Hoofdmenu openen

Wereldbevolking

het totaal aantal mensen op aarde
(Doorverwezen vanaf 6 miljardste mens)
Bevolkingsdichtheid

De wereldbevolking is het totaal aantal levende mensen op aarde. De Verenigde Naties (VN) schatten dat de mondiale populatie halverwege 2017 de 7,6 miljard haalde, met een jaarlijkse toename van 83 miljoen, zo'n 1,1%. Elke dag komen er circa 227.000 mensen bij. Daarmee is de groei wat afgenomen ten opzichte van 2007, toen deze rond de 1,24% lag. De piek van de bevolkingsgroei lag tussen 1965 en 1970 toen deze 2,05% was.

Zo'n 60% van de huidige wereldbevolking leeft in Azië, waarbij China met 1,4 miljard (19%) en India met 1,3 miljard (18%) verreweg de grootste bevolking hebben. Nigeria is van de grotere landen het land met de snelst groeiende bevolking, terwijl Afrika het snelst groeiende continent is. De verwachting is dat de helft van de groei tussen 2017 en 2050 afkomstig is van slechts negen landen: India, Nigeria, Congo-Kinshasa, Pakistan, Ethiopië, Tanzania, de Verenigde Staten, Uganda en Indonesië.

Wereldwijd is er een afname van het vruchtbaarheidscijfer, met uitzondering van Europa. Tussen 2010 en 2015 lag dit in 83 landen onder de 2,1 die nodig is voor een stabiel bevolkingsaantal. Deze denataliteit kan leiden tot bevolkingsdaling en in combinatie met de stijgende levensverwachting ook vergrijzing en ontgroening. Migratie compenseert dit ten dele, maar niet volledig. De netto-migratie naar landen met een hoger inkomen daalde in de periode 2010-15 naar 3,2 miljoen per jaar van een piek in de periode 2005-10 van 4,5 miljoen per jaar.

De historische wereldbevolking is slechts een schatting waarbij de aantallen sterk kunnen variëren bij verschillende auteurs en overeenkomsten veelal het gevolg zijn van het overnemen van aannames van anderen en cirkelredeneringen tussen groei en aantallen.

1rightarrow blue.svg Zie ook de lijst van landen naar inwonertal
Dertig grootste landen (duizenden)[1]
No. Land 1955 1970 1985 2000 2015
1 China 610.834 824.788 1.070.863 1.283.199 1.397.029
2 India 409.269 553.579 781.667 1.053.051 1.309.054
3 Verenigde Staten 171.784 209.588 240.824 281.983 319.929
4 Indonesië 77.328 114.835 165.012 211.540 258.162
5 Brazilië 62.569 95.327 135.676 175.288 205.962
6 Pakistan 40.424 58.091 92.219 138.523 189.381
7 Nigeria 41.086 55.981 83.613 122.352 181.182
8 Bangladesh 42.122 65.048 93.200 131.581 161.201
9 Rusland 111.355 130.123 142.971 146.397 143.888
10 Japan 89.018 104.926 121.894 127.534 127.975
11 Mexico 32.605 52.030 77.361 101.720 125.891
12 Filipijnen 22.179 35.805 54.324 77.992 101.716
13 Ethiopië 19.947 28.415 40.800 66.537 99.873
14 Egypte 23.523 35.046 50.205 69.906 93.778
15 Vietnam 28.148 43.407 61.049 80.286 93.572
16 Duitsland 71.538 78.573 77.717 81.488 81.708
17 Iran 19.294 28.514 47.343 66.132 79.360
18 Turkije 24.271 34.876 49.134 63.240 78.271
19 Congo-Kinshasa 13.518 20.010 29.883 47.076 76.197
20 Thailand 23.711 36.885 52.041 62.958 68.658
21 Verenigd Koninkrijk 51.124 55.635 56.466 58.951 65.397
22 Frankrijk 43.528 50.844 55.397 59.608 64.457
23 Italië 48.373 53.579 57.012 57.294 59.504
24 Zuid-Afrika 15.377 22.839 33.730 45.728 55.291
25 Tanzania 8.741 13.606 21.837 34.178 53.880
26 Myanmar 18.868 26.381 37.222 46.095 52.404
27 Zuid-Korea 21.531 32.209 40.809 47.386 50.594
28 Colombia 14.225 22.061 31.012 40.404 48.229
29 Kenia 6.980 11.252 19.651 31.450 47.236
30 Spanje 29.125 33.980 38.836 40.904 46.398

BevolkingsontwikkelingBewerken

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de groei van de wereldbevolking per werelddeel in de loop der eeuwen. Zoals verderop uiteen wordt gezet, zijn de cijfers van voor 1800 voor Europa slechts een zeer grove benadering en voor de rest van de wereld geldt dat zelfs voor de aantallen van voor 1900.

