Hoofdmenu openen

Mahapadma Nanda (Sanskriet: Mahāpadmā Nanda) of Ugrasena was in het midden van de 4e eeuw v.Chr. heerser over Magadha, een koninkrijk in het noorden van India. Hij was de stichter van de kortdurende Nandadynastie en voerde een sterk expansionistische politiek. Hoewel zijn voorgangers eveneens gebieden veroverden, is Mahapadma Nanda de eerste heerser die in de Purana's de titel "ekachattra" (letterlijk: "enkele parasol", oftewel degene die het land onder één heerser verenigt) krijgt. Hij kan gezien worden als de eerste chakravartin (alheerser of "keizer") uit de Indiase geschiedenis.

Mahapadma Nanda was volgens de Purana's en de jainistische traditie de zoon van een vrouw uit de lage shudrakaste. Hij was een legerleider die rond 360 v.Chr. aan de macht kwam nadat zijn voorganger Kakavarna slachtoffer van een moordcomplot werd. Een persoon uit de lagere kasten hoorde in de ogen van orthodoxe brahmanen niet op de troon te zitten, en in latere teksten wordt Mahapadma Nanda's regering voorgesteld als een slecht voorteken, of zelfs als teken van het aanbreken van de Kali Yuga, wat in de hindoeïstische kosmologie het tijdperk van chaos en vernietiging is. Postuum werd hij "vernietiger van de kshatriya's" genoemd, de traditionele kaste van krijgers en heersers. Dit is omdat veel van de lokale heersers die hij onderwierp tot de kshatriya-kaste behoorden.

Mahapadma Nanda veroverde een groter rijk dan al zijn voorgangers. Hij onderwierp vrijwel het gehele noorden van India, grote delen van centraal-India, en het kustgebied van Kalinga en de Gangesdelta in het oosten. De keizer hield er een enorm leger op na, zowel om nieuwe gebieden te veroveren als om zijn gezag in veroverd gebied te handhaven. Griekse schrijvers die met Alexander de Grote naar India kwamen (330-324 v.Chr.) meldden dat het leger van de Nanda's uit 200.000 voetsoldaten, 20.000 ruiters, 2000 strijdwagens en 3000 strijdolifanten bestond.[1] Een dergelijk groot staand leger was onmogelijk op de been te houden met de land- en belastingopbrengst alleen: continue nieuwe veroveringen en plunderingen van buurstaten waren noodzakelijk geworden om het leger zelf in stand te houden. Het groeiende imperialisme van Magadha was in een zelf-versterkende spiraal gekomen, waarbij elke nieuwe dynastie een groter gebied veroverde dan haar voorgangers.

Mahapadma Nanda werd opgevolgd door acht van zijn zoons, die elk de troon niet lang wisten te behouden. De laatste werd rond 322-320 v.Chr. afgezet door Chandragupta Maurya, de stichter van de Mauryadynastie, die een nog groter rijk zou veroveren.