Hoofdmenu openen

De winter van 1955–1956 was in Europa de winter met veruit de koudste maand van de 20e eeuw. De gemiddelde temperatuur in februari was in Nederland −6,7 °C, wat 10 graden kouder is dan het normale temperatuurgemiddelde voor deze maand. Gedurende vrijwel de hele maand februari bleef het overal zowel overdag als 's nachts vriezen, vaak streng.

VerloopBewerken

De koude die eind januari inviel werd veroorzaakt door een grote hoeveelheid transportkou die van Oost- naar West-Europa werd geblazen. Dit was mogelijk doordat er boven Scandinavië een reusachtig hogedrukgebied heerste, terwijl tegelijkertijd rondom de Middellandse Zee de luchtdruk laag was. In de nacht van 30 op 31 januari daalde de temperatuur daardoor sterk en trad vrijwel overal vorst in, en op 1 februari kwam de temperatuur op veel plaatsen ook overdag niet meer boven de −10 °C. In De Bilt was de maximumtemperatuur die dag −11 °C. De eerste week daarna was het even iets minder koud, maar vanaf 10 februari daalde de temperatuur opnieuw sterk.[1] Op 14 februari kon de elfde Elfstedentocht worden verreden. Van 15 tot 24 februari was er sprake van de op een na strengste koudegolf van de 20e eeuw. Op sommige plaatsen was er 17 dagen lang onafgebroken sprake van strenge vorst (< −10 °C). In Uithuizermeeden werd op 16 februari de op één na laagste temperatuur van de 20e eeuw gemeten, −26,8 °C.[2] Onder andere het IJsselmeer raakte dichtgevroren.[1] Uiteindelijk kwam er rond 27 februari een eind aan de zeer lage temperaturen, toen de wind naar het westen draaide.

StatistiekenBewerken

De winter 1955-1956 behaalde een van de hoogste koudegetallen sinds men dit in 1901 bij het KNMI was beginnen te meten: 222,9. Doordat de voorafgaande maanden december en januari juist aan de zachte kant waren geweest, eindigde de winter als geheel niet in de categorie van volgens de definitie van het KNMI strenge winters (Hellmanngetal > 300), maar werd als "Zeer koud" geclassificeerd.[3]

Het sterftecijfer lag in deze periode als gevolg van de extreme kou duidelijk hoger dan normaal; alleen al in West-Europa zouden volgens de berichten 700 extra doden zijn gevallen. Daarnaast was er voor miljarden schade aangericht.[2]

Vergelijkbare wintersBewerken

De winter van 1928-1929 kende een vergelijkbaar patroon; ook toen was er na een lange vrij zachte periode begin februari sprake van plotseling invallende zeer scherpe kou, die de weken erna voortduurde. De maand als geheel verliep echter toch minder koud dan februari 1956.

Gedurende de eerste 11 dagen van februari 2012 bedroeg de gemiddelde temperatuur −7,0 °C, wat kouder is dan dezelfde periode in 1956 en een absoluut record voor begin februari sinds het begin van de metingen. Ook deze koude-inval werd juist voorafgegaan door zacht weer in december en januari.[4] Daarna sloeg het weer volledig om en werd het juist zacht, waardoor er die maand verder geen enkel record werd gebroken. De winter van 2011-2012 was over het geheel genomen zelfs warmer dan gemiddeld.[5]