Lambertus van Maastricht

bisschop van Maastricht en martelaar (635-705)

Lambertus van Maastricht, ook Lambertus van Luik, Lambert, Landebertus of Lambrecht (Maastricht, 638? - Luik, 17 september 705?), was bisschop van Maastricht tussen ca. 670 en het jaar van zijn dood. Hij is een rooms-katholiek heilige en de patroonheilige van de textielarbeiders. Zijn naamdag is 17 september en zijn attribuut is een lans.

Lambertus van Maastricht
bisschop van Maastricht
De moord op Lambertus, detail van het Palude-diptiek, toegeschreven aan Jan van Brussel, ca. 1490, collectie Grand Curtius, Luik
Geboren ca 638 te Maastricht
Gestorven 705? te Luik
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Naamdag 17 september
Attributen kolen in mantel, rationale, zwaard, knots, een of twee lansen, geknoopte doek met vlam, lamp en/of edelman aan voeten of onder staf
Beschermheilige voor verlamden, oogzieken, boeren, chirurgen, tandartsen, huwelijkstrouw
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Levensbeschrijving en legendeBewerken

Over het leven van Lambertus is weinig met zekerheid bekend. Volgens de 14e-eeuwse kroniekschrijver Jean d'Outremeuse was hij de zoon van Aper, graaf van Osterne (later Loon), en diens vrouw Herisplende. Hij zou geboren zijn in 638 in Wintershoven geboren. Hij werd gedoopt door bisschop Remaclus en kon al na drie maanden spreken. In Wintershoven bevond zich een door Amandus gestichte kloostergemeenschap voor kinderen uit adellijke families (zie Heiligen van Wintershoven). Daar kreeg Lambertus zijn opleiding onder de hoede van Landoaldus. Op zijn 21e ging hij bij Remaclus in de leer. Lambertus was een protegé van zijn oom, bisschop Theodardus. Toen Theodardus kort na 669 werd vermoord, bepaalden de raadslieden van de Frankische koning Childerik II dat Lambertus bisschop van Maastricht moest worden. Hij was toen dertig jaar oud.[1]

Lambertus had banden met Hugobert en Plectrudis, de eerste vrouw van Pepijn van Herstal, de hofmeier (een soort eerste minister en de werkelijke machthebber) van Austrasië, die dit gebied namens de Merovingische koningen van Austrasië bestuurde. Nadat Childerik II in 673 werd vermoord, kwam de factie van Ebroin, de hofmeier van Neustrië, ook in Maastricht aan de macht. Lambertus werd uit zijn ambt gezet en bracht de jaren 674-681 in ballingschap door in de door Remaclus in 648 opgerichte Keltisch christelijke abdij van Stavelot. In die periode was Faramundus bisschop van Maastricht. Na de gewelddadige dood van Ebroin in 681 en de daarmee gepaard gaande wijziging in de politieke verhoudingen binnen het Merovingische rijk, kon Lambertus in 681 zijn ambt opnieuw vervullen en keerde hij terug naar zijn bisdom. Volgens de legende werd Faramundus eigenhandig door Pepijn van Herstal van de Maasbrug in Maastricht geworpen.[1]

In het gezelschap van Willibrord, die in 691 uit Engeland was gekomen, predikte Lambertus het evangelie aan de heidenen in de Kempen en aan de benedenloop van de Maas, in het tegenwoordige Noord-Brabant en Noord-Limburg. In dit gebied zijn daarom kerken aan hem gewijd.[1]

Lambertus' familie (en ook Plectrudis' familie) lieten Dodo, een "domesticus" (rentmeester) van Pepijn van Herstal en vermoedelijk de broer van Pepijn van Herstals tweede vrouw Alpaida vermoorden. Dodo's familieleden, wier machtsbasis zich in de buurt van Luik bevond, namen wraak door op hun beurt Lambertus te vermoorden op zijn landgoed, de Gallo-Romeinse villa van waaruit enige tijd later Luik zou ontstaan. De moord vond uiterlijk plaats in 705 (andere jaren die genoemd worden zijn 696 en 700) in de nacht van 16 op 17 september; Lambertus was toen 67 jaar. Ook Lambertus' neven Petrus en Andolet werden vermoord. De officiële rooms-katholieke versie ziet Lambertus als een martelaar voor het geloof vanwege zijn verdediging van de huwelijkstrouw, door de verbintenis tussen Pepijn met Alpaida, de broer van Dodo en de moeder van Karel Martel, aan de kaak te stellen.[1]

Meteen daarop werd Lambertus als martelaar vereerd. Hij werd eerst in Maastricht begraven, maar zijn opvolger, Hubertus van Luik, een beschermeling van Pepijn van Herstal en Alpaida, liet, op het moment dat hij zelf ook zijn bisschopszetel van Maastricht naar Luik verplaatste, Lambertus' overblijfselen naar Luik brengen. Een nieuwe bisschopszetel had zijn eigen heilige nodig. Het was ietwat ironisch, maar getuigt misschien ook wel van berouw, dat men voor die rol een voormalige vijand koos.[1]

NalatenschapBewerken

Tot 1794 was de Sint-Lambertuskathedraal de belangrijkste kerk van de stad Luik en de kathedraal van het bisdom Luik. Het centrale plein in Luik heet nog steeds Place Saint-Lambert. Lambertus' overblijfselen werden naar de Sint-Pauluskathedraal in Luik overgebracht.

In België, Nederland en andere landen is een groot aantal kerken te vinden die zijn naam dragen. Zie: Sint-Lambertuskerk.

Zie ookBewerken

Voorganger:
Theodardus
Bisschop van Maastricht
±670 - ±706
Opvolger:
Hubertus