Hoofdmenu openen

Het Ganggrab Steenberg (ook wel Großsteingrab Steenberg of Hatten 2 genoemd) is een ganggraf uit het neolithicum in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het wordt aangeduid met Sprockhoff-Nr. 926. Het is onderdeel van de Straße der Megalithkultur.

Großsteingrab Steenberg
Großsteingrab Steenberg (Nedersaksen)
Großsteingrab Steenberg
Situering
Coördinaten 52° 60′ NB, 8° 20′ OL
Informatie
Datering 3500 - 2800 v.Chr.
Periode neolithicum
Cultuur trechterbekercultuur
Foto's
Steenbelrp.jpg
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

KenmerkenBewerken

Het megalithisch bouwwerk werd tussen 3500 en 2800 v.Chr. opgeriht en wordt toegeschreven aan de trechterbekercultuur.

 
Schematische tekening

De Steenberg (Steinberg) ligt in het noorden van Naturpark Wildeshauser Geest ten zuidoosten van Hatten (Sandhatten) in het Landkreis Oldenburg in Nedersaksen.

Het ganggraf is west-oost georiënteerd en behoort tot het type Emsländische Kammer. Het ligt in een eikenbos en is relatief goed behouden gebleven. Toch zijn vele stenen niet meer in situ. De kamer is 16,3 meter lang en 2 meter breed. Van de oorspronkelijke 22 draagstenen zijn er maar 2 verdwenen. Echter zijn van de oorspronkelijke 10 dekstenen nog 3 aanwezig. Er zijn sporen van een dekheuvel en kransstenen die aantonen dat de kamer in een ovalen krans lag.

De resten van een sterk vernield hunebed met Sprockhoff Nr. 925 liggen ongeveer 500 meter ten zuidwesten van het centrum van Hatten in een weiland. Dit hunebed is in de jaren 1930 uitgegraven.

LiteratuurBewerken

  • Anette Bußmann: Steinzeitzeugen. Reisen zur Urgeschichte Nordwestdeutschlands. Isensee Verlag, Oldenburg 2009, ISBN 978-3-89995-619-1, S. 103.
  • Jörg Eckert: In: Archäologische Denkmäler zwischen Weser und Ems. Isensee 2000, ISBN 3-89598-752-2, S. 353.
  • Mamoun Fansa: Zwei Großsteingräber in Hatten. Führer zu archäologischen Denkmälern in Deutschland 31. Stuttgart 1995, S. 156f.
  • Ernst Sprockhoff: Atlas der Megalithgräber Deutschland. Teil 3: Niedersachsen – Westfalen. Rudolf Habelt Verlag, Bonn 1975, ISBN 3-7749-1326-9, S. 129.