Hoofdmenu openen

Jan IV van Glymes van Bergen

politicus uit België (1528-1567)

Jan IV van Glymes, markies van Bergen (Borgvliet bij Bergen op Zoom, 1528 - Segovia, 21 mei 1567) was een Nederlandse edelman. Zijn ouders waren Anton van Glymes en Jacqueline van Croÿ, dochter van Hendrik van Croÿ. Hij was markies van Bergen op Zoom en graaf van Walhain in Brabant; hij was ook stadhouder van Henegouwen.

Jan IV van Glymes
1528 - 1567
JanIVglymes.gif
Markies van Bergen op Zoom
Periode 1541 - 1567
Voorganger Anton van Glymes
Opvolger Maria Margaretha van Merode
Stadhouder van Henegouwen (Filips II)
Periode 1560 - 1566
Voorganger Karel van Brimeu
Opvolger Filips van Noircarmes
Vader Anton van Glymes
Moeder Jacqueline van Croÿ
Jan IV van Glymes van Bergen

JeugdBewerken

Toen Anton van Glymes, de eerste markies van Bergen op Zoom, overleed, werd hij opgevolgd door zijn oudste zoon Jan. Deze was nog te jong en zijn moeder, Jacqueline van Croÿ, zou tot 1550 aangesteld worden tot regentes. Het regentschap van Jacqueline van Croÿ staat bekend als een niet al te goede periode in Bergen op Zoom. Toen zij in 1542 een familielid aanwees als drossaard van de stad, liep de situatie zo uit de hand dat de landsheer, Karel V, moest ingrijpen.

De opvoeding van Jan kreeg veel aandacht. De familie Glymes stond in hoog aanzien en zo kreeg Jan een plaats aan het hof van Maria van Hongarije, de landvoogdes. Daar maakt hij kennis met hoogadellijke zonen uit de Nederlanden, waaronder de vijf jaar jongere Willem van Oranje. Omdat Karel V eiste dat Willem van Oranje een katholieke opvoeding kreeg werd hij ook ondergebracht bij Maria van Hongarije.

Toen in 1549 de kroonprins, Filips, naar de Nederlanden kwam, kregen Jan IV en Willem van Oranje de eer hem te mogen afhalen in Noord-Italië. De kroonprins was geen aardige reisgezel; hij sprak geen Nederlands en voelde zich, evenals de meegereisde edelen (waaronder de hertog van Alva) verheven boven hun gezellen. Maria organiseerde een groot feest op haar nieuwe paleis in Binche, waaronder een toernooi. Jan IV was sportief en nam deel aan het toernooi, hij was een van de favorieten. Onder de ogen van de kroonprins won hij het toernooi. Het gezelschap trok verder richting Antwerpen en Den Bosch en deed ook Bergen op Zoom aan.

Markies van Bergen op Zoom (1550 – 1567)Bewerken

Op 25 april 1550 trouwde Jan IV met Maria van Lannoy, dochter van Jan van Lannoy, heer van Molenbeke en lid van de Orde van het Gulden Vlies. Op 9 juli 1550 werd te Turnhout het huwelijk ingezegend. Drie dagen later arriveerde het paar in Bergen op Zoom, de volgende dag vond de Blijde Inkomst plaats in het Markiezenhof en Jan IV werd benoemd tot markies. Jan had geld genoeg voor een huwelijksfeest, want hij had in mei van dat jaar een lening afgesloten bij Karel V.

Jan IV begon met het reorganiseren van het Bergse stadsbestuur. De markies moest echter vaak zijn werk onderbreken om als diplomaat of legeraanvoerder op te treden. In 1554 kreeg hij de opdracht om, samen met Egmond, naar Engeland te gaan om het huwelijk te regelen tussen Filips II, koning van Spanje, en Maria Tudor, koningin van Engeland. Dit huwelijk eindigde in 1558 met de dood van Maria.

In 1555 trad Karel V af ten gunste van zijn zoon Filips II. Spanje was weer in oorlog met Frankrijk en de nieuwe landsheer had geld nodig. De verschillende staten werkten echter slecht mee. Dit zorgde voor wrijving. Filips luisterde ook liever naar zijn Spaanse ambtenaren dan naar een lid van de Raad van State. Deze Raad van State was een adviescollege van hoge edelen, zoals Willem I van Oranje, Egmond en Hoorne; Jan IV was ook lid van deze raad.

