleedsvlag toe te passen.

Zie ookBewerken