Hoofdmenu openen

Albert Houtart

politicus uit België (1887-1951)

Albert Léon Marie baron Houtart (Brussel, 13 december 1887Etterbeek, 7 februari 1951), lid van de Belgische familie Houtart, was provinciegouverneur van Brabant van 1935 tot 1942. Hij was gehuwd met Ghislaine Carton de Wiart, dochter van graaf Henri Carton de Wiart.

LevensloopBewerken

Houtart studeerde aan de universiteit van Leuven en was doctor in de rechten. In 1920 werd hij substituut bij de procureur des Konings in Brussel en in 1930 bij de procureur generaal. Als katholiek werd op 7 februari 1935 gouverneur van Brabant.

Bij de inname van België door de Duitsers in mei 1940, was hij de enige Belgische gouverneur die het land niet had verlaten. Hij nam wel ontslag als gouverneur, maar omdat hij in België was gebleven mocht hij in augustus 1940 zijn ambt opnieuw opnemen. Houtart bleef tijdens de bezetting de Belgische wettelijkheid verdedigen, onder meer tegen de Duitse ‘’ouderdomsverordening’’ in (waarbij oudere burgemeesters uit hun ambt werden gezet) en de daarop volgende nieuwe burgemeesterbenoemingen. Houtart nam eind juli 1942 ontslag als gouverneur naar aanleiding van zijn conflict met de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken Gérard Romsée over de oprichting van Groot-Brussel in september 1942. Hierbij werden de 19 gemeenten samengevoegd en vervangen door districten. Houtart werd in oktober 1942 tijdelijk vervangen door VNV'er Mathieu Croonenberghs.

Bij de bevrijding in september 1944 nam hij het ambt van gouverneur weer voor korte tijd op. In 1945 werd hij ere-gouverneur van Brabant. Houtart was voorzitter van de Société Royale des Beaux-Arts in Brussel.

Zoals zijn broers werd Houtart in 1921 in de Belgische erfelijke adel opgenomen en in 1935 kreeg hij de baronstitel, overdraagbaar bij mannelijke eerstgeboorte. Het echtpaar kreeg twee dochters.

ArchiefBewerken

LiteratuurBewerken

Voorganger:
François-André Nens
Provinciegouverneur van Brabant
1935-1942
Opvolger:
Fernand Demets