Gebruiker:Johan Lont/Allochtonen in Nederland

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woonden er in Nederland in 2000 1,1 miljoen personen die tot de minderheidsgroepen behoorden. Dat is 7% van alle inwoners. De definitie van het begrip 'minderheden' gaat uit van:

  • nationaliteit
  • geboorteland
  • geboorteland van de ouders

Als iemand zelf òf één van beide ouders in Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba, Marokko of Turkije is geboren, wordt hij of zij tot de minderheden gerekend. ??? [ zie ook het pdf document van CBS over allochtonen ]

Allochtoon

HistorieBewerken

<nog te schrijven>
  • 1. chinezen
  • 2. molukkers
  • 3. italiaanse en spaanse 'gastarbeiders'
  • 4. turken en marokanen (jaartallen, aantallen, economische sectoren (ongeschoold werk - fabrieken) , kenmerken
  • 5. surinamers en antillianen
  • 6. asielzoekers (aantallen - schommelingen door de jaren heen)
  • 7. gezinsvorming en gezinshereniging

Huidige positie van minderhedenBewerken

Integratie

  • het integratiedebat

Regionale verschillenBewerken

Het percentage minderheden verschilt sterk van plaats tot plaats. Dat blijkt uit onderstaande tabel, met de Nederlandse regio's met meer dan 3% minderheden (in het jaar 2000).

Regio's Inwoners Minderheden Percentage
Groot-Amsterdam 1160578 202095 17.4
Agglomeratie 's-Gravenhage 715300 119965 16.8
Groot-Rijnmond 1335039 191790 14.4
Zaanstreek 150964 15520 10.3
Flevoland 317206 29700 9.4
Utrecht 1107849 86995 7.9
Zuidoost-Zuid-Holland 410267 28575 7.0
Agglomeratie Haarlem 217434 14260 6.6
Zuidwest-Overijssel 135578 8170 6.0
Midden-Noord-Brabant 440050 26230 6.0
Twente 596394 32940 5.5
West-Noord-Brabant 590894 32045 5.4
Arnhem/Nijmegen 690556 37375 5.4
Oost-Zuid-Holland 321488 17385 5.4
Delft en Westland 231062 11770 5.1
Het Gooi en Vechtstreek 232669 11630 5.0

In de overige regio's ligt het percentage minderheden tussen de 1.3% en 5%.

DefinitiesBewerken

Voor het CBS is het geboorteland (van de persoon of de ouders) bepalend. Definities worden met verschillende doelen gegeven. Een woordenboekdefinitie probeert te zeggen "wat wordt over het algemeen onder dit woord verstaan". Een Statistisch Bureau als het CBS heeft een exacte definitie nodig, waarmee eenvoudig is te bepalen of iemand wel of niet tot de allochtonen gerekend wordt, omdat ze anders geen betrouwbare cijfers kunnen produceren. Nationaliteit is geen goede indicator, omdat veel allochtonen de Nederlandse nationaliteit hebben, met name ook Antillianen en veel Surinamers. Geboorteland heeft ook zijn beperkingen. Ik hoorde eens van een geval, waarbij het kind van Nederlandse ouders die is geboren op het moment dat zijn ouders voor hun werk een paar jaar in Suriname woonden, bij de allochtonen gerekend werd. Het belang van een exacte definitie werd nog groter, door de invoering van de ‘Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen’ (WBEAA), die in 1998 werd vervangen door de Wet Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden (Wet Samen). De WBEAA verplichtte werkgevers om het aantal allochtone werknemers te registreren. De CBS publicatie Allochtonen in Nederland 2003 gaat uit van deze definitie:
Allochtonen zijn allen die in Nederland woonachtig zijn en:
  • zelf in het buitenland zijn geboren met minstens één in het buitenland geboren ouder (eerste generatie);
  • zelf in Nederland zijn geboren met eveneens minstens één in het buitenland geboren ouder (tweede generatie).
Kort geformuleerd is de definitie: Een allochtoon is een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. (Dus nationaliteit speelt geen rol).
Voor onderwijsstatistieken gelden weer andere definities.
Binnen de groep allochtonen worden twee subgroepen onderscheiden:
  • Westerse allochtonen: Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika, Japan, Oceanië en Indonesië.
  • Niet-westerse allochtonen: Afrika, Azië (excl. Japan en Indonesië), Zuid- en Midden-Amerika en Turkije.
De hiervoor genoemde publicatie heeft daarnaast nog definities van de termen: immigranten, minderheden, asielmigranten, asielzoekers.
Doelgroepen van het integratiebeleid etnische minderheden zijn (v.a. 1983) mensen uit Turkije, Marokko, Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba, Griekenland, Italië, voormalig Joegoslavië, Portugal, Spanje, Kaapverdië en Tunesië, alsmede de in ons land woonachtige kinderen van genoemde personen. Daarnaast behoren de in ons land verblijvende Molukkers, vluchtelingen (statushouders), woonwagenbewoners en zigeuners tot de doelgroepen van het integratiebeleid etnische minderheden.
Doelgroep van de Wet SAMEN zijn alle in ons land woonachtige personen die geboren zijn in voormalig Joegoslavië, Turkije, Zuid- en Midden-Amerika, Afrika, Azië (inclusief de Molukken, met uitzondering van Japan en voormalig Nederlands-Indië), en hun kinderen. (Dit zijn de niet-westerse allochtonen plus de mensen uit voormalig Joegoslavië. )


BronBewerken

CBS