Bevolkingsontwikkeling in grootste regio's (miljoenen)[2]
Regio 1750 1800 1850 1900 1950 1999 2050 2150
Wereld 791 978 1262 1650 2521 5978 8909 9746
Azië 502 635 809 947 1402 3634 5268 5561
Afrika 106 107 111 133 221 767 1766 2308
Europa 163 203 276 408 547 729 628 517
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied 16 24 38 74 167 511 809 912
Noord-Amerika 2 7 26 82 172 307 392 398
Oceanië 2 2 2 6 13 30 46 51
Bevolkingsontwikkeling in grootste regio's (%)[2]
Regio 1750 1800 1850 1900 1950 1999 2050 2150
Azië 63,5 64,9 64,1 57,4 55,6 60,8 59,1 57,1
Afrika 13,4 10,9 8,8 8,1 8,8 12,8 19,8 23,7
Europa 20,6 20,8 21,9 24,7 21,7 12,2 7,0 5,3
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied 2,0 2,5 3,0 4,5 6,6 8,5 9,1 9,4
Noord-Amerika 0,3 0,7 2,1 5,0 6,8 5,1 4,4 4,1
Oceanië 0,3 0,2 0,2 0,4 0,5 0,5 0,5 0,5

China heeft het grootste aantal inwoners van de hele wereld. De verwachting is dat India in 2024 China zal inhalen.

De bevolkingsdichtheid is het hoogste in Monaco. Daar is de bevolkingsdichtheid 16.398 per km². Mongolië heeft met 1,9 per km² de laagste bevolkingsdichtheid, tenminste als Groenland niet als een onafhankelijke staat wordt beschouwd. Daar is de bevolkingsdichtheid namelijk zelfs minder dan 0,026/km².

TheorievormingBewerken

Twee werken waren bepalend voor een volgens John Caldwell en Thomas Schindlmayr opvallende overeenstemming halverwege de twintigste eeuw over de bevolkinggrootte vanaf 1650 tot 1900.[3] De eerste was uit 1936 van Alexander Carr-Saunders en de tweede was uit 1940 van de demograaf Walter Willcox.[4][5] Hoewel het werk van Carr-Saunders eerder verscheen, was het grotendeels gebaseerd op eerder werk van Willcox.[6] Hij verlaagde alleen de cijfers voor Afrika vanwege de invloed van de slavernij en verhoogde die voor China.

Het gezag van deze publicaties werd versterkt door de Bevolkingsdivisie van de Verenigde Naties die de schattingen weergaf in hun Population Bulletin in 1951 en in een publicatie uit 1953.[7][8] In 1965 bracht John D. Durand, hoofd van de bevolkingsdivisie, op het Wereldbevolkingsconferentie in Belgrado een aanvulling met 'World population estimates, 1750-2000'.[9] In 1973 werd ook dit onderdeel van een publicatie van de bevolkingsdivisie.[10] De schattingen werden door de VN aangevuld met cijfers voor de twintigste eeuw, waarbij eerdere lagere schattingen van de Volkenbond vervangen werden door hogere cijfers.

In die laatste twee VN-publicaties werd het gegeven dat de cijfers van Willcox en die van Carr-Saunders zoveel overeenkomsten vertoonden, gebracht als bewijs van de betrouwbaarheid, daarbij de invloed van Willcox op Carr-Saunders negerend. De originele auteurs hadden minder vertrouwen in die cijfers. Zo stelde Willcox:

They are not to be viewed with much confidence but only as a first step towards the truth. The proper way to criticize them is to displace them by more accurate figures.[11][12]

terwijl Carr-Saunders stelde:

[...] any attempt to reconstruct world population history must be a very speculative proceeding.[13]

Ook Durand was terughoudend over de betrouwbaarheid van de cijfers blijkens de enorme marge die hij aanhield bij hoge en lage schattingen en het niet geven van een schatting voor 1750.

Een vroege kritiek op Willcox kwam in 1934 van Robert René Kuczynski.[14] Willcox paste hierop in 1940 de cijfers voor China aan zodat dit land geen vijfvoudige groei meer had tussen 1650 en 1850, maar een drievoudige.

