Hoofdmenu openen
"Afrikaanse volkeren" uit de vierde editie van Meyers Konversations-Lexikon (1885-'90)

Negroïde is een beschrijving van een reeks van donkerhuidige Afrikaanse en Oceanische bevolkingen, die het grootste gedeelte van het Afrikaanse continent (Sub-Saharisch Afrika) en het Oceanische Melanesië bewonen. De indeling op basis van "negroïde" kenmerken is etnografisch nutteloos, omdat het een verscheidenheid van totaal verschillende mensen omvat.

Volgens de (verouderde) rassentheorieën zijn lichamelijke kenmerken van negroïde mensen onder meer een ronde neus, kroeshaar en een donker-gepigmenteerde huid. De schedel van de "typische negroïde" is vaak langwerpig, heeft ronde oogkassen en neusholten en vaak een uitgestoken jukbeenderen.

Het negroïde ras behoorde volgens de raciale wetenschap tot de drie grote rassen, naast het kaukasische en het mongoloïde ras.

Het doel van de term was het indelen van mensen op basis van fenomenologische kenmerken. De term negroïde wordt betwist vanwege de verbintenis met racisme.[1] De term is afgeleid van negro dat zwart betekent in het Spaans en Portugees, wat weer afgeleid is van het Latijnse niger.

De term roept associaties op met slavernij en Westers kolonialisme en wordt daarom beschouwd als kwetsend. Vanwege negatieve connotaties wordt in Angelsaksisch onderzoek het woord africoid gebruikt, en af en toe congoloïde.[2] Toch wordt de term negroïde als classificatie nog steeds gebruikt in forensische antropologie. Voor donkere oceanische volkeren zoals de melanesische volkeren wordt ook de term melanoïde gebruikt.

Zie ookBewerken