Kiesrecht

recht op deelname aan het politieke proces
Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Kenmerken van stemrecht in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).

Kiesrecht is het recht van een individu om deel te nemen aan het politieke proces in een land of andere bestuurlijke eenheid of organisatie door middel van verkiezingen, bijvoorbeeld door te stemmen op een partij naar zijn of haar voorkeur, of zich kandidaat te stellen voor een volksvertegenwoordiging. Iemand die kiesrecht heeft wordt kiesgerechtigde genoemd: dit kiesrecht is afhankelijk van verschillende kenmerken. Of iemand daadwerkelijk het recht heeft om te stemmen is doorgaans afhankelijk van de wetgeving van een land. Zo kan er verschil zijn in stemrecht afhankelijk van iemands geslacht, iemands afkomst, of iemands positie in een samenleving.

Een stembureau tijdens de federale verkiezingen in België (2007)
Irakezen staan in de rij om hun stem uit te brengen.
Minimumleeftijd om te stemmen:
 16
 17
 18
 19
 20
 21

In moderne democratieën is het kiesrecht een van de belangrijkste rechten die verbonden zijn aan het staatsburgerschap. Het kan slechts in uitzonderlijke gevallen ontnomen worden; de meest voorkomende redenen voor ontneming van het kiesrecht zijn een zware gerechtelijke veroordeling, veelal tijdens het uitzitten van een gevangenisstraf, of mentale onbekwaamheid. In bijna alle landen zijn in principe alle meerderjarige burgers kiesgerechtigd voor politieke verkiezingen.

BeperkingenBewerken

Er zijn nog een paar landen zoals Saoedi-Arabië, waar vrouwen niet stemgerechtigd zijn. In andere landen hebben sommige inwoners geen kiesrecht omdat ze geen staatsburgerschap hebben, hoewel ze al soms vele generaties lang in het land leven. In vroegere democratieën, zoals het oude Athene en de Romeinse Republiek, konden alleen de mannen die de status van burger hadden, stemmen. Niet-burgers, waaronder slaven, konden niet stemmen. Vóór de twintigste eeuw kon alleen de elite, zoals belastingbetalers, grondbezitters en/of edelen, stemmen.

Soorten kiesrechtBewerken

Men onderscheidt passief en actief kiesrecht.

  • Passief: het recht om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.
  • Actief, ook wel stemrecht genoemd: het recht een stem uit te brengen bij verkiezingen.

Situatie in BelgiëBewerken

Immigranten van buiten de EU, zonder Belgische nationaliteit, zijn kiesgerechtigd voor de gemeenteraadsverkiezingen, als zij ten minste vijf jaar legaal in België wonen. Een EU-burger zonder Belgische nationaliteit hoeft echter niet vijf jaar legaal in België te wonen, maar kan meteen al meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen (mits hij of zij legaal in België woont).

In België geldt een opkomstplicht: het is daar formeel strafbaar om zonder geldige reden niet te komen opdagen bij verkiezingen. De Belgische koning en de koninklijke familie worden wel opgeroepen voor de verkiezingen, maar de vorst zelf neemt niet deel aan de kiesverrichtingen, om te voorkomen dat hij door zijn persoonlijke voorkeur de positie van de Kroon, die boven de partijen staat, zou kunnen aantasten.[1]

Buiten de politiek zijn financiële leden van burgerlijke organisaties, zowel als leden van commerciële commissariaten, kiesgerechtigd bij de keuze van bestuurders, directies en beleid.

Situatie in NederlandBewerken

Ook in Nederland zijn immigranten van buiten de EU, zonder Nederlandse nationaliteit, kiesgerechtigd voor de gemeenteraadsverkiezingen als zij ten minste vijf jaar legaal in het land wonen. Een EU-burger zonder Nederlandse nationaliteit hoeft echter ook in Nederland niet vijf jaar legaal in Nederland te wonen, maar kan meteen al meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen (mits hij of zij legaal in Nederland woont). [2]

Immigranten zonder Nederlandse nationaliteit zijn kiesgerechtigd voor de waterschapsverkiezingen als zij legaal in Nederland wonen.

Politieke verkiezingenBewerken

In 1917 is het actief kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. In 1919 kregen per Kieswet ook vrouwen actief kiesrecht. Dit werd in 1922 in de Grondwet opgenomen.