Willcox baseerde zich op zijn beurt weer op oudere bronnen. Voor Amerika, Australië en een groot deel van Europa kwamen vanaf ongeveer 1800 volkstellingen beschikbaar. Voor een groot deel van de rest van de wereld was dit pas in de twintigste eeuw het geval. Oudere schattingen waren onder meer gebaseerd op vermoedens van bevolkingsdichtheid, Bijbelse berekeningen, waarnemingen van reizigers en voor China op gebrekkige tellingen.

Historisch demografen zijn vooral geïnteresseerd in groeicijfers en absolute aantallen zijn daarbij slechts een middel om die groei vast te kunnen stellen. Willcox, Carr-Saunders en Durand hadden daarom weinig oog voor het verband tussen bevolkingsaantallen en de beschikbare middelen om die aantallen te onderhouden. Daarmee hadden zij een andere benadering dan zij die schattingen deden om toekomstige bevolkingsaantallen te kunnen bepalen en daarmee de levensvatbaarheid.

Schattingen van groei en aantallen zijn veelal cirkelredeneringen waarbij aantallen gebaseerd zijn op aannames van groei en waarna de aantallen worden gebruikt om aan te tonen dat er een zekere groei is geweest. Zo werd vooral de versnelde groei vanaf de zeventiende eeuw onderbouwd.

Zeventiende eeuwBewerken

Voor 1650 beschikte Willcox over gegevens van Giovanni Battista Riccioli en Gregory King.[15][16] Willcox was onder de indruk van de overeenstemming van de schattingen van beide voor Europa, maar volgens Kuczynski was dit toeval, aangezien hun nationale schattingen ver uiteen lagen.[17] Naast Riccioli en King noemde Willcox ook William Petty, Isaac Vossius en William Nicholls, maar wees deze af als onbelangrijk.

Schattingen voor de wereldbevolking in 1650 (miljoenen)
Bron Europa Azië Afrika Amerika Oceanië Wereld
Riccioli (1661)[18] 100 500 100 200 100 1000
King (1696)[18] 100 340 95 65 100 700
Willcox (1931) 100 250 100 13 2 465
Willcox (1940) 100 260 100 8 2 470
Carr-Saunders (1936) 100 330 100 13 2 545

Willcox stelde dat hij zich daarna baseerde op Riccioli omdat die zich volgens hem weer baseerde op de volgens Willcox betrouwbare Giovanni Botero. De aantallen van Willcox lagen echter alleen dicht bij die van Riccioli in het geval van Europa en Afrika.

Dat Willcox en Carr-Saunders voor Afrika de aantallen van Riccioli aanhielden, was opmerkelijk. Net als voor Amerika en Australië waren de bevolkingsaantallen voor Afrika tot in de negentiende eeuw een grote onbekende en varieerden tot ver in de twintigste eeuw nog in geruime mate. Nadat bleek dat de eerste twee continenten aanmerkelijk minder mensen huisvesten, brachten Willcox en Carr-Saunders de aantallen daarvoor sterk terug. Ondanks de onzekerheid over Afrika hielden zij naar de trivialiteitswet van Parkinson vast aan de oude aantallen. Een van de argumenten daarvoor was voor Willcox de overeenstemming tussen Riccioli en King. De schattingen van Dieterici op basis van bevolkingsdichtheid van rond de 200 miljoen wees Willcox af. De sterke bevolkingsgroei in Afrika was volgens hem van recente tijden, voor die tijd zou de bevolking min of meer constant zijn gebleven. Carr-Saunders verlaagde de cijfers enigszins om rekening te houden met de effecten van de trans-Atlantische en Arabische slavenhandel.

In 1915 had Willcox zelf al gesteld:

[...] as a rule with only minor exceptions, wherever Europe has gone with its outflowing currents of population, its governmental institutions or its influence, there the population, both European and native, has felt the influence as a stimulus and has increased marvelously.[19]

Dit lijkt hij echter alleen toe te passen op Azië, want in hetzelfde werk zag hij de bevolking voor Afrika juist teruglopen tussen 1882 en 1914 van 206 miljoen naar 136 miljoen. Enerzijds zou dit een bijstelling zijn van eerdere slechte schattingen, maar anderzijds zou er een daadwerkelijke daling zijn geweest door hongersnood en strijd als de mahdistische opstand waarbij zo'n zes miljoen mensen om zouden zijn gekomen. Ook de slavenhandel droeg bij aan de bevolkingsdaling, maar het zou vooral de heksenjacht zijn, waarbij hij Mary Kingsley citeerde.[20]

