Hoofdmenu openen

Weteringschans 79

gebouw in Amsterdam

Weteringschans 79 is een gebouw in Amsterdam-Centrum.

Weteringschans 79
Weteringschans 79 (september 2017)
Weteringschans 79 (september 2017)
Locatie
Locatie Amsterdam-Centrum
Status en tijdlijn
Oorspr. functie woonhuis/kantoor
Huidig gebruik woonhuis, tentoonstellingsruimte
Start bouw 1881
Architectuur
Bouwstijl eclectisch, neo-renaissance, Amsterdamse School
Bouwinfo
Architect Jonas Ingenohl, Guillaume la Croix, Bernard Richters
Erkenning
Monumentstatus gemeentelijke monument
Lijst van gemeentelijke monumenten in Amsterdam-Centrum
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het is gelegen aan de oostzijde van de Weteringschans te Amsterdam in een korte straat naar de Spiegelgracht. De achtergevel en/of zijgevel van het gebouw staan aan de Zieseniskade, de kade van de Lijnbaansgracht hier. Bij de bouw in 1881 vormde het architectonisch één geheel met Weteringschans 77. De bouw van het huis werd in 1881 aanbesteed als "het bouwen van twee woonhuizen aan de Weteringschans en verlengde Spiegelgracht".[1] Opdrachtgever was George Peter Rosskopf (1828-1901), die tot zijn dood op huisnummer 79 zou wonen. Hij was directeur van de "Maatschappij voor de Vleeschhouwerij", dat gevestigd was op Weteringschans 81-85. Het gebouw is in 2004 tot gemeentelijk monument benoemd. Het terrein was net zoals bij het buurpand 1 are en 50 centiare groot.

De gevel van het gebouw hield na oplevering het midden tussen neo-Renaissancestijl en eclecticisme. Het gebouw heeft vijf bouwlagen te beginnen met een souterrain, drie woonetages en een zolder. Het is duidelijk gebouwd als hoekpand met een ronde vorm op de hoek. Die hoek was voorzien van balkonnetjes en een vrij grote dakkapel met kroon. De onderzijde van het gebouw had een natuurstenen plint, vandaar uit stijgen pilasters/halfkolommen tot aan de daklijst. Het gebouw kent twee raamgangen aan de Weteringschans, een raamgang op de hoek en drie raamgangen aan de zijde van de korte straat. Onder de ramen was sierwerk aangebracht, op de begane grond in natuursteen, daarboven pleisterwerk. Boven de ramen van begane grond en twee hoog waren bepleisterde sierbogen te zien, die op een hoog ontbreken, daar zijn ter versiering enkele witte blokjes geplaatst. Onder de daklijst is boven iedere raamgang een festoen te zien. Boven de daklijst zijn kandelaberzuiltjes te zien. Boven de dakkapel en de middelste raamgang is en circulaire fronton te vinden.

Eind jaren tien van de 20e eeuw werd de begane grond gewijzigd, van woonhuis naar winkel. Onder leiding van architect Guillaume la Croix kwam er een pui in de stijl van de Amsterdamse School. De gehele ondergevel ging eruit; er kwam een nieuwe indeling van ramen en deuren, de ronde vorm van de hoek bleef gehandhaafd. De Amsterdamse School is vooral terug te vinden in de raamkozijnen en de strakke horizontale en verticale belijning. Beide toegangsdeuren kregen een versiering van Bernard Richters. Alles is doorgetrokken naar een wat armoedig lijkend aanbouwsel aan de Lijnbaansgracht, dat niet bij het origineel hoort.[2] Origineel lag hier de tuin van de familie Rosskopf, vermoedelijk dateert die aanbouw uit 1919. In het gebouw vestigde zich op 3 december 1919 kunsthandel J.S. Fetter & Co, komende uit de Vijzelstraat en die zichzelf in 1951 opgehief. Een afbeelding van de nieuwe gevel werd in 1923 tentoongesteld tijdens festiviteiten rond het 25-jarig jubileum van koning Wilhelmina der Nederlanden. In 1925 kreeg La Croix postuum een prijs (gouden medaille) tijdens een internationale expositie van decoratieve kunsten in Parijs.[3] Na vertrek van Fetter volgde na een verbouwing waar Dick Greiner zich mee bemoeit zou hebben, onder meer een radiowinkel en een ingenieursbureau onder de naam Lageja. In de jaren zeventig vestigde zich hier de Britse Discount Bank (Overseas) Ltd. Daarna volgden nog een diamantcentrum, in 1994 kwam Western Art Gallery Reflex hier, het betekende een terugkeer naar de kunst. Dat bedrijf is