Eponiemenlijsten

Wikimedia-lijst

Eponiemenlijsten waren in Assyrië meer dan duizend jaar lang de geijkte manier om de jaartelling bij te houden. Ook in andere delen van Mesopotamië werden jaarnamen uitgevaardigd maar lijsten waarop ze opgesomd werden zijn niet altijd voorhanden.

KenmerkenBewerken

In Assyrië werd aan ieder jaar de naam, een eponiem, van een hoogwaardigheidsbekleder (een limmu) toegekend en deze namen werden bijgehouden op kleitabletten. De limmu had een officiële taak, namelijk om de viering van het Nieuwjaarsfeest te overzien. In het Oud-Assyrische Rijk kon de koning zelf deze functie niet vervullen, maar in latere tijden fungeert vaak de koning zelf als limmu in het jaar van zijn troonsbestijging. Soms kreeg dezelfde persoon meer dan eens de eer toegewezen. Zo was bijvoorbeeld Yahalu drie keer de limmu, in 833, 824 en 821 v.Chr. De eerste twee keer onder Salmanasser III, de laatste keer onder diens opvolger Shamshi-Adad V. In 833 was hij nog masennu maar later werd hij bevorderd tot turtānu. Waarschijnlijk gebeurde dat in 826 of 825 v.Chr. en was dat de reden dat hij een tweede keer door Salmanasser aangewezen werd.[1]

Er zijn negentien kleitabletten met lijsten van limmu's bewaard gebleven. Op sommige van deze kleitabletten werd onderaan de lijst bovendien een totaal van jaren weergegeven ter controle. Zodoende kon bij het overschrijven van de lijst gezien worden of er niet een naam was weggelaten.

ReconstructiesBewerken

Een andere, maar indirectere, bron van informatie zijn de vele zakelijke kleitabletten die contracten, eden, rechtsuitspraken e.d. vertegenwoordigen. Deze zijn in de regel gedateerd door vermelding van het eponiem van het jaar en de vorst onder wiens bewind men ressorteerde. Door na te gaan hoeveel verschillende eponiemen een bepaalde vorst uitgevaardigd heeft, kan men een idee krijgen hoeveel jaar hij geregeerd heeft. De volgorde van deze jaarnamen is dan weer lastiger te bepalen, maar niet geheel onmogelijk. Zo kan dus achteraf een kunstmatige eponiemenlijst gereconstrueerd worden. Op deze manier heeft men van de chronologie van Marad een idee gekregen.[2]

Jaarnamen verwezen echter niet altijd naar hoogwaardigheidsbekleders, maar soms ook naar belangrijke gebeurtenissen, bijvoorbeeld "het jaar waarin buurstad of buurland X veroverd werd" of "jaar waarin de tempel van god(in) X gebouwd werd". Dit betekent dat ze soms ook een verbinding leggen met een historische gebeurtenis in andere rijken, omdat dezelfde gebeurtenis door meerdere koninkrijken tegelijk vermeld wordt. Het ontbreken van veroveringen en veldslagen in de jaarnamen geeft een aanduiding dat een koning weinig machtig was en zich genoodzaakt zag thuis te blijven. De eponiemen verwijzen dan vaak naar religieuze gebeurtenissen, zoals "jaar waarin koning X een viering van het feest van god(in) Y hield". Koningen gebruikten limmu's soms ook duidelijk voor propagandadoeleinden. Sommige koningen trachten hun roemruchte daden soms over een jaartje meer uit te smeren. Er zijn eponiemen als "jaar na het jaar dat X veroverd werd". Er was ook een andere, eenvoudiger stijl van datering "in jaar X van koning Y" die bijvoorbeeld in Egypte gebruikelijk was, maar die veel minder informatief is voor de historicus.

Historische waardeBewerken

Voor historici is deze boekhouding een waardevolle bron. De lijsten verschaffen tot 910 v.Chr. terug een vaste jaartelling die op een jaar nauwkeurig is. Bovendien zijn er van sommige jaren ook gegevens over maan- en zonsverduisteringen bekend en dit spijkert de jaartelling nagelvast. Het belangrijkst is hierbij de zonsverduistering van 15 juni 763 v.Chr., het jaar Bur-Sagale. Er zijn eponiemen bekend die teruggaan tot 1200 v.Chr., maar van die tijd zijn ze fragmentarisch. Het bijhouden van eponiemenlijsten gaat terug op de tijd van Erišum I (ca. 1974 v.Chr.) en vooral uit de handelsnederzetting in Kaniš zijn eponiemenlijsten uit deze vroege tijd bekend.[3]

RomeBewerken

Later zou in Rome een vergelijkbaar stelsel gebruikt worden in de vorm van de consul-lijsten.

VerwijzingenBewerken