Hoofdmenu openen

Bladdimorfie is de botanische term voor het verschijnsel dat aan een plant twee verschillende soorten bladeren voorkomen. De term heterofyllie slaat op eventueel nog meer vormen van bladeren aan een plant. Bladdimorfie komt onder andere voor bij de varens. Zo hebben bij de struisvaren (Matteuccia struthiopteris) de onvruchtbare bladeren geveerde, gelobde of gedeelde blaadjes en zijn de vruchtbare bladeren geveerd met deelblaadjes die tot aan de nerf ingerold zijn.

Ook bij Selaginella (Engels mos) is een heterofylle plant: er bevinden zich aan de liggende of opstijgende stengels twee rijen bovenliggende bladen en twee rijen, vaak iets grotere zijbladeren.

Klimop vertoont ook bladdimorfie: de stengelbladen hebben de bekende klimop-bladvorm, maar de bloeistengels hebben bladen zonder de kenmerkende lobben.

Planten die slechts één vorm van bladeren hebben, zoals de wijfjesvaren (Athyrium filix-femina), worden isomorf, monomorf of eenvormig, isofyl of homofyl (gelijkbladig) genoemd.

Het verschijnsel van heterofyllie is verder waarneembaar bij waterplanten, waar er een onderscheid kan zijn tussen de onderwaterbladen en de drijfbladen. Bij de fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis) zijn de onderwaterbladen fijn verdeeld in draadvormige slippen en de drijfbladen hebben een min of meer aaneengesloten bladschijf, daarnaast zijn er nog overgangsbladen. Deze vorm van heterofyllie is een aanpassing aan het milieu.