Hoofdmenu openen

Liselotte Pulver

actrice uit Zwitserland

Liselotte Pulver (Bern, 11 oktober 1929) is een Zwitserse actrice.

Liselotte Pulver
Lilo Pulver.JPG
Algemene informatie
Geboortenaam Liselotte Schmid-Pulver
Geboren Bern, 11 oktober 1929
Land Vlag van Zwitserland Zwitserland
Bijnaam Lilo Pulver
Werk
Beroep Actrice
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Jeugd en opleidingBewerken

Liselotte Pulver werd geboren als dochter van de cultuuringenieur Fritz Eugen Pulver en zijn vrouw Germaine. Ze had een broer, genaamd Eugen Emanuel (1925 – 2016) en heeft een zus, genaamd Corinne, die later journaliste werd. Vanaf 1945 bezocht ze de handelsschool en werkte na het behalen van het diploma in 1948 als model. Naar haar eigen zeggen was een ongelukkige liefde voor een chirurg uit Bern de inspiratie om haar geluk als actrice te beproeven bij de Schauspielschule Bern (tegenwoordig "Hochschule der Künste" Bern), nadat ze eerder onderricht genomen had bij Margarethe Noé von Nordberg, de moeder van Maximilian, Maria, Carl en Immy Schell. Ze speelde bij het Stadttheater Bern aanvankelijk kleine rollen en daarna de hoofdrol (als Maria) in Clavigo. Daarna werd ze gecontracteerd door het Schauspielhaus Zürich voor onder andere Faust II. Ze debuteerde in de film Föhn met Hans Albers en werd door Ilse Alexander en Elli Silman gecontracteerd. Spoedig werd ze voor vrijpostige vrouwenrollen à la Audrey Hepburn gevraagd.

CarrièreBewerken

In het Duitstalige taalgebied werd ze bekend door de rol van Vreneli in de verfilmingen van de romans van Jeremias Gotthelf in Uli der Knecht en Uli der Pächter. Vanaf het midden van de jaren 50 groeide ze in Duitsland uit tot publiekslieveling met Der letzte Sommer, Ich denke oft an Piroschka, Die Zürcher Verlobung en Das Wirtshaus im Spessart. In 1960 speelde ze in de film Das Glas Wasser van Helmut Käutner aan de zijde van Gustaf Gründgens. In de jaren 50 en 60 telde ze tot de populairste vertolkers van de Duitstalige bioscoop.

In 1958 werd ze internationaal bekend door de hoofdrol in Douglas Sirks verfilming van Erich Maria Remarques roman Zeit zu leben und Zeit zu sterben en in Billy Wilders komedie One, Two, Three (1961), waarin ze het blondje Fraulein Ingeborg speelde, dat in een gespikkeld kleed op de muziek van Aram Chatsjatoerjans Sabeldans op een tafel dansend, Sowjet-agenten het hoofd op hol brengt. Internationale bekendheid kreeg ze ook door een uitnodiging in 1961 voor de wedstrijdjury van de Internationale Filmfestspiele van Cannes. In 1964 werd ze genomineerd voor haar rol als Sonya in Staatsaffären en verder voor een Golden Globe-Award voor beste bijrol.

Liselotte Pulver stond ook voor talrijke Franse producties voor de camera aan de zijde van Jean Gabin. Haar subtielste rol speelde ze in de door Jacques Rivette geregisseerde film Die Nonne, waarin ze als abdis verliefd wordt op een van haar beschermelingen (Anna Karina). Karakteristiek voor haar persoon is haar buitengewoon en hartelijk lachen, dat haar handelsmerk is geworden.

Vanaf de jaren 70 was Pulver nog slechts zelden te zien in de bioscopen, maar ook haar tv-optredens minderden sterk. Een kleine comeback maakte ze van 1978 tot 1985 als Lilo in de kindertelevisie in de gespeelde Duitse kaderactiviteit van de Sesamstraat van de NDR. Ze was nog te zien in enkele tv-producties en bioscoopfilms, totdat ze in 2007 in de remake Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe in een cameo-rol de tot dusver laatste maal voor de camera stond. In 2012 maakte ze bekend, dat ze geen rollen meer spelen wilde.

PublicatiesBewerken

In haar autobiografie uit 1993 … wenn man trotzdem lacht betreurde Pulver de annuleringen van veelbelovende aanbiedingen van internationale producties, waaronder Ben Hur, El Cid en Der Gendarm von St. Tropez wegens gezondheidsklachten. Ze heeft meerdere autobiografische boeken gepubliceerd. In 1977 verscheen onder de titel Ich lach', was soll ich weinen ook een LP met twaalf nieuwe opnamen van haar filmsongs en andere liederen.

PrivélevenBewerken

Pulver was van 1961 tot aan zijn dood in 1992 getrouwd met de acteur Helmut Schmid, waarmee ze ook speelde in Gustav Adolfs Page, Kohlhiesels Töchter en One, Two, Three. Uit dit huwelijk stamden twee kinderen, Marc-Tell (geb. 1962) en Melisande (1968 tot 1989), die zich op 6 juni 1989 van het Berner Münsterplattform stortte. De journaliste Corinne Pulver, de oudste zus, publiceerde in 1993 met Melindas Tod een boek over haar nicht. Pulvers (nog geblokkeerde) nalatenschap bevindt zich in de Burgerbibliotheek Bern.

