Hoofdmenu openen
De Reek

De Weyermolens is een voormalig complex van vier watermolens op de Jeker in de Nederlandse stad Maastricht. Een overblijfsel van het complex in de zogenaamde Heksenhoek in het Jekerkwartier, vlak achter de waterpoort De Reek, is sinds 1985 een rijksmonument.[1]

De molens waren gesitueerd tegen de stadsomwalling, daar waar de Jeker zich in twee takken splitst. Een overblijfsel van één der molens is te vinden aan de huidige Heksenstraat 1. Het water kwam via een opening in de stadswal naar binnen.

De molens bestonden reeds in 1618, en de Bovenste of Voorste Molen stond vroeger wel bekend als 'Molen van Hex', waar de buurtnaam 'Heksenhoek' weer van is afgeleid. Er waren twee molens op de linkeroever, en twee op de rechteroever. Ze waren van het type onderslagmolen. Eind 15e eeuw werd een der molens gebruikt als volmolen.

De Onderste of Achterste Molen was in 1855 reeds onttakeld. Er werd in de gebouwen een stoommachine geplaatst.

De Bovenste Molen was begin 19e eeuw bezit van Petrus Dominicus Nijst, die een leerlooierij bezat. De molen fungeerde echter als korenmolen. In 1853 werd de molen verkocht aan Winand Nicolaas Clermont en Charles Chainaye. Zij bezaten sinds 1851 ook een aardewerkfabriek ('fayencerie') en een zoutziederij. In 1859 kwam de molen aan Guillaume Lambert & Cie. en in 1863 aan de Naamloze Maatschappij tot vervaardiging van fijn aardewerk en ceramieke voortbrengselen van alle soorten, bekend als de Société Céramique.

Begin jaren 60 van de 19e eeuw werd de molen, nog steeds korenmolen zijnde, verbouwd tot glazuurmolen, ook 'aardewerkmolen' of 'vernismolen' genoemd. Het binnenwerk, geheel in hout uitgevoerd, kende vier maalkuipen waarin, door vier armen aangedreven, steenblokken over de hardstenen bodem werden geschoven, waardoor de glazuurgrondstoffen werden fijngewreven. Het verwerken van een lading kon tot een week duren, en de maalkuipen waren dan ook continu in bedrijf. Ze fungeerden tot 1935. Daarna begonnen de gebouwen te vervallen, en ze werden aangekocht door de gemeente Maastricht, die het complex gedeeltelijk sloopte en de overige gebouwen, mét de molen, verkocht aan de glazenier Charles Eyck. Er werd een atelier gebouwd en in 1957 werd de molen verkocht aan woningbouwvereniging "Ons Belang". Hoewel er plannen waren om het gangwerk en het maalwerk te restaureren, is dat er niet van gekomen en werd het in 1958 gesloopt, waarna de molen werd omgebouwd tot woning. In 1957 werd nog een plastiek met een heks aangebracht.

Externe linkBewerken