Doopvont

Deel van de serie over
kerkelijk gerei

waaronder paramenten
en liturgisch vaatwerk

Monstrans
gebruikt in de liturgie

Liturgisch vaatwerk
Vasa sacra
Miskelk · Pateen
Kelklepeltje
Ciborie · Monstrans
Pyxis · Custodiale

Vasa non sacra
Ampullen · Wijwatervat
Olievaatje
Wierookvat · Ablutievat

Paramenten
Amict · Albe · Baarkleed · Cingel
Tuniek · Dalmatiek · Fanon
Kazuifel · Manipel · Stola
Gremiale · Benedictievelum
Mijter

Koorkledij
Rochet · Superplie
Koorkap · Cappa magna
Kovel

Kelkgerei
Bursa · Kelkvelum
Ciborievelum

Kerklinnen
Corporale · Kelkdoekje
Lavabodoekje · Palla
Altaardwaal

Kerkinterieur
Altaar · Ambo
Biechtstoel · Communiebank
Doksaal · Doopvont
Faldistorium
Godslamp · Hoogaltaar
Heilig Kruisaltaar
Katheder · Preekstoel
Sedilia
Tabernakel · Volksaltaar

Liturgische boeken
Altaarmissaal
Benedictionale · Brevier
Evangeliarium · Evangelistarium
Graduale · Kyriale
Lectionarium
Psalter · Rituaal
Sacramentarium · Volksmissaal

Overige
Flambouw · Processiekruis
Altaargong · Altaarschel · Sanctusbel
Wijwaterkwast · Scheepje
Doopschelp · Lessenaar
Thabor · Antependium
Paaskaars · Adventskrans

Een doopvont (van het Latijn fons = bron) of doopbekken is een waterbekken dat voor het bewaren van het doopwater en de toediening van de doop wordt gebruikt.

Doopvont in de St. Elisabethskerk te Grave
laat-romaans Maaslands doopvont (ca. 1250) in de Sint-Stephanuskerk te Hoeselt

Het bassin is gemaakt van hout, (natuur)steen of (edel) metaal. In moderne gebouwen wordt ook weleens glas als materiaal toegepast. De doorsnede varieert van circa 50 centimeter tot anderhalve meter. Wanneer de doop door onderdompeling plaatsvindt is er een groter waterbassin nodig, zeker wanneer de doper samen met de dopeling te water gaat. Kleinere gemeenschappen wijken hiervoor wel uit naar zwembaden.

Vorm en symboliekBewerken

In lutherse kerken komen veel doopvonten voor die de vorm van een schelp hebben. Vooral in Duitsland, Zweden en Denemarken wordt het bekken vaak vastgehouden door een zittende of knielende doopengel, een gebeeldhouwde engelenfiguur.

De vorm van een vont kan extra symbolische waarde hebben. Een driehoekvorm geeft de drie-eenheid aan. De meeste doopvonten zijn cirkelvormig of achthoekig. In dat laatste geval betekent het getal acht zowel de nieuwe schepping, als de achtste dag na Jezus' geboorte, waarop de besnijdenis plaatsvond.

KatholicismeBewerken

In rooms-katholieke kerken en kathedralen wordt de doopvont meestal opgesteld in een doopkapel, die zich doorgaans dicht bij het portaal van de kerk bevindt. De doopvont kan ook buiten het hoofdgebouw, in een baptisterium staan. Het bassin bevat gewijd doopwater, in sommige kerken wordt het water gewijd voordat het in de doopvont wordt gegoten. In de paaswake wordt nieuw doopwater gewijd, dat gebruikt zal worden bij doopsels tussen Pasen en Pinksteren. Bij de doopvont plaatst men bij elk doopsel de paaskaars. Na de paastijd blijft de paaskaars opgesteld bij de doopvont in de doopkapel. Hieraan worden bij doopsels de doopkaarsen ontstoken.

ProtestantismeBewerken

In het protestantisme is de doopvont meestal opgesteld in het liturgisch centrum, voorin de kerkzaal. Wijding van het water of de vont is in calvinistische kerken ongebruikelijk.

Bekende en merkwaardige doopvontenBewerken

DoopvontschelpBewerken

Tridacna gigas (de doopvontschelp) is een tweekleppige uit de Grote Oceaan waarvan de schelpen een tot anderhalve meter groot kunnen worden. De soort is beschermd, maar voorheen werden de schelpen daadwerkelijk als doopvont gebruikt.

  Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Baptismal fonts op Wikimedia Commons.