OnderscheidingenBewerken

  • 1956: Ostende Prix Femina voor Der letzte Sommer en Ich denke oft an Piroschka
  • 1958: Deutscher Filmpreis – Zilveren Filmband als beste hoofdrolvertolkster voor Das Wirtshaus im Spessart
  • 1960, 1961, 1963, 1966, 1968: Bronzen Bravo Otto
  • 1963: Golden-Globe-nominatie voor Staatsaffären
  • 1963: Bambi
  • 1964: Bambi
  • 1964: Zilveren Bravo Otto
  • 1965: Bambi
  • 1967: Bambi
  • 1967: Zilveren Bravo Otto
  • 1968: Bambi
  • 1980: Deutscher Filmpreis – Filmband in Gold
  • 1986: Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland
  • 1990: Bambi
  • 1996: Platin Romy
  • 1998: Bayerischer Verdienstorden
  • 1999: Bayerischer Filmpreis voor haar levenswerk
  • 2007: Goldene Kamera voor haar levenswerk
  • 2008: Schweizer Fernsehpreis – Lifetime-Award
  • 2011: Ster op de Boulevard der Stars in Berlin
  • 2011: SwissAward – Lifetime Award voor haar levenswerk

FilmografieBewerken

BioscoopfilmsBewerken

  • 1949: Ein Seemann ist kein Schneemann (Swiss Tour)
  • 1950: Föhn
  • 1951: Heidelberger Romanze
  • 1952: Klettermaxe
  • 1952: Fritz und Friederike
  • 1953: Hab’ Sonne im Herzen
  • 1953: Von Liebe reden wir später
  • 1953: Das Nachtgespenst
  • 1953: Ich und Du
  • 1954: Männer im gefährlichen Alter
  • 1954: Schule für Eheglück
  • 1954: Uli der Knecht
  • 1954: Der letzte Sommer
  • 1955: Griff nach den Sternen
  • 1955: Hanussen
  • 1955: Uli der Pächter
  • 1955: Ich denke oft an Piroschka
  • 1956: Heute heiratet mein Mann
  • 1957: Arsène Lupin, der Millionendieb (Les aventures d’Arsène Lupin)
  • 1957: Die Zürcher Verlobung
  • 1957: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull
  • 1958: Das Wirtshaus im Spessart
  • 1958: Zeit zu leben und Zeit zu sterben (A Time to Love and a Time to Die)
  • 1958: Das Spiel war sein Fluch (Le joueur)
  • 1958: Helden
  • 1959: Das schöne Abenteuer
  • 1959: Buddenbrooks 1. Teil
  • 1959: Buddenbrooks 2. Teil
  • 1960: Das Glas Wasser
  • 1960: Das Spukschloss im Spessart
  • 1960: Gustav Adolfs Page
  • 1961: Der junge General (La Fayette)
  • 1961: One, Two, Three
  • 1962: Das Haus der Sünde (Maléfices)
  • 1962: Kohlhiesels Töchter
  • 1963: Frühstück im Doppelbett
  • 1963: Ein fast anständiges Mädchen
  • 1964: Staatsaffären (A Global Affair)
  • 1964: Monsieur
  • 1965: Dr. med. Hiob Prätorius
  • 1965: Pulverfaß und Diamanten (Le gentleman de Cocody)
  • 1966: Hokuspokus oder: Wie lasse ich meinen Mann verschwinden…?
  • 1966: Die Nonne (La religieuse)
  • 1966: Blüten, Gauner und die Nacht von Nizza (Le jardinier d’Argenteuil)
  • 1967: Herrliche Zeiten im Spessart
  • 1969: This is Your Captain Speeking (korte film)
  • 1969: Die Hochzeitsreise
  • 1972: Das fünfblättrige Kleeblatt (Le trefle à cinq feuilles)
  • 1975: Orpheus in der Unterwelt (tv)
  • 1975: Monika und die Sechzehnjährigen
  • 1979: Brot und Steine
  • 1996: Das Superweib
  • 2002: Charlie Chaplin – Die vergessenen Jahre (Dokumentarfilm)

TelevisieBewerken

  • 1954: Unsere kleine Stadt
  • 1956: Smaragden-Geschichte
  • 1956: Jeanne oder Die Lerche
  • 1966: Der Regenmacher
  • 1969: Pistolen-Jenny
  • 1970: Die Baumwollpflücker
  • 1971: Timo
  • 1971: Orpheus in der Unterwelt
  • 1972: Hoopers letzte Jagd
  • 1972: Die Glückspirale
  • 1977: Café Hungaria: Werden Sie meine Witwe
  • 1978–1985: Sesamstraße
  • 1978: Der Alte: Ein Koffer
  • 1979: Noch ’ne Oper
  • 1982: Jeden Mittwoch
  • 1986: Die Geheimschublade
  • 1989: Mit Leib und Seele
  • 1994: Weihnachtsfest mit Hindernissen
  • 1996: Alles gelogen
  • 2004: René Deltgen – Der sanfte Rebell
  • 2007: Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe

AutobiografieënBewerken

  • Die Lachstory. Droemer-Knaur, Zürich 1974, ISBN 3-85886-036-0 (samen met Corinne Pulver).
  • ... wenn man trotzdem lacht. Tagebuch meines Lebens. Ullstein, Frankfurt am Main en Berlijn 1993, ISBN 3-548-22918-2.
  • Bleib doch noch ein bisschen. Langen Müller, München 1996, ISBN 3-7844-2546-1 (aktueel onder ISBN 3-548-35771-7).
  • Meine Wunder dauern etwas länger. Geschichten und Bilder aus meinem Leben. Langen Müller, München 2000, ISBN 3-7844-2744-8.
  • Das Geheimnis meines Lachens. Langen Müller, München 2004, ISBN 3-7844-2969-6.
  • Dem Leben ins Gesicht gelacht. Hoffmann en Campe, Hamburg 2016, ISBN 978-3-455-85176-2 (gesprekken met Olaf Köhne en Peter Käfferlein).