De slavenhandel zou volgens Caldwell en Schindlmayr geen afname van de bevolking tot gevolg hebben gehad. Er zou zelfs al zo'n 500 jaar sprake zijn geweest van bevolkingsgroei in sub-Sahara-Afrika, deels onder Europese invloed op de landbouw. De Columbiaanse uitwisseling bracht onder meer mais, cassave en de zoete aardappel naar Afrika waarmee het mogelijk werd om moeilijke bosgebieden te bebouwen waar eerder alleen jager-verzamelaars konden wonen. Zo werd ook daar de neolithische revolutie doorgevoerd. Ook zou het bevolkingsaantal zich al dicht tegen een langzaam stijgend bestaansplafond hebben bevonden, zonder uitzicht op een boserupiaanse doorbraak. Daarmee zou het verlies van als slaven weggevoerde mensen het voor anderen mogelijk hebben gemaakt om te overleven. Verder was door een combinatie van polygynie, weduwevererving en hertrouwen alleen het aantal vrouwen van belang voor de bevolkingsgroei en was slechts een derde van de weggevoerde mensen vrouw. Volgens Caldwell en Schindlmayr lag het bevolkingsaantal in Afrika in 1650 dan ook aanmerkelijk lager dan in 1900, waarbij de sterkste groei had plaatsgevonden in de negentiende eeuw. Caldwell kwam eerder in 1985 tot een schatting van 47 miljoen in 1500.[21] Mogelijk lag dit echter nog lager.

Schattingen voor Afrika 1650-1900 (miljoenen)
Bron 1650 1750 1800 1850 1900
Willcox (1931) 100 100 100 100 141
Carr-Saunders (1936) 100 95 90 95 120
Willcox (1940) 100 100 100 100 141
Durand (1967) 106 107 111 133

Voor China baseerde Willcox zich op de Atlas van Martino Martini en kwam daar op 70 miljoen, een getal dat ook Botero noemde in Relazioni Universali. Botero stelde dat dit getal direct afkomstig was van de Chinezen zelf, maar het zou een zeer hoge groei betekenen, waarop Willcox het in 1940 aanpaste naar 113 miljoen en stelde Perhaps all Chinese reports should be rejected. Zo raakten zijn Chinese cijfers gebaseerd op schattingen van groeitempo en niet meer op contemporaine teksten. Dit gold ook voor Japan, waar Willcox gemiddeldes nam voor 1750 en voor 1650 23 miljoen berekende, uitgaande van het hoge groeitempo dat Garrett Droppers aannam voor die periode.[22] Voor India baseerde Willcox zich op William Harrison Moreland die in 1920 uitging van 100 miljoen voor 1605, wat Willcox te hoog vond voor dat jaar, maar aannemelijk voor 1650.[23]

Er van uitgaande dat deze drie landen driekwart van de bevolking van Azië bevatten, kwam Carr-Saunders met een aantal aanpassingen op Willcox op zijn aantal voor het gehele continent.

Achttiende eeuwBewerken

Voor de achttiende eeuw was Johann Peter Süßmilch van groot belang voor Willcox, met daarnaast Nicolaas Struyck. Süßmilch publiceerde in 1741 Die Göttliche Ordnung waarin hij demografische patronen aanvoerde als godsbewijs.[24] Hij gebruikte de aantallen van Riccioli, Petty, Vossius, Nicholls en Struyck en vulde deze aan met eigen schattingen. Zo kwam hij op 1080 miljoen inwoners in zijn tijd – bijna 50% meer dan de huidige consensus – waarvan 650 miljoen in Azië, 150 miljoen in Afrika en Amerika en 130 miljoen in Europa.

Negentiende eeuwBewerken

Carl Friedrich Dieterici schatte de wereldbevolking in 1859 op 1300 miljoen.[25] Dieterici was directeur van het Königlich Preußisches Statistisches Bureau en zijn werk vormde de basis voor Ernst Behm, Hermann Wagner en Alexander Supan.

