Hoofdmenu openen

Melchior de Haze (Antwerpen, gedoopt 5 juni 1632 – aldaar begraven omstreeks 22 oktober 1697) was een Zuid-Nederlands klokkengieter.

Hij was zoon van koopman Pieter de Haze en Anna. Vader was tevens kerkmeester in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Onder diens gezag goten de gebroeders Pieter en François Hemony een aantal klokken voor het beiaard. Melchior begon pas vanaf rond zijn tweeënveertigste te gieten; zijn eerste werk was voor het Escorial in Madrid van Filips II van Spanje (zij verdween later weer). Hij was er qua ontwerpstijl een volgeling en vermoedelijk ook leerling van de genoemde Hemonybroers. Daarna maakte hij, hij was toen concurrent van Pieter Hemony, de klokken van de Belfort van Brugge, maar deze werden in 1741 getroffen door bliksem en vervangen; de zegeklok is er echter nog wel.

Er volgden klokkenspelen voor Breda en Den Haag, alhoewel die laatste werden afgekeurd, maar kleine klokjes zijn er nog steeds te beluisteren in de toren van de Grote of Sint-Jacobskerk. Oorzaak van de matige stemming bleek een falende giettechniek. Ander werk is de bewonderen in Alkmaar. In de Grote of Sint-Laurenskerk finctioneert zijn werk, waarbij bij een renovatie in begin 21e eeuw ook klokken vanuit de Waag van De Haze ingebracht zijn. De Haze leverde internationaal werk af voor (weer) Madrid, Aranjuez en Salzburg. Ook de belfort van Brussel had een klokkenspel van De Haze; zij hadden dat gekocht bij Tienen; ook Brussel kon er niet lang van genieten; de toren en kerk Sint-Niklaas stortte in 1714 in.

Franciscus de Sevin schreef in 1683 een Latijns eerbetoon aan Melchior de Haze in 182 verzen. Jacob van Reesbroeck portretteerde de klokkengieter; het bevindt zich in het Rijksprentenkabinet. [1]