Hoofdmenu openen

De Neuri (Grieks Νευροί) waren een antiek volk aan de bovenloop van de Tiras (Dnjestr) en Hipanis (Zuidelijke Boeg), in het huidige zuidelijk Wit-Rusland en noordelijk Oekraïne.

BronnenBewerken

De belangrijkste bron is de schriftelijke getuigenis van Herodotus, volgens welke het land van de Neuri in het westen aan de Agathyrsi grenst, in het zuiden aan de Scythen, in het oosten aan de Androphagi. Ten noorden van de Neuri lag volgens Herodotus slechts woestenij. Ook spreekt hij over een "groot meer" aan de bovenlop van de Dnjestr, welke de Neuri van het land van de Scythen scheidt. Hier zouden mogelijk de Pripjatmoerassen bedoeld zijn.

"De Neuri volgen Scythische gewoonten, maar een generatie voor de komst van het leger van Darius werden ze door slangen uit hun land verdreven, want hun land bracht grote aantallen van deze voort, en nog meer kwamen uit de woestenij in het noorden op hen neer, totdat de Neuri uiteindelijk zo geteisterd waren dat ze hun eigen land verlieten en onder de Budini leefden. Het kan zijn dat deze mensen tovenaars zijn, want de Scythen, en de Grieken die zich in Scythië gevestigd hebben, zeggen dat een keer per jaar een ieder van de Neuri voor een paar dagen een wolf wordt en dan weer terug naar zijn oude vorm verandert. Degenen die dit verhaal vertellen kunnen mij niet overtuigen, maar ze zeggen het evenwel, en zweren bij de waarheid ervan."
— Herodotus, Historiën boek 4

De "slangen" van Herodotus zouden kunnen duiden op klimaatverandering (de slang is bij vele culturen een symbool voor water). Een kouder en natter klimaat (veel regen, overstromingen en wateroverlast in de laaglanden) in het midden van de 6e eeuw v.Chr. drong de Neuri naar het droge zuiden.

Toen de Neuri door de Skythen benaderd werden om hulp tegen de Perzische koning Darius, weigerden zij, daarbij verwijzend naar het feit dat zij geen geschil hadden met de Perzen, en de Scythen hun conflict met de Perzen zelf veroorzaakt hadden. Uiteindelijk trokken de Scythen, in een uitputtingsslacht met de Perzen, via de koninkrijken van Noord-Scythië tot in het land van de Neuri die daarop naar het noorden in de woestenij vluchtten.

Volgens Plinius de Oudere lag de oorsprong van de Borysthenes (Dnjepr) in het land van de Neuri. Het is echter niet duidelijk wat Plinius als de bovenloop van de Dnjepr beschouwd: de eigenlijke Dnjepr of de Berezina.

IdentificatieBewerken

Er zijn door diverse geleerden uiteenlopende suggesties gedaan over de etnische identiteit van de Neuri. Meestal worden ze als "waarschijnlijk Slavisch" geïdentificeerd, hoewel er ook goede argumenten zijn voor een Baltische identiteit.[1]

Archeologische studies stellen in staat hen te identificeren als dragers van diverse archeologische culturen, met name de Milogradcultuur (7-2e eeuw v.Chr.).