Supan verfijnde zijn schattingen tussen 1866 en 1870 in het Geographisches Jahrbuch. Tussen 1872 en 1882 werden zeven nieuwe schattingen gedaan in supplementen 'Die Bevölkerung der Erde' in Petermanns Geographische Mitteilungen, het belangrijkste vakblad voor de geografie. Die van Wagner uit 1874 beschouwde Willcox als een goed startpunt.[26]

Recentere schattingenBewerken

De tweede helft van de twintigste eeuw zag een hernieuwde reeks van publicaties met in 1962 Carlo M. Cipolla.[27] Naast schattingen tot 1650 die niet veel afweken van Willcox, volgden een aantal schattingen die verder terug gingen in de tijd, beginnend met Colin Clark in 1967.[28] In 1960 had Edward Deevey zelfs een schatting gemaakt van 1.000.000 jaar geleden, waarvan hij dacht dat er 125.000 mensen waren.[29] Die getallen waren echter speculatief en Deevey zei er later over:

My own treatment of this, published some years ago in Scientific American (Deevey, 1960) was not very professional[30]

Een van de problemen daarbij was dat Deevey uitging van een toenemende groei, waarvan hij later aangaf :

If one is prepared to assume that over long times and wide areas during the Pleistocene human populations were in some sort of equilibrium, and Dr. Birdsell makes this point seem defensible [...][31]

Naast Deevey is Ansley Coale een van de meest geciteerde auteurs.[32] Coale accepteerde de gegevens van Deevey grotendeels en stelde dat de jaarlijkse groei daarmee de eerste miljoen jaar op 0,0015% lag en op 0,036% vanaf de neolithische revolutie tot het begin van de jaartelling.

Sindsdien is er consensus dat de groei ten tijde van de jager-verzamelaars beperkt was.[33]

In 1977 ging ook Durand overstag en kwam met schattingen van voor 1750, zich daarbij vooral op het werk van anderen baserend. Zijn aantallen lagen vooral door een hogere inschatting voor India aan de hoge kant.[34] Colin McEvedy en Richard Jones gingen in 1978 tot 10.000 v.Chr. terug. Daarbij volgden ze grotendeels Clark, alleen bij 1 n.Chr. zaten zij zo'n 25% lager omdat dit beter aan zou sluiten bij de verwachte groeicijfers en omdat zij vooral voor India een lagere schatting hadden.[35]

Jean-Noël Biraben baseerde zich in 1979 vooral op Durand, maar was meer geïnteresseerd plotselinge groeispurten dan in absolute aantallen.[36][37]

Angus Maddison baseerde zich in 2001 vooral op McEvedy en Jones, afgezien van de lage schatting voor 1 n.Chr. en voor na 1500, waar hij recentere gegevens gebruikte.[38]

Schattingen voor de wereldbevolking 0-1500 (miljoenen)
Bron 0 1000 1500
Clark (1967) 226 280 428
Durand (1977)[39] 297 310 484
McEvedy en Jones (1978) 169 265 424
Biraben (1979) 252 253 461
Maddison (2001) 231 268 438

Opvallend bij Durand, McEvedy en Jones en Maddison is dat hun schattingen voor Afrika in 1500 rond de 50 miljoen liggen en daarmee aanmerkelijk lager dan de tot dan heersende consensus. Biraben zag in tegenstelling tot de anderen wel een dip als gevolg van de slavenhandel.

Schattingen voor de wereldbevolking (miljoenen)
Bron 10.000 v.Chr. 8000 v.Chr. 6500 v.Chr. 5000 v.Chr. 4000 v.Chr. 3000 v.Chr. 2000 v.Chr. 1000 v.Chr. 500 v.Chr. 400 v.Chr. 200 v.Chr. 1 200 400 500 600 700 800 900 1000 1100 1200 1250 1300 1340 1400 1500 1600 1650 1700 1750 1800 1820 1850 1870 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1965 1970 1975
Clark (1967) 225,5 280,2 384 427,8 640,8 731 1668
VN (1973)[40] laag 5 200 470 629 813 1128 1550 2486 2982 3289
VN (1973)[40] hoog 10 400 545 961 1125 1402 1762
Thomlinson (1975)[41] laag 1 5 200 400 500 600 700 900 1200 1600 2400
Thomlinson (1975)[41] hoog 10 20
Durand (1977) laag 270 275 440 735 1605 3950
Durand (1977) hoog 330 345 540 805 1710 4050
McEvedy en Jones (1978) 4 5 7 14 27 50 100 168,7 190 200 210 220 240 264,5 320 360 360 350 423,6 545 610 900 1625
Biraben (1979) 153 225 252 257 206 207 208 206 224 222 253 299 400 417 431 442 375 461 578 680 771 954 1241 1634 2530 3637
Haub (1995)[42] 5 300 450 500 795 1265 1656 2516
VN (1999)[2] 300 310 400 500 790 980 1260 1650 1750 1860 2070 2300 2520 3020 3700
Maddison (2001) 230,82 268,273 437,818 555,828 603,41 1041,092 1270,014 1791,02[43] 2524,531 3913,482[44]

BevolkingsgroeiBewerken

  Zie Bevolkingsgroei voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Grafiek op basis van gegevens van de Verenigde Naties (2010)

Rond 1800 woonden er een miljard mensen op de wereld. In 1927 waren dat er twee miljard. Eind jaren 1950 groeide de wereldbevolking tot drie miljard personen. Op 11 juli 1987 werd het Kroatische jongetje Matej Gaspar symbolisch uitgeroepen tot vijf miljardste wereldburger.

