Garmt Stuiveling

Nederlands schrijver
Garmt Stuiveling (1980)

Garmt Stuiveling (Stroobos, 21 december 1907Hilversum, 11 mei 1985) was een Nederlands dichter en literator. Hij publiceerde voor de Tweede Wereldoorlog in onder meer het literair tijdschrift Forum.

Inhoud

BiografieBewerken

Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1931, Elementen, waarin natuurlyriek en socialisme elkaar afwisselden.[1] Ook in verschillende revolutionaire en socialistische bloemlezingen verschenen artikelen en gedichten van zijn hand, zoals in Tijdsignalen (samengesteld door Henriette Roland Holst, 1929), De student voor den vrede (1931) en Het roode lied van heden (1932).

Zijn bekendheid verkreeg hij vooral als wetenschapper en door zijn rol in het maatschappelijk leven. In 1950 werd hij aan de Amsterdamse Gemeente Universiteit (nu Universiteit van Amsterdam) hoogleraar voor de nieuwe richting Taalbeheersing. In 1956 werd hij bovendien hoogleraar Nederlandse letterkunde. Hij bezorgde onder meer de (tot nu toe) definitieve tekst van de Volledige Werken van Multatuli (deel 1-17).

Maatschappelijk gezien vervulde hij een grote rol in de sociaaldemocratische beweging; hij was pacifist, geheelonthouder en al voor de oorlog lid van de SDAP. Hij had een vooraanstaande positie in tal van organisaties, instellingen en verenigingen. In 1953 nam hij (met Kees Lekkerkerker, Piet Meertens en Jac. van Hattum) zitting in de raad van advies van de non-commerciële Literaire Uitgeverij De Beuk van Wim Simons, Johan Polak en Frits Knuf. Na zijn emeritaat was hij voorzitter van meer dan 25 instellingen.

PersoonlijkBewerken

In 1935 trouwde hij met de schrijfster Mathilde van Vierssen Trip (1907-2010). Zij schreef onder het pseudoniem Merijn Trip. Zij kregen een zoon en drie dochters. Hun dochter Saskia Stuiveling was staatssecretaris in het Kabinet-Van Agt II en president van de Algemene Rekenkamer.

WerkenBewerken

  • Een nieuwe jeugd, een nieuwe wereld (1928)
  • Het vraagstuk van de vrede (1929)
  • De studenten en het militaire vraagstuk (1931)
  • Elementen (1931)
  • Verzen van nu (1933)
  • Versbouw en ritme in de tijd van '80 (dissertatie, 1934)
  • De Nieuwe Gids als geestelijk brandpunt (1935)
  • Erasmus (1936)
  • Wegen der poëzie. Beknopte beschouwingen over de Nederlandsche dichtkunst sinds de oorlog (1936)
  • De briefwisseling Vosmaer - Perk (1938)
  • De Briefwisseling Vosmaer - Kloos (1939)
  • Jacques Perk, Mathildekrans naar de handschriften (1941)
  • Rekenschap (1941)
  • Een eeuw Nederlandse letteren (1941, 1983[3])
  • Wordend kristal. Kwatrijnen (1945)
  • Herman Gorters kenteringssonnetten (1946)
  • Onvoltooid verslag (1949)
  • Steekproeven (1950)
  • Triptiek. Essays (1952)
  • Alfred Nobel en de Nobelprijzen (1957)
  • Ego en echo (1957)
  • Het korte leven van Jacques Perk. Een biografie (1957)
  • Uren zuid. Drie dozijn ontmoetingen over de grens (1960)
  • Willem Elsschot (1960)
  • Moderne welsprekendheid. Handboek voor mondelinge taalbheersing (1961) (met Maximilian Weller)
  • De muze en Europa (1963)
  • De wording van Perks "Iris" (1963)
  • Dit is Hilversum (1964)
  • Eeuwig gaat voor ogenblik (1965)
  • Esopet. Facsimile-uitgave, ingeleid en toegelicht (1966, 2 delen)
  • Eindstand (1967) (bloemlezing)
  • Vakwerk. Twaalf studies in literatuur (1967)
  • Willens en wetens. Twaalf essays (1967)
  • Memoriaal van Bredero. Documentaire van een dichterleven (1970) (samensteller)
  • Literaire gids van België, Nederland en luxemburg (1972) (met Roger Bodart en Marc Galle)
  • Dichters van vroeger. Een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandse poëzie (1977)
  • Henriëtte Roland Holst (1977) (samensteller)
  • Acht over Gorter : een reeks beschouwingen over poëzie en politiek (1978) (samensteller)
  • Schets van de Nederlandse letterkunde (1980 [32ste druk])
  • Bredero's Groot Lied-boeck (1983)

Externe linkBewerken