Witte stof

De witte stof in deze doorsnede van het ruggenmerg omvat de nummers 4 tot en met 9 (met uitzondering van 8).

De witte stof (Latijn: substantia alba) is het deel van het centraal zenuwstelsel dat de axonen, de gemyeliniseerde uitlopers (neurieten) van zenuwcellen bevat. Deze axonen verbinden de verschillende hersengebieden met grijze stof met elkaar en geleiden de zenuwimpulsen tussen neuronen. De witte stof in de hersenen en in het ruggenmerg bevat geen dendrieten. Deze zijn alleen in grijze stof aanwezig, samen met zenuwcellichamen en kortere axonen. De witte kleur is het gevolg van de myelinescheden van de zenuwvezels.

In het ruggenmerg ligt de witte stof aan de buitenkant van de grijze stof. Hier wordt zij onderverdeeld in een voorstreng, de funiculus ventralis of anterior, een zijstreng, de funiculus lateralis, en een achterstreng, de funiculus dorsalis of posterior.

In de hersenen wordt de witte stof door grijze stof omgeven. Hier bevinden zich twee soorten witte stof. De eerste soort witte stof zijn de verbindingen tussen hersenschorsgebieden die naast elkaar liggen en wordt subcorticale witte stof genoemd. De andere soort witte stof in de hersenen verbindt delen van de hersenen die verder van elkaar liggen en heet periventriculaire witte stof. Dit komt doordat deze banen onder andere rondom de hersenventrikels liggen. Wel bevinden zich binnen de witte stof kleine gebieden met grijze stof, de nuclei.

De witte stof kan gezien worden als de delen van het zenuwstelsel die verantwoordelijk zijn voor informatieoverdracht, terwijl de grijze stof met name te maken heeft met informatieverwerking. Veranderingen in witte stof worden in verband gebracht met de ziekte van Alzheimer en andere neuro-degeneratieve aandoeningen. Ook als gevolg van ouderdom treden veranderingen in de witte stof op.

WittestofbanenBewerken

De witte stof axonen liggen gebundeld in banen. We onderscheiden drie categorieën wittestofbanen: projectiebanen, associatiebanen en commissurale banen.[1][2][3]

1.      ProjectiebanenBewerken

 
Arcuate Fasciculus

Projectiebanen verbinden corticale gebieden met het centrale zenuwstelsel. We onderscheiden efferente banen (via deze banen sturen de hersenen het lichaam aan) en afferente banen (sensorische informatie wordt vanuit het lichaam naar de hersenen gestuurd).[3][2][1]

2.      AssociatiebanenBewerken

De associatiebanen verbinden corticale gebieden binnen dezelfde hemisfeer met elkaar.[1][2][3] De zes grootste associatiebanen worden hieronder besproken.

Arcuate fasciculusBewerken

De arcuate fasciculus verbindt de frontale en temporale gebieden. Meer specifiek verbindt de arcuate fasciculus het gebied van Broca met het gebied van Wernicke. Deze gebieden zijn cruciaal in respectievelijk het produceren van taal en het begrijpen van taal. Schade aan de arcuate fasciculus gaat gepaard met conductie afasie. Bij conductie afasie kunnen patiënten taal begrijpen en produceren, maar zij kunnen niet herhalen wat zij net hoorden.[4]

 
Superior longitudinal fasciculus (rood) en Uncinate fasciculus (zwart).

Superior longitudinal fasciculus (SLF)Bewerken

De superieure longitudinale fasciculus verbindt de frontale cortex, occipitale cortex, temporale cortex en pariëtale cortex. De SLF kan opgesplitst worden in drie grote componenten. De SLF I verbindt de pariëtale cortex met de frontale cortex, de premotore cortex in het bijzonder. Deze baan loopt dorsaal. De SLF I wordt geassocieerd met controle van beweging. De SLF II is de grootste component van de SLF. Deze baan verbindt de pariëtale cortex met de dorsolaterale prefrontale cortex en is belangrijk in visuo-spatiale aandacht. De SLF III is een ventrale baan die de pariëtale cortex verbindt met de frontale cortex, de prefrontale en premotore gebieden. De SLF III wordt geassocieerd met articulatie. Bij sommige opsplitsingen wordt de arcuate fasciculus ook als een deel van de SLF beschouwd.[5]