Op 19 juli 1999 werd volgens de Verenigde Naties de 6 miljardste mens geboren. Een jongen uit Sarajevo kreeg de eer. Dit was uiteraard een symbolische keuze, omdat het niet was na te gaan wie daadwerkelijk de zes miljardste wereldburger werd. De VN koos voor Sarajevo om te tonen dat de regio zich herstelde. Op 31 oktober 2011, iets meer dan 12 jaar later, werd de 7 miljardste mens geboren.

De VN hanteert een scenario met betrekking tot bevolkingsgroei. In dat scenario, de constant-fertility variant, wordt uitgegaan van een voortzetting van het huidige, hoge, geboortecijfer. In dat scenario zal de wereldbevolking in 2050 de 12 miljard benaderen. De VN gaat echter uit van een toename tot 9 miljard mensen.

De belangrijkste conclusie van het nieuwe VN-rapport is dan ook dat het sterftecijfer, wereldwijd, lager uitvalt. Dat heeft niet alleen effect op de totale omvang van de wereldbevolking, maar ook op de leeftijdssamenstelling. De helft van de bevolkingsgroei tussen 2005 en 2050 wordt gevormd door de leeftijdsgroep van 60 jaar en ouder. Vergrijzing is een reëel begrip in de gehele westerse wereld. Het aantal 60+'ers verdubbelt er van 245 miljoen in 2005 tot 406 miljoen in 2050, terwijl de leeftijdscategorie onder 60 jaar in de westerse wereld juist zal afnemen, van 971 miljoen in 2005 tot 839 miljoen in 2050. Sterker nog, de gehele bevolking van de westerse wereld zou in dezelfde periode dalen, als het immigratiecijfer niet zo hoog zou zijn.

De wereldbevolking is tussen 1950 en 2000 met iets meer dan 143 procent toegenomen; van 2,515 naar ca. 6,121 miljard mensen in totaal. Deze groei was per bevolkingsgebied als volgt verdeeld:

Jaar Afrika Lat. Amerika Noord-Amerika Verre Oosten1 Zuid-Azië2 Europa Oceanië USSR3
1950 224 165 166 671 704 392 13 180
1960 280 217 199 791 877 425 16 214
1970 361 283 227 986 1116 459 19 242
1980 479 361 252 1176 1408 485 23 265
1985 555 405 264 1250 1568 492 25 279
1990 645 451 275 1324 1734 499 26 292
2000 872 546 297 1475 2074 512 30 315

1China, Japan, Korea
2India, Pakistan, Bangladesh, Zuidoost-Azië
3Tegenwoordig[wanneer?] GOS (minus Baltische landen)

Uitgaande van een mogelijke groei tot 12 miljard mensen in 2050 (een verdubbeling elke 50 jaar), zou dit in theorie betekenen dat over 750 jaar de wereldbevolking is gegroeid tot bijna 200.000 miljard (of 200 biljoen) mensen. Verdeeld over het totale aardoppervlak (144,5 miljoen km², inclusief woestijnen, oerwouden, poolgebieden, etc.), zou dit betekenen dat elke wereldbewoner in het jaar 2750 zo'n 0,73 m² ter beschikking heeft. Dit komt neer op een bevolkingsdichtheid van zo'n 1,38 miljoen inwoners/km². Ter vergelijk, dat is meer dan 135 keer zo dichtbevolkt als New York in 2008 en meer dan 55 keer als Calcutta, een van de dichtstbevolkte steden ter wereld.

Indien men uitgaat van de door de VN gehanteerde prognose dat de wereldbevolking in 2050 zo'n 9 miljard mensen groot zou zijn en men deze extrapoleert (elke 50 jaar 1½ maal zoveel mensen), dan zal de mens pas minder dan 1 m² per persoon hebben tegen het einde van de 33e eeuw. De VN verwacht echter dat de wereldbevolking rond 2200 zal ophouden te groeien, als deze iets hoger dan 10 miljard is. Als we elke wereldburger 1 m² toekennen past de gehele wereldbevolking binnen de grenzen van de provincies Gelderland en Limburg.

