Hoofdmenu openen

Berend Brugsma, ook Beerent Brugsma (Groningen, 16 september 1797 - aldaar, 8 september 1868) was een Nederlandse onderwijzer, schoolhoofd en pedagoog, bekend door zijn bijdragen aan de schoolpedagogiek.[1]

Berend Brugsma
Berend Brugsma (circa 1840/1850)
Berend Brugsma (circa 1840/1850)
Algemene informatie
Volledige naam Beerent Brugsma
Geboren Groningen, 16 september 1797
Overleden Groningen, 8 september 1868
Nationaliteit Nederlands
Beroep pedagoog
Bekend van onderwijsvernieuwing
Handtekening
Handtekening

Inhoud

Leven en werkBewerken

Brugsma begon als onderwijzer, en werd vervolgens hoofdonderwijzer te Euvelgunne. In 1816 werd hij schoolhoofd van een bijzondere school en kweekschool voor onderwijzers, toentertijd een van de twee in Nederland.[2] In 1861 werd hij de eerste directeur van de kweekschool voor onderwijzers van het rijk te Groningen.[3]

Nadat hij 20 jaar in het onderwijs had gewerkt schreef Brugsma de eerste origineel Nederlandse pedagogisch-didactische handleiding voor aanstaande onderwijzers: ‘Kort overzigt van de leer der opvoeding, door het onderwijs in de lagere scholen’. Het werk werd in 1835 uitgebracht. Het was geschreven voor (aanstaande) onderwijzers.[1] Dit werk werd regelmatig herdrukt. Enkele jaren na zijn overlijden verscheen er nog een negende druk.

In 1839 introduceerde Brugsma platen voor het aanschouwingsonderwijs uit Duitsland,[4] in 1863 gedocumenteerd in een publicatie '40 platen voor aanschouwingsonderwijs'.

Brugsma bouwde een reputatie op als onderwijs- en opvoedkundige.[5] Hij bezocht scholen in het buitenland en publiceerde over onderwijsthema's. Zonder het belang van kennis te onderschatten, pleitte hij voor het ontwikkelen in het onderwijs van denkkracht.

Brugsma publiceerde ook regelmatig over de door hem gemaakte studiereizen en over bijzondere gebeurtenissen in relatie tot het onderwijs. Ook verschenen er diverse werken van hem in samenwerking met Jan Goeverneur.

WaarderingBewerken

 
Graf Brugsma.

Op de Zuiderbegraafplaats in Groningen bevindt zich een monumentaal graf van Brugsma (zie afbeelding).

Groningen kent sinds 1952 de Brugmaschool voor basisonderwijs. Daarnaast heet het gebouw van de Pedagogische Academie van de Hanzehogeschool Groningen de BrugsmaBorg als erkenning van het belang tot heden van zijn denkbeelden over pedagogie.[6]

In 2016 verscheen in de reeks "Pioniers van de Nederlandse gedragswetenschappen" een uitgave over zeven grondleggers van de onderwijskunde, waaronder Brugsma. Brugsma werd hierbij geïntroduceerd als de "nestor van de schoolpedagogiek".[1]

Bibliografie (selectie)Bewerken

 
Titelpagina ‘Kort overzigt van de leer der opvoeding, door het onderwijs in de lagere scholen,’ 3e dr. 1842
  • Handleiding bij het onderwijs in de aardrijkskunde, eerste druk circa 1833, verschenen in meerdere delen en in meerdere drukken
  • Schetsen en bouwstoffen voor schriftelijke opstellen: ten gebruike bij het onderwijs in de scholen en bij de huiselijke oefeningen der kinderen, eerste druk 1822, derde druk 1866
  • Leesboek voor kinderen, om hen met de voornaamste gebeurtenissen uit de algemeene geschiedenis bekend te maken, eerste druk 1834, derde druk 1851
  • Kort overzigt der leer van de opvoeding en het onderwijs, voornamelijk met toepassing op de lagere scholen, eerste druk 1835, negende druk 1876
  • Brieven over eene reis naar Oldenburg, Bremen, Hannover en Osnabruck, met opmerkingen bijzonder ten aanzien van het lager onderwijs, 1836
  • Zangoefeningen voor scholen en schoolonderwijzersgezelschappen, 1837
  • Korte aanwijzing nopens het gebruik van twintig platen, voor het aanschouwelijk onderwijs, 1839
  • Opmerkingen en wenken betrekkelijk onderwijs en tucht, inzonderheid in de lagere scholen, 1845-1847
  • Onderwijzersspiegel: wenken, lessen, spreuken, en daden van eenige beroemde opvoeders, 1845
  • Allereerste oefeningen in het rekenen voor jonge kinderen, 1847
  • Handleiding bij het zangonderwijs in de lagere scholen, 1854
  • Oefeningen voor het zangonderwijs, 1854

CitatenBewerken

  • "Men [zoude] de onderwijskunde kunnen onderscheiden in de eigenlijk gezegde onderwijskunde of die bespiegelende wetenschap, welke alles omvat, wat tot het geven van onderrigt behoort en gevorderd wordt, en in de onderwijskunst of het praktikaal onderwijzen zelve. Hij, die een goed, doelmatig en nuttig onderwijzer zal kunnen genoemd worden, behoort de kennis in de eerste en de geoefendheid in de laatste in zich te vereenigen."
    • Brugsma (1810; 110), geciteerd in: Mineke van Essen en Jan Imelman, "Nestor van de schoolpedagogiek: Berend Brugsma (1797-1867)," 2016, p. 27.

Externe linksBewerken