Hoofdmenu openen
Lodewijk XVI, die aalmoezen uitdeelt aan de armen van Versailles tijdens de winter van 1788

De winter van 1788-1789 geldt als een van de koudste winters in Nederland sinds het begin van de metingen in 1706. Met voor midden Nederland een geschat Hellmanngetal van meer dan 354 was deze winter vergelijkbaar met de winters van 1946-1947 en 1962-1963. Mogelijk was deze winter in Nederland en België de strengste winter van het afgelopen millennium (gemeten naar koudegetal), aangezien de winters in de middeleeuwen, waar minder over bekend is, over het algemeen warmer waren dan die in de periode erna, de Kleine IJstijd. De winter viel eind november in en verdween midden januari, na een extreem koude december. De eerste decade van januari was extreem koud. Begin maart keerde de winter nog even terug met zelfs ijsdagen, maar verdween midden maart.

Invloed op de Franse revolutieBewerken

 
Bestorming van de Bastille Saint-Antoine (17 juli 1789)

Waarschijnlijk heeft deze strenge winter invloed gehad op de prijzen van graan, waardoor de maatschappelijke onrust, die uiteindelijk zou leiden tot de Franse Revolutie werd aangewakkerd.[1]

TriviaBewerken

  • De meteoroloog Folkert IJnsen heeft de strengste winters sinds 1201 beoordeeld op zes gangbare criteria. Op grond van deze brede classificering werd de winter van 1789 als de allerstrengste aangemerkt.[2]

VoetnotenBewerken

Externe linkBewerken