TaalBewerken

  Zie ook de artikelen over taal en wereldtalen

Engels is de belangrijkste taal in het internationale diplomatieke en handelsverkeer, alsmede in de wetenschap en de meeste andere domeinen, waar ze gebruikt wordt als lingua franca.

Naast het Engels zijn ook het Mandarijn, het Frans, het Russisch, het Spaans en het Arabisch de officiële talen van de Verenigde Naties en haar organen.

Hindi en Urdu (die samen gaan onder de overkoepelende term Hindoestani), en het Bengaals zijn qua aantallen twee van de grootste talen ter wereld. Het gebruik van deze talen beperkt zich echter voornamelijk tot het Indisch Subcontinent, net zoals het Japans zich tot Japan beperkt, en daarom worden zij over het algemeen niet als wereldwijde lingua franca aangemerkt.

De meest gesproken talen ter wereld waren in 2009:[45]

Taal Sprekers
in miljoenen
(moedertaal)
Sprekers
in miljoenen
(tweede taal)
Aantal landen
waar een taal
gesproken wordt
(Inclusief immigranten)
Chinees
waarvan Mandarijn
1213
845

178
31
20
Spaans 329 60 44
Engels 328 geen gegevens 112
Hindoestani (Hindi/Urdu) 242 224 23
Arabisch 221 246 57
Bengaals 181 140 10
Portugees 178 15 37
Russisch 144 110 33
Japans 122 1 25
Duits 90 28 43
Frans 68 50 60

ReligieBewerken

  Zie wereldreligie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zes bekendste wereldreligies zijn het christendom, de islam, het hindoeïsme, het boeddhisme, het taoïsme en het jodendom.

Een lijst van aantallen mensen die aanhangers zijn van een bepaalde religie.

Religie Richting Aantal aanhangers
Christendom 2100 miljoen
rooms-katholiek 1100 miljoen
Overige christelijke groeperingen 350 miljoen
Protestantisme 350 miljoen
Orthodoxe Kerk 240 miljoen
Anglicanisme 84 miljoen
Islam 1570 miljoen
Soennisme 1150 miljoen
Shi'isme 330 miljoen
Hindoeïsme 900 miljoen
Niet-religieus 850 miljoen
Boeddhisme 415 miljoen
Mahayana1 185 miljoen
Theravada1 124 miljoen
Sikhisme 23 miljoen
Spiritisme 15 miljoen
Jodendom 14 miljoen
Bahá'í 7 miljoen
Jaïnisme 4,2 miljoen
Zoroastrianisme 2,6 miljoen

1) Niet iedere boeddhist rekent zich specifiek tot een van deze stromingen

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • Caldwell, J.C.; Schindlmayr, T. (2002): 'Historical Population Estimates: Unraveling the Consensus' in Population and Development Review Volume 28, Issue 2, p. 183-204
  • Caldwell, J.C. (2007): Demographic Transition Theory, Springer
  • Lee, R.B.; DeVore, I. (1968): Man the Hunter. The First Intensive Survey of a Single, Crucial Stage of Human Development—Man's Once Universal Hunting Way of Life, Aldine

