Hoofdmenu openen

Graecopithecus freybergi

geslacht uit de familie mensachtigen

Graecopithecus freybergi is een uitgestorven mensachtige.

Graecopithecus freybergi
Graecopithecus (from PLoS ONE).jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Hominidae (Mensachtigen)
Geslacht:Graecopithecus
Soort
Graecopithecus freybergi
Ralph von Koenigswald, 1972
Afbeeldingen Graecopithecus freybergi op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Graecopithecus freybergi op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Van de soort werd in mei 2017 gesteld dat zijn bestaan de menselijke geschiedenis zou herschrijven. Fossielen van de soort werden ontdekt in het huidige Griekenland en Bulgarije.

Inhoud

Vondst en naamgevingBewerken

In 1944 groef de Duitse bezettingsmacht nabij Athene op de locatie Tour la Reine of Pyrgos Vassilissis Amalia een kuil voor de aanleg van een kazemat. Daarbij werden fossielen gevonden; de Duitse paleontoloog Bruno von Freyberg borg daarbij ook de onderkaak van een primaat. Tegenwoordig is er een voorstad over de locatie heen gebouwd en ligt de groeve onder een particulier zwembad.

In 1951 wees Von Freyberg de onderkaak toe aan Mesopithecus.

In 1972 echter benoemde de Nederlandse paleontoloog Gustav Heinrich Ralph von Koenigswald de vondst, na verdere preparatie, als een nieuw geslacht en soort: Graecopithecus freybergi. De geslachtsnaam is een combinatie van het Latijn Graecus, "Grieks", en het Oudgrieks pithekos, "aap". De soortaanduiding eert Von Freyberg. Het holotype dat geen gepubliceerd inventarisnummer heeft, komt uit een laag die uit het Messinien stamt en 7 175 000 jaar oud is. Het betreft een onderkaak van een volwassen individu die de tanden bewaart tot en met de derde kies.

Het dier kreeg maar weinig aandacht. Sommige onderzoekers zagen Graecopithecus als een ouder synoniem van Ouranopithecus, anderen als een ongeldige nomen dubium.

 
De vierde premolaar

In 2012 werd een vierde premolaar gevonden, specimen RIM 438/387, bij het Bulgaarse Asmaka in even oude lagen. Ter vergelijking werd het holotype van Graecopithecus opnieuw geprepareerd in het Natural History Museum. Daarbij bleek de vierde premolaar in wezen identiek aan die van Graecopithecus. Op basis van de hierbij verworven informatie concludeerden in 2017 Nikolai Spassov van de Bulgaarse Wetenschapsacadamie (Balgarska akademiya na naukite, БАН), Madelaine Böhme van de Universiteit van Tübingen en paleoanthropoloog David Begun van de Universiteit van Toronto, dat het taxon niet identiek was aan Ouranopithecus maar ook geen nomen dubium. Daarbij stelden ze dat de soort nauwer verwant was aan de moderne mens dan aan de chimpansee.

BeschrijvingBewerken

Graecopithecus heeft ongeveer de grootte van een volwassen chimpanseevrouw.

De beschrijvers wisten een onderscheidende combinatie van kenmerken vast te stellen. De boog van de onderkaak is vooraan smal en achteraan licht uiteengaand. De symfyse, het vlak waar de onderkaakshelften vergroeid zijn, toont onderaan en bovenaan een zwakke torus overdwars, een ringvormige structuur op de achterkant; het binnenste vlak ervan, onder de voorste tanden, maakt een hoek van 37° met het vlak van de tandkassen. Het lichaam van de kaak is smal en hoog; ter hoogte van de tweede kies is de dikte overdwars maar 53% van de hoogte. De kiezen zijn "megadont" zodat de tweede kies ongeveer even breed is als de kaaktak die hem draagt. Afgaande op de grootte van de wortels neemt de tandgrootte van de eerste tot en met de derde kies toe. Het tandemail is dik. De tandwortels zijn kort. De premolaren en de derde kies hebben een dubbele tandwortel. Bij de vierde premolaar zijn de voorste en de achterste wortel aan de bovenste buitenzijde met elkaar versmolten. De eerste kies heeft drie wortels; de tweede kies drie of twee. Bij de eerste en tweede kies is de punt van de buitenste wortel gevorkt. De kiezen hebben lage pulpaholten met stompe uitlopers naar de wortels. Het aantal pulpakanalen bij de premolaren en kiezen is laag.

FylogenieBewerken

Von Freyberg zag in 1951 het dier als een lid van de Apen van de Oude Wereld. Von Koenigswald echter beschouwde het als een van de mensapen, in traditionele zin, dus zonder de mensen erbij.

Op basis van de twee fossielen werd in 2017 gesteld dat ze toebehoorden aan een aapachtige met mensachtige tanden. Het zou het oudste bekende lid zijn van de Hominini, de tak binnen de Homininae die naar de mensen loopt, dat ongeveer 7,2 miljoen jaar geleden op aarde rondliep. Dat maakt die soort 200 000 jaar ouder dan de recordhouder tot dan toe: Sahelanthropus. Daarbij leefde die laatste in Centraal-Afrika. De studie concludeerde dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee in Europa, meer bepaald in het oosten van het Middellandse Zeegebied, moest hebben geleefd. De interpretatie zou bevestigd worden door de vondst van 5,7 miljoen oude voetsporen van rechtoplopende Homini bij Trachilos in het westen van Kreta. Andere experts zijn echter terughoudend tot skeptisch over de studie.

LevenswijzeBewerken

Het voedsel van Graecopithecus voedsel bestond, aldus de studie, uit de harde en droge vegetatie van de savanne. Volgens de studie zou door een klimaatsverandering in Oost-Europa zijn leefgebied omgevormd geweest zijn tot een open savanne, in tegenstelling tot de habitat van de huidige mensapen die in bossen leven. Daardoor had Graecopithecus net als de mens brede kiezen en dik tandglazuur.