Cornelis Moerman

Nederlands arts (1893-1988)

Cornelis Moerman (Vlaardinger-Ambacht, 6 januari 1893 – Vlaardingen 27 augustus 1988) was een Nederlandse huisarts in Vlaardingen die uit zijn liefhebberij, de duivensport, een (omstreden) alternatieve therapie tegen kanker ontwikkelde.

Cornelis Moerman (1979)

LevensloopBewerken

Moerman stamt uit een relatief welgestelde boerenfamilie in Vlaardinger-Ambacht en werd daar op boerderij Hoogstad als zoon van Willem Moerman (1855-1936) en Dirkje van Nugetren (1867-1957) als tweede van vijf kinderen geboren. Zijn lagereschool-periode bracht hij in Vlaardingen door, waarna hij het HBS-diploma in Schiedam behaalde (1913). Omdat hij de achttienjarigeleeftijd al had bereikt, moest hij zijn militaire dienstplicht vervullen en dat deed hij bij het Regiment Grenadiers en Jagers. Hier klom hij tussen 1913 en 1920 op van korporaal tot reserve eerste luitenant. In de tussentijd was hij in Utrecht aan de Rijksuniversiteit diergeneeskunde gaan studeren, welke studie vanwege de mobilisatieperiode tijdens de Eerste Wereldoorlog vertraging opliep en die hij uiteindelijk ook voortijdig beëindigde. Na afloop van de oorlog (1918) schreef hij zich in als stduent geneeskunde aan de universiteit van Leiden. Na een lange studieperiode, die gekenmerkt werd door verschillende conflicten met diverse hoogleraren, studeerde hij in 1929 af.

Hij vestigde zich vervolgens als huisarts op de ouderlijke boerderij in Vlaardingen, die daartoe verbouwd werd om ruimte te bieden aan de huisartesenpraktijk. Als kind had hij het houden van sportduiven als liefhebberij en hiertoe liet hij in die jaren een groot duivenhok boven een wagenschuur/garage bouwen. Zijn duiven gebruikte hij voor proeven bij zijn zoektocht naar de genezing van kanker bij mensen. Deze proeven bestonden uit het toedienen van dieëten met verschillende vitaminen, mineralen en sporenelementen. De duivenproeven vormden een belangrijke basis voor zijn vanaf de vroege jaren 1930 ontwikkelde alternatieve kankertherapie, die vanaf het begin controversieel bleek en zowel talloze aanhangers kende als tegenstand opriep, met mnam,e vanuit de gevestigde universitaire medische wereld.

Moerman trouwde op 23 december 1939 in de toenmalige gemeente Vlaardinger-Ambacht met Anna Emma van den Berg (1891-1979). Zij vestigden zich aan in een nieuwbouwwoning aan de Prins Bernhardlaan te Vlaardingen, In 1942 volgde een scheiding van tafel en bed en formeel werd het kinderloze huwelijk op 18 juli 1953 beëindigd. Moerman vestigde zich in 1942 weer in boerderij Hoogstad en bleef daar tot zijn dood wonen en werken. Hij richtte een eigen ziekenfonds op, 'Unitas' dat tot doel had goedkope medische zorg aan de arbeidende stand te verlenen. Een andere wijze waarop dit streven tot uiting kwam was het door hem verhuren van een enkele honderden volkstuintjes op het landbouwareaal rondom boerderij Hoogstad, vanuit de gedachte dat gezond voedsel een gezonde weerbare bevolking zou opleveren. Omdat hij geen vervangende diensten voor collega-huisartsen wilde vervullen en omdat hij een eigen lucratieve apotheek hield (wettelijk toegestaan omdat hij in de plattelandsgemeente Vlaardinger-Ambacht woonde en daar geen apotheek aanwezig was, in tegenstelling tot de in de stad Vlaardingen werkzame artsen) was de verhouding met zijn collega's slecht. Ook met de Gemeente Vlaardingen en Rijkswaterstaat had hij een conflictueuze relatie. De Gemeente Vlaardingen groeide vanaf de jaren 1920 sterk en poogde de stadsuitbreiding mede op het land van de ouderlijke boerderij te laten plaatsvinden. Zijn verzet tegen de onteigeningen was hevig en ten dele succesvol, als gevolg waarvan tot na zijn dood het agrarische complex Hoogstad als een groene enclave binnen de stedelijke bebowuing lag. Rijkswaterstaat had in het kader van het Rijkswegenplan voorzien in de aanleg van een snelweg tussen Hoek van Holland en Rotterdam, waarmee Moermans land doorsneden zou worden. Tot 1966/1967 wist hij door het voeren van talloze rechtzaken dit te voorkomen, totdat hij uiteindelijk bakzeil moest halen. [1]

MoermanmethodeBewerken

  Zie Moermanmethode voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als duivenmelker viel hem op dat de kwaliteit van voeding de weerstand en prestaties van duiven kon verhogen. Duiven konden volgens hem geen kanker krijgen, en daaruit trok hij de conclusie dat een aangepast dieet kanker bij mensen zou kunnen genezen. In 1939 "genas" hij op deze manier zijn eerste patiënt, hoewel buitenstaanders twijfelden of deze patiënt wel kanker had.