NotenBewerken

  1. 'World Population Prospects 2017', United Nations, Department of Social Affairs, Population Division
  2. a b c The World at Six Billion, United Nations, 1999
  3. Caldwell; Schindlmayr (2002): p. 183
  4. Carr-Saunders, A.M. (1936): 'Growth of world population' in World Population. Past Growth and Present Trends, Clarendon Press
  5. Willcox, W.F. (1940): 'Population of the world: Its modern increase' in Studies in American Demography, Cornell University Press
  6. Willcox, W.F. (1931): 'Increase in the population of the earth and of the continents since 1650' in International Migrations, Volume II: Interpretations, National Bureau of Economic Research, p. 33-82, Appendix p. 639-644
  7. (1951): 'The past and future growth of world population—a long-range view' in Population Bulletin of the United Nations, No. 1, p. 1-12
  8. (1953): 'Historical outline of world population growth' in The Determinants and Consequences of Population Trends. A Summary of the Finding of Studies on the Relationships Between Population Changes and Economic and Social Conditions, United Nations, Department of Social Affairs, Population Division
  9. Durand, J.D. (1967): 'The Modern Expansion of World Population' in Proceedings of the American Philosophical Society, Volume 111, No. 3, Population Problems, p. 136-159
  10. (1973): 'History of world population growth' in The Determinants and Consequences of Population Trends. New summary of findings of interaction of demographic, economic and social factors, United Nations, Department of Social Affairs
  11. Willcox (1931): p. 82
  12. Willcox (1940): p. 51
  13. Carr-Saunders (1936): p. 18
  14. Kuczynski, R.R. (1934): 'Population' in Seligman, E.R.A.; Johnson, A.S. Encyclopaedia of the Social Sciences, Volume 12, Macmillan
  15. Riccioli, G.B. (1661): Geographiae et hydrographiae reformatae libri duodecim, Victorius Benatius
  16. King, G. (1696): Natural and Political Observations and Conclusions upon the State and Condition of England
  17. Kuczynski (1934): p. 241
  18. a b via Willcox (1931): p. 70-78
  19. Willcox, W.F. (1915): 'The Expansion of Europe in Population' in The American Economic Review, Volume 5, No. 4, p. 737-752
  20. The belief in witch-craft is the cause of more African deaths than anything else. It has killed and still kills more men and women than the slave trade. Kingsley, M.H. (1898): Travels in West Africa. Congo Français, Corisco and Cameroons, Macmillan, p. 463
  21. Caldwell, J.C. (1985): 'The social repercussions of colonial rule: the new social structures' in Boahen, A.A. Africa under Colonial Domination 1880-1935, General History of Africa, VII, UNESCO en Heinemann, p. 483
  22. Droppers, G. (1894): 'The Population of Japan in the Tokugawa Period', Transactions of the Asiatic Society of Japan, Volume 22, Part 2
  23. [...] it appears to me that we shall run no risk of serious error if we take 100 millions as indicating a total, not indeed attained by careful enumeration, but rendered probable by a consideration of all the relevant facts which are available. Moreland, W.H. (1920): India at the Death of Akbar. An Economic Study, Macmillan
  24. Süßmilch, J.P. (1741): Die Göttliche Ordnung in den Veränderungen des menschlichen Geschlechts, aus der Geburt, dem Tode und der Fortpflanzung desselben erwiesen
  25. Dieterici, C.F.W. (1859): 'Die Bevölkerung der Erde, nach ihren Totalsummen, Racen-Verschiedenheiten und Glaubensbekenntnissen' in Petermann, A. Mittheilungen aus Justus Perthes' geographischer Anstalt über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie
  26. Behm, E.; Wagner, H.H.K. (1874): 'Die Bevölkerung der Erde. Jährliche Übersicht über neue Arealberechnungen, Gebietsveränderungen, Zählungen und Schätzungen der Bevölkerung auf der gesammten Erdoberfläche' in Petermann, A. Mittheilungen aus Justus Perthes' geographischer Anstalt über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie
  27. Cipolla, C.M. (1962): The Economic History of World Population, Penguin
  28. Clark, C. (1967): Population Growth and Land Use, Macmillan
  29. Deevey, E.S. (1960): 'The human population' in Scientific American 203, p. 194-204
  30. Lee & DeVore (1968) p. 248
  31. Lee; DeVore: (1968) p. 248
  32. Coale, A.J. (1974): 'The history of the human population' in Scientific American, Vol. 231, No. 3, p. 40-51
  33. [...] anthropologists and demographers are in agreement that, for most of human history, populations have been very close to being stationary or in a condition of equilibrium and that birth rates and death rates have been almost identical. In fact there is little room for disagreement because the mathematics of exponential growth show that any persistent margin of birth rates over death rates would have resulted in far greater population growth than has actually occurred. Caldwell (2007): p. 24
  34. Durand, J.D. (1977): 'Historical Estimates of World Population: An Evaluation' in Population and Development Review, Volume 3, No. 3, p. 253-296
  35. McEvedy, C.; Jones, R. (1978): The Atlas of World Population History, Penguin
  36. Biraben, J.N. (1979): 'Essai sur l'evolution du nombre des hommes' in Population, no.1, p. 13-25
  37. Biraben, J.N. (1980): 'An Essay Concerning Mankind's Evolution' in Journal of Human Evolution, Volume 9, Issue 8, p. 655-663
  38. Maddison, A. (2001): The World Economy. A Millennial Perspective, OECD
  39. Gemiddeldes voor zijn lage en hoge schattingen
  40. a b (1973): The Determinants and Consequences of Population Trends. New summary of findings of interaction of demographic, economic and social factors, United Nations
  41. a b Thomlinson, R. (1975): Demographic Problems, Controversy Over Population Control, Dickenson
  42. Haub, C. (1995): 'How Many People Have Ever Lived on Earth?' in Population Today
  43. 1913
  44. 1973
  45. (de) Ethnologue-Statistik

Externe linksBewerken