Iedere burger met de Nederlandse nationaliteit die op de dag van de verkiezingen 18 jaar of ouder is, heeft kiesrecht voor Provinciale Staten en de Tweede Kamer. Op deze regel bestaan een aantal uitzonderingen:

  1. De rechter mag iemand alleen in bijzondere gevallen het kiesrecht ontnemen, bijvoorbeeld wanneer iemand een ernstig delict tegen de staat gepleegd heeft.[3] In Nederland zijn er minder dan 25 mensen die om deze reden niet mogen stemmen: het betreft hier met name mensen die vlak na de Tweede Wereldoorlog van het kiesrecht zijn uitgesloten, bijvoorbeeld omdat ze lid waren van de SS of de NSB.[4]
  2. De rechter mag bepalen dat iemand geestelijk niet in staat is te stemmen. De rechter kan bijvoorbeeld iemand dit recht ontnemen bij wijze van individuele maatregel.
    1. De Wet Martijn wijzigde de Kieswet zodat de 'wilsonbekwamen' niet langer categoraal werden uitgesloten van kiesrecht (omdat dit strijdig kan zijn met het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten). 'Bovendien', zo werd gesteld, 'is het ongerijmd personen die onder curatele zijn gesteld wegens een geestelijke stoornis het kiesrecht te ontzeggen, en overige personen die een vergelijkbare geestelijke gesteldheid bezitten, niet'.[5] De Kieswet voorziet echter geen hulp aan verstandelijk gehandicapten bij het stemmen. De reden hiervoor is dat, zover dat er geen lichamelijke handicap is die het stemmen bemoeilijkt, verstandelijk gehandicapten die niet zonder hulp zouden kunnen stemmen, kennelijk niet zelfstandig hun wil kunnen bepalen. Deze zelfstandigheid is een uitgangspunt van het kiesrecht.[6]
  3. Kiezers die op de dag van de verkiezingen in de gevangenis zitten, mogen alleen door middel van een machtiging stemmen.
  4. Nederlanders die op de dag van de verkiezingen hun werkelijke woonplaats hebben in Aruba, Curaçao of Sint Maarten mogen alleen stemmen in Nederland als ze daar minimaal 10 jaar ingezetene zijn geweest of in openbare dienst op deze eilanden werkzaam zijn. Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben immers zelf een parlement.
  5. Voor verkiezingen voor de Provinciale Staten geldt dat men inwoner moet zijn van de provincie waarvoor de verkiezing plaatsvindt.

Bij verkiezingen voor de gemeentes en waterschappen is de Nederlandse nationaliteit geen eis: alle in Nederland woonachtige EU-burgers hebben actief en passief kiesrecht. Mensen met alleen de nationaliteit van een niet-lidstaat die in Nederland woonachtig zijn hebben altijd kiesrecht voor de waterschappen, maar alleen voor de gemeentes als ze vijf jaar of langer legaal in Nederland wonen.[7][8]

Kiesplicht was er in Nederland nooit. Wel was er opkomstplicht; die werd in 1970 afgeschaft.

Ontzetting uit het kiesrechtBewerken

Ontzetting uit het actief en/of passief kiesrecht is mogelijk bij een veroordeling voor een beperkt aantal strafbare feiten. Het gaat daarbij onder meer om misdrijven genoemd in het Wetboek van Strafrecht, bijvoorbeeld terroristische misdrijven. Verder is ontzetting uit het actief en/of passief kiesrecht onder meer mogelijk bij een veroordeling wegens bepaalde in de Kieswet genoemde misdrijven, maar dan alleen bij een veroordeling tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar.

De strafrechter bepaalt de duur van de ontzetting. Bij een veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf geldt de ontzetting voor het leven. Bij een tijdelijke gevangenisstraf kan het kiesrecht tijdelijk worden afgenomen. De duur hiervoor is twee tot vijf jaar boven op de duur van de straf. Dus wanneer iemand veroordeeld wordt tot twintig jaar, heeft dit tot gevolg dat diegene 22 tot 25 jaar lang niet mag stemmen of gekozen mag worden. Wordt een geldboete opgelegd of alleen een ontzetting uit het actief en/of passief kiesrecht, dan duurt de ontzetting ten minste twee en ten hoogste vijf jaren.

Overzicht actief kiesrecht voor Nederlandse volksvertegenwoordigingsorganenBewerken

Kiesgerechtigde
(die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en waarvan het stemrecht niet door de rechter is ontnomen)
Volksvertegenwoordiging Passief kiesrecht
(recht om gekozen te worden)
Actief kiesrecht
(recht om te kiezen)
Gemeenteraad Ingezetenen met de nationaliteit van een EU-lidstaat
Ingezetenen met een andere nationaliteit die vijf jaar of langer legaal in Nederland verblijven
Eilandsraad Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit
Ingezetenen met een andere nationaliteit die vijf jaar of langer legaal in Nederland verblijven
Waterschappen Ingezetenen
Provinciale Staten Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit
Eerste Kamer Personen met de Nederlandse nationaliteit Leden van de Provinciale Staten
Tweede Kamer Personen met de Nederlandse nationaliteit Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit
Nederlanders buiten het Koninkrijk der Nederlanden (briefstem)
Nederlanders in Aruba, Curaçao en Sint Maarten die minimaal 10 jaar ingezetene van Nederland zijn geweest of Nederlanders (en zijn/haar eventuele Nederlandse levenspartner en kinderen) die in Nederlandse openbare dienst in Aruba, Curaçao of Sint Maarten werkzaam zijn (briefstem)
Europees Parlement Personen met de Nederlandse nationaliteit
Ingezetenen van het Europese deel van Nederland met de nationaliteit van een andere EU-lidstaat
Ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit
Ingezetenen van het Europese deel van Nederland met de nationaliteit van een andere EU-lidstaat
Nederlanders in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (briefstem)
Nederlanders buiten het Koninkrijk der Nederlanden die - indien zij in een EU-lidstaat wonen - verklaren niet deel te zullen nemen aan de verkiezingen in een andere EU-lidstaat (briefstem)

Geschiedenis in NederlandBewerken

Zie ook Evolutie van het kiesrecht in Nederland

Grondwet van 1814Bewerken

De Staten-Generaal bestond uit één Kamer met 55 leden. Ze werden per provincie door Provinciale Staten gekozen en hadden 3 jaar zitting. De adel kreeg de garantie dat ten minste een vierde deel van het aantal leden van de Staten-Generaal uit zijn midden gekozen zou worden.[9]

In afwijking van artikel 56 (benoeming door de Staten der Provinciën) werden de eerste maal de leden van de Staten-Generaal benoemd door de soevereine vorst, hoewel dit nergens was bepaald.

Grondwet van 1815Bewerken

Er kwamen twee Kamers. De Eerste Kamer werd benoemd door de koning.

Grondwetsherziening van 1848Bewerken

Er kwam rechtstreekse verkiezing van Tweede Kamer, gemeenteraden en Provinciale Staten op grond van het censuskiesrecht en indirecte verkiezing van de Eerste Kamer waarbij alleen de rijksten uit iedere provincie lid kunnen worden.

Grondwetsherziening van 1887Bewerken

Er kwam een aanzet tot algemeen kiesrecht, doordat het befaamde "caoutchouc-artikel" het censuskiesrecht vervangt, bepalend dat kiesrecht wordt toegekend aan mannen met zekere "kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Door het stellen van steeds lagere eisen wordt het aantal kiesgerechtigden in de jaren daarna fors uitgebreid. Ook worden de mogelijkheden om lid te worden van de Eerste Kamer verruimd.

Grondwetsherziening van 1917Bewerken

Voortaan mogen alle mannen ouder dan 23 jaar stemmen en is er passief vrouwenkiesrecht. De evenredige vertegenwoordiging wordt ingevoerd ter vervanging van het districtenstelsel.

Grondwetsherziening van 1922Bewerken

Het actief vrouwenkiesrecht krijgt een basis in de Grondwet, nadat het al in 1919 bij gewone wet is ingevoerd.

Grondwetsherziening van 1963Bewerken

De kiesgerechtigde leeftijd wordt verlaagd van 23 naar 21 jaar.

Grondwetsherziening van 1972Bewerken

De kiesgerechtigde leeftijd wordt opnieuw verlaagd, ditmaal tot 18 jaar.

Aruba, Curaçao en Sint MaartenBewerken

Het kiesrecht voor de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten is voorbehouden aan ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit. De leeftijd voor het actief kiesrecht is op 18 jaar gesteld. De leeftijd voor het passief kiesrecht is 18 jaar voor de Staten van Curaçao en van Sint Maarten en 21 jaar voor de Staten van Aruba.

SurinameBewerken

  Zie Kiesrecht in Suriname voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het kiesrecht werd in Suriname ingevoerd met de oprichting van de Koloniale Staten in 1865. In 1936 werd een nieuwe staatsregeling van kracht en in 1948 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd. In 1975 werd Suriname een onafhankelijke republiek. In de Grondwet voor de Republiek Suriname werd het algemeen kiesrecht verankerd. Vanaf 1980 bestuurde de Nationale Militaire Raad het land. De grondwet werd in haar werking geschorst en het parlement werd buiten werking gesteld. In 1985 werd een gekozen Nationale Assemblée geïnstalleerd die een nieuwe grondwet opstelde waarin het algemeen kiesrecht weer was opgenomen.

Kiesrecht in de Europese UnieBewerken

Onderdanen van alle EU-lidstaten zijn ook kiesgerechtigd voor de Europese verkiezingen. Wanneer een EU-staatsburger (legaal) in een ander Europese lidstaat woont mag hij kiezen om voor de kandidaten van zijn eigen land of de kandidaten van het land waarin hij woont te stemmen.[2]

DiscussiesBewerken

Het recht is in de geschiedenis een veelvuldig onderwerp van discussie geweest sinds de totstandkoming van de democratie. Bepaalde mensen of groepen willen stemrecht uitbreiden tot achtergestelde sociale groepen, terwijl andere de selectie van het aantal kiesgerechtigden smaller willen maken of houden.

Eén recent voorbeeld van een stemrechtdebat was het conflict in Zuid-Afrika, waar onder de apartheid de blanke minderheid de zwarte meerderheid niet toestond om te stemmen. Dit systeem werd in 1994 afgeschaft met de eerste volledig vrije meerpartijenverkiezingen.