Diplomaat en legerleiderBewerken

Jan IV stond bekend als een goede legeraanvoerder, maar was beter bekend als diplomaat; Karel V en Filips II vertrouwden hem vele opdrachten toe, ook de landvoogdessen Maria en Margaretha van Parma deden vaak een beroep op hem. Samen met Willem van Oranje speelde hij een belangrijke rol in de centralisatiepolitiek van het Spaanse rijk en het optreden van de koning tegen de protestanten in de Nederlanden. Van 1556 tot 1560 was Jan IV dan ook lid van de Raad van State. Omdat hij vaak achter Oranje, Egmond en Hoorne stond, is hij dan ook na 1560 niet meer benoemd door Filips II.

Als legeraanvoerder stond Jan aan het hoofd van een bende van ordonnantie, zo’n tweehonderd man sterk. Toen Hendrik II van Frankrijk in 1552 de bisdommen Metz, Toul en Verdun binnenviel, werd Jan IV opgeroepen om mee te strijden. Begin januari gaf Alva de belegering op en de drie bisdommen kwamen voorgoed bij Frankrijk. In 1556 volgde er een wapenstilstand van vijf jaar met Frankrijk. Filips II besloot Jan IV te belonen met een zetel in de Raad van State en lidmaatschap van de Orde van het Gulden Vlies.

Stadhouder van HenegouwenBewerken

In 1560 werd Jan door Filips II benoemd tot stadhouder van Henegouwen en gouverneur van Valencijn. Valencijn was op dat moment een onrustige stad, de calvinisten en de crisis in de textielnijverheid zorgden voor problemen. Jan moest dan ook zijn thuisresidentie, Bergen op Zoom, verruilen voor Valencijn. Op 7 juli 1560 hield Jan een Blijde Inkomst in Bergen, de hoofdstad van Henegouwen.

Liga van de Hoge AdelBewerken

In 1559 vertrok Filips II voorgoed naar Spanje. Margaretha van Parma werd landvoogdes. Margaretha wist weinig van de Nederlanden; Filips II raadde haar aan om zich te laten leiden door de Achterraad, een college van drie ambtenaren en vertrouwelingen van de koning. De Raad van State werd zo buitenspel gezet.

De belangrijkste persoon in de Achterraad was de 21-jarige theoloog en bisschop van Atrecht Granvelle. Zijn vader, een trouwe dienaar van Karel V, was door Karel in de adelstand verheven. Granvelle had dus geen adellijke stamboom en werd daardoor als zwaardadel gezien. Doordat de bisschop meer macht had dan de hoge adel, werd deze dan ook tegengewerkt door onder anderen van Oranje, Hoorne en Glymes.

Toen Filips II besloot om veertien nieuwe bisdommen in te stellen en zo zijn macht te vergroten, groeide het verzet alleen maar. Doordat de koning de ambten in een bisdom benoemde, kreeg hij namelijk meer macht. Deze situatie verergerde de zaak. Nadat Granvelle benoemd werd tot kardinaal en aartsbisschop van Mechelen, stond de situatie op springen. Door deze toewijzingen was Granvelle namelijk de machtigste man in de Staten van Brabant, en dit was onacceptabel voor de heren van hoge adel, zeker nu het iemand betrof zonder adellijke stamboom.

Om de benoeming van Granvelle tegen te gaan verenigden de hoge heren zich in de Liga van Hoge Adel. Via deze liga probeerden ze druk uit te oefenen op de koning.

Jan IV was een van de leden van deze raad. Uiteindelijk gaf Filips II dan ook toe en Granvelle moest het veld ruimen toen de landvoogdes partij trok voor de Liga. De koning zette echter grote delen van zijn beleid door, vooral het beleid tegen de protestanten, waar Jan IV en Floris van Montigny dan ook protest tegen aantekenen. Ook het verzoek, onder anderen van Jan IV, om edelen toe te laten in de Raad van State negeerde de koning.