Uncinate fasciculusBewerken

De uncinate fasciculus is een U-vormige baan die de frontale cortex verbindt met de temporale cortex. De uncinate fasciculus heeft belangrijke connecties met het limbisch systeem, zoals de parahippocampus en de amygdala. Deze gebieden zijn van belang bij respectievelijk geheugen en emoties. De uncinate fasciculus wordt geassocieerd met sociale en emotionele verwerking, geheugen en taalverwerking. Schade aan de uncinate fasciculus gaat gepaard met neuropsychiatrische stoornissen, zoals depressie, schizofrenie en angststoornissen. Ook geheugenproblemen worden gerapporteerd bij schade aan de uncinate fasciculus.[6]

 
Inferior longitudinal fasciculus

Inferior longitudinal fasciculus (ILF)Bewerken

De inferieure longitudinale fasciculus verbindt de temporale cortex met de occipitale cortex. Schade aan deze baan gaat gepaard met visuele stoornissen, zoals agnosie, prosopagnosie en visuele amnesie.[7][8]

Inferior fronto-occipital fasciculus (IFO)Bewerken

Zoals de naam doet vermoeden, verbindt de inferieure fronto-occipitale fasciculus de frontale gebieden met de occipitale gebieden. De IFO speelt een belangrijke rol bij semantische verwerking en integratie van auditieve en visuele informatie.[9]

CingulumBewerken

 
Inferior fronto-occipital fasciculus

Het cingulum is een C-vormige baan die boven het corpus callosum loopt. Het cingulum bestaat uit twee delen: de anterieure cingulate cortex en de posterieure cingulate cortex. De anterieure cingulate cortex speelt een rol bij emotie. Schade aan het anterieure gedeelte wordt geassocieerd met mentale stoornissen, zoals apathie en depressie. De posterieure cingulate cortex is van belang bij cognitieve functies, zoals aandacht, visuo-spatiale vaardigheden en geheugen.[10]

3.      Commissurale banenBewerken

De commissurale banen verbinden de twee hemisferen met elkaar. De bekendste commissurale baan is het corpus callosum. Het corpus callosum verbindt de linker hemisferische cortex met de rechter hemisferische cortex.[11][1][2][3]

 
Cingulum
 
Corpus callosum

Zie ookBewerken

  • a b c d Susumu Mori, Setsu Wakana, Lidia M. Nagae-Poetscher, Peter C.M. Van Zijl, MRI Atlas of Human White Matter. Elsevier (2005), 1–5. ISBN 978-0-444-51741-8.
  • a b c d Wakana S., Jiang H., Nagae-Poetscher L.M., van Zijl P.C., Mori S. (2004). Fiber tract-based atlas of human white matter anatomy. Radiology. 230 (1): 77-87.
  • a b c d Alan R Crossman, David Neary, Neuroanatomy. Elsevier (2010), 119–125. ISBN 978-0-7020-3086-4.
  • Catani M, Mesulam M. (2008). The arcuate fasciculus and the disconnection theme in language and aphasia: history and current state. Cortex; a journal devoted to the study of the nervous system and behavior. 44 (8): 953-61.
  • Makris N, et al. (2005). "Segmentation of subcomponents within the superior longitudinal fascicle in humans: a quantitative, in vivo, DT-MRI study". Cereb. Cortex. 15 (6): 854–55.
  • Von Der Heide RJ, Skipper LM, Klobusicky E, Olson IR (2013) Dissecting the uncinate fasciculus: disorders, controversies and a hypothesis. Brain 136(6):1692–1707.
  • Sandip S Panesar, Yeh Fang-Cheng, Timothée Jacquesson, William Hula, C Fernandez-Miranda Juan, A Quantitative Tractography Study into the Connectivity, Segmentation and Laterality of the Human Inferior Longitudinal Fasciculus. dx.doi.org (2018-03-29). Geraadpleegd op 2020-05-25.
  • Benson, D.F., Segarra, J., Albert, M.L., 1974. Visual agnosia-prosopagnosia. A clinicopathologic correlation. Arch Neurol; 30: 307-10.
  • Martino J, Brogna C, Robles SG, Vergani F, Duffau H. Anatomic dissection of the inferior fronto-occipital fasciculus revisited in the lights of brain stimulation data. Cortex; a Journal Devoted to the Study of the Nervous System and Behavior. 2010 May;46(5):691-699.
  • Metzler-Baddeley, C; Jones, DK; Steventon, J; Westacott, L; Aggleton, JP; O'Sullivan, MJ (December 2012). Cingulum microstructure predicts cognitive control in older age and mild cognitive impairment. J Neurosci. 32 (49): 17612–9.
  • Kier E.L., Truwit C.L. (1996). The normal and abnormal genu of the corpus callosum: an evolutionary, embryologic, anatomic, and MR analysis. American journal of neuroradiology. 17 (9): 1631-41.