Johannes Marcus

Johannes Marcus, kortweg Marcus (of ook: Markus) (Johannes komt van het Hebreeuwse: מרקוס: "JHWH heeft gunst betoond" of "JHWH is goedgunstig geweest”; Marcus van het Griekse: Μάρκος), was een metgezel van de apostel Paulus en Barnabas. Zijn naam is samengesteld: Johannes is een Joodse naam, Marcus een Romeinse. Volgens de overlevering was hij Marcus de evangelist, de schrijver van het Evangelie volgens Marcus.

Vermeldingen in HandelingenBewerken

Johannes Marcus wordt enkele keren in het boek Handelingen van de Apostelen in het Nieuwe Testament genoemd. In de eerste vermelding wordt gezegd dat Petrus naar het huis van zijn moeder ging.[1] Daarna wordt hij genoemd als de metgezel van Paulus en Barnabas.[2]

De laatste keer dat Johannes Marcus wordt genoemd, is kort na het verslag van het Concilie van Jeruzalem:

Barnabas wilde ook Johannes Marcus meenemen, maar Paulus voelde daar niets voor, omdat hij hen in Pamfylië in de steek had gelaten en niet langer had deelgenomen aan hun zendingswerk. Een en ander leidde tot grote onenigheid, zodat ze uit elkaar gingen en Barnabas samen met Marcus naar Cyprus vertrok.[3]

Waarschijnlijk heeft dit betrekking op de gebeurtenis waar over "Johannes" wordt gesproken.[4] Deze Johannes had zich bij het gezelschap gevoegd in Antiochië.[5]

TraditiesBewerken

Traditioneel wordt hij beschouwd als Marcus, de schrijver van het evangelie volgens Marcus. Onder andere Papias, Origenes en Tertullianus dichtten hem die rol toe.

Volgens sommige tradities was Marcus de man die water bracht naar het huis waar het Laatste Avondmaal plaatsvond.[6] Toen Jezus in de nacht gevangen werd genomen, kwam er een jongeman kijken wat er gaande was. Hij had alleen een doek (chlamys) om zijn lichaam geslagen. Toen hij gegrepen werd, liet hij de doek achter en nam naakt de vlucht.[7] Aangezien alleen Marcus deze jongeman noemt, veronderstellen sommigen dat Marcus deze jongeman was.[8]

Sommige tradities nemen aan dat ook naar hem wordt verwezen met het Romeinse deel van zijn naam "Marcus", zoals in 2 Timoteüs 4:11 en Filemon 24. Ook in Kolossenzen 4:10 noemt Paulus een Marcus, de neef van Barnabas, waarvan sommige tradities deze identificeren als Johannes Marcus.

Ten slotte noemt Petrus "mijn zoon Marcus" in 1 Petrus 5:13. Sommige tradities stellen deze Marcus zowel gelijk aan Johannes Marcus als aan Marcus de evangelist en nemen aan dat het Evangelie volgens Marcus daarmee vooral is gebaseerd op de overlevering door Petrus.[9] Papias beweert dat de apostel Johannes placht te zeggen:

Marcus werd de tolk van Petrus en schreef nauwkeurig, weliswaar niet in volgorde, alles op wat hij zich herinnerde van wat de Heer had gezegd of gedaan. Marcus deed er niet verkeerd aan toen hij aldus sommige dingen uit zijn herinnering optekende. Want voor één ding droeg hij zorg: niets weg te laten van wat hij gehoord had en zich daarin niet aan valse beweringen schuldig te maken.[10]

FeestdagBewerken

De Evangelist Marcus wordt in de Rooms-Katholieke Kerk gevierd op 25 april, behalve als 25 april samenvalt met Pasen of het octaaf van Pasen. Dan wordt het feest verplaatst naar de volgende week.