Als er door de toenemende aanhang van het calvinisme onlusten dreigden in Doornik en Valencijn, moest Jan IV deze voorkomen. Doordat zijn broer Robert echter in Luik een beroerte kreeg, kon hij niet aanwezig zijn. Uiteindelijk liep de situatie in Valencijn zo uit de hand, dat de landvoogdes ingreep en met troepen de stad binnentrok. Deze situatie verslechterde de relatie met de landvoogdes. Doordat ook Granvelle in rapporten aan Filips II veel kritiek op hem uitte, zag Jan IV zich genoodzaakt in verschillende brieven aan de koning verantwoording af te leggen.

CompromisBewerken

Vanaf 1560 won het calvinisme steeds meer terrein in de Nederlanden. De wetten (plakkaten) die Filips II tegen de protestanten afkondigde, gaven problemen, doordat de meeste steden niet voelden voor een strikte uitvoering ervan. Op 26 juli 1563 verklaarden Willem van Oranje en Jan IV aan de landvoogdes dat zij af wilden van deze wetten. De hoge adel besloot, onder leiding van Oranje, de handen ineen te slaan met de lage adel. Dit verbond staat bekend als het Eedverbond der Edelen. Op 13 maart 1566 ontmoette de lage adel de hoge adel in Hoogstraten; niet alleen Glymes, maar ook Egmond en Hoorne waren daarbij aanwezig. Op 5 april 1566 boden tweehonderd leden van het Eedverbond onder leiding van Hendrik van Brederode in Brussel een smeekschrift aan aan de landvoogdes, Margaretha van Parma.

OverlijdenBewerken

Op 8 januari 1566 vroeg Jan IV ontslag als stadhouder van Henegouwen. Willem van Oranje, Floris van Montigny, Hoorne en Egmond volgden hem hierin; het was bedoeld als protest tegen de inquisitie en de plakkaten van Filips II. Op 10 april 1566 besloot de Raad van State twee edelen naar de koning in Spanje te sturen om het smeekschrift van het Eedverbond toe te lichten. De keuze viel op Montigny en Glymes. Op 28 april 1566 liep Glymes een grote wond op aan zijn scheenbeen toen hij in Brussel langs een kolfbaan liep en geraakt werd door een houten bal. Montigny vertrok op 29 mei alleen naar Spanje.

Op 1 juli 1566 voelde Jan zich sterk genoeg om ook naar Spanje te reizen. Meermaals moest hij langere tijd rusten, omdat de wond weer opspeelde. Filips II ontving Jan IV allervriendelijkst en wees hem zijn zomerverblijf in Segovia toe. Op 22 augustus mochten Montigny en Jan IV het compromis toelichten aan de koning. Dit leidde echter tot niets; de koning liet zelf troepen uit Duitsland komen om de orde te houden, in de Nederlanden was namelijk de Beeldenstorm uitgebroken.

Op 29 augustus 1566 ging Jan IV weer terug naar Segovia om te herstellen. Op 31 december beseften Montigny en Glymes dat hun pogingen om de koning te overtuigen mislukt waren; de koning stuurde Alva naar de Nederlanden om de orde te handhaven. Met Jan IV ging het weer slecht en zo stierf hij op 39-jarige leeftijd in Segovia. Zijn laatste wens was begraven te worden in Bergen op Zoom; zijn stoffelijk overschot werd op 1 september 1567 bijgezet in het nieuwe familiegraf in de Sacramentskapel van de St.-Gertrudiskerk. Bij de bijzetting waren onder anderen Alva en Egmond aanwezig. Jan IV had geen kinderen; hij was de laatste Glymes-heer van Bergen op Zoom en het markiezaat ging dan ook over in ‘vreemde’ handen.

VooroudersBewerken

Voorouders van Jan IV van Glymes
Overgrootouders Jan II van Glymes (1417-1494)
∞ 1444
Margaretha van Rouveroy (?-?)
Guy van Brimeu (1433-1477)

Antoinette van Rambures (-)
Filips I van Croÿ (graaf van Porcéan) (1435-1511)
∞ 1455
Jacoba van Luxemburg (–1511)
? (-)

? (-)
Grootouders Jan III van Glymes (1452–1532)

Adriana van Brimeu (?-?)
Hendrik van Croÿ (1511-1514)

Charlotte de Chateaubriand (–1509)
Ouders Anton van Glymes van Bergen (1500-1541)

Jacqueline van Croÿ (1202-1280)
Jan IV van Glymes (1528-1567)

BronBewerken