Moerman ondernam in het begin regelmatig pogingen om zijn therapie onderzocht te krijgen maar hij vond geen weerklank bij de reguliere geneeskunde. Daardoor ontwikkelde hij een afkeer tegen de reguliere geneeskunde en wetenschap, een afkeer die een objectief onderzoek naar de effectiviteit ook later in de weg zou staan. In 1955 kwam zijn therapie in een stroomversnelling toen in het Dagblad voor de Zaanstreek, De Typhoon, een artikel over hem verscheen. De populariteit van Moerman nam daarna met sprongen toe, en in 1956 werd daarom een commissie in het leven geroepen onder leiding van de huisarts Delprat om de therapie dan toch te onderzoeken. Hoewel Moerman meewerkte aan dit onderzoek, leidde het tot een negatief rapport over zijn behandelingsmethode. Moerman diende een klacht in bij het Medisch Tuchtcollege, maar dat leidde niet tot resultaat. Wel kreeg hij een boete van dit zelfde college voor het feit dat hij kankerpatiënten reguliere therapie onthield.

Toch nam zijn populariteit toe, en onder druk van de publieke opinie besloot de politiek om de Moermanmethode opnieuw te onderzoeken: de motie Borgman (1979) leidde ertoe dat het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne de Begeleidingscommissie Onderzoek Moermanmethode instelde. Het onderzoek werd echter ernstig gehinderd door meningsverschillen over de toe te passen onderzoeksmethode, en het onderzoek werd nooit uitgevoerd.

Een onderzoek uit eigen kring, gestart door Jan Wiese, leidde in 1991 tot het rapport Retrospectief Onderzoek Moermantherapie, waarin over een tijdspanne van 50 jaar 21 gevallen werden gemeld waarin genezing door de therapie zou hebben plaatsgevonden. Het aantal succesgevallen werd in 1992 door internist-oncoloog Blijham teruggebracht tot maximaal 2 tot 7.[2]

Met het overlijden van Moerman stierf ook de aandacht voor zijn therapie. Toch bleven enkele tientallen artsen de behandelmethode nog toepassen.

In verband met zijn opvattingen over kanker en de door hem aan zijn patiënten voorgeschreven diëten wordt er vaak vergoelijkend op gewezen dat er ook volgens de hedendaagse inzichten in de erkende medische wetenschap toch relaties kunnen worden gelegd tussen voeding en de preventie van kanker. Voor de opvatting dat dit ook zou gelden voor een daadwerkelijke genezing van kanker bestaat in de medische wetenschap echter geen draagvlak.

Moerman staat nummer 1 in de top 20 van de vereniging tegen de Kwakzalverij van de kwakzalvers van de 20e eeuw.[3]

Moerman in de Tweede Wereldoorlog en zijn vermeend antisemitismeBewerken

In de Tweede Wereldoorlog werden de duiven van Moerman, volgens een landelijke verordening, in beslag genomen door de Duitsers uit angst voor spionage.[4]

Dat rond zijn persoon de sfeer van landverraad is ontstaan, heeft Moerman in latere jaren als verklaring gebruikt waarom zijn kankertherapie niet serieus werd genomen.[4]

Het idee om van zijn voormalige woonhuis/praktijk te Vlaardingen een museum te maken strandde toen ophef ontstond over zijn antisemitische ideeën, die hij publiceerde in het tot dat moment vrijwel onopgemerkt gebleven boek 'De Wedergeboorte van het Christendom' (1956), waarin hij een geheel eigen visie over het ontstaan van het christendom gaf. In 1988, in een interview met het weekblad Hervormd Nederland, nam hij van deze tekst geen afstand. Hierover werd een stuk geschreven door het CIDI in Overview of anti-Semitic incidents in the Netherlands in 1997.[5][6] Hoewel hij geen NSB-lid is geweest, werd hij direct na de Duitse inval op 10 mei 1940 en direct na de Bevrijding geïnterneerd vanwege zijn openlijk geuite sympathie voor Nazi-Duitsland. Een onderzoek door het Centraal Bureau Bijzondere Rechtspleging bracht geen ernstige misdragingen aan het licht waarna hij op vrije voeten werd gesteld en nog enige tijd een meldingsplicht had. Hij zette zijn artsenpraktijk daarna voort.[7]

De hernoeming van de MoermanlaanBewerken

Een straat bij zijn voormalige woning (boerderij Hoogstad), waar ook zijn praktijk gevestigd was, was enige tijd naar hem de Moermanlaan genoemd. De gemeenteraad van Vlaardingen ging echter op 6 november 1997 akkoord met een voorstel van burgemeester en wethouders om de laan om te dopen in Hoogstad. De reden voor deze naamswijziging waren de gerezen bedenkingen na het bekend worden van de gewraakte antisemitische passage (zie boven).

Belangrijkste publicatiesBewerken

  • Jeroen ter Brugge, ´Het is net andersom´. Leven en werk van dokter Moerman´, in Historisch Jaarboek Vlaardingen 2011 (Vlaardingen 2011), p.8-127
  • Cancer, post tenebra lux, 1949, eerste publicatie, uitgebracht in eigen beheer
  • De wedergeboorte van Christus, 1956, brochure waarin antisemitische uitlatingen zijn aangetroffen
  • De oplossing van het kankervraagstuk, 1958
  • Het schaamteloos bedrog, 1972, brochure over het rapport-Delprat
  • Kanker als gevolg van onvolwaardige voeding kan genezen door dieet en therapie, 1978, ISBN 90-202-4873-1 (elf herdrukken, vertaald in het Duits en Italiaans).
  • De natuur, onze grote dokter, 1979.
  • Mijn kankeronderzoek verricht in de dertiger jaren, 1985, uitgave bij zijn 55-jarig jubileum als arts.

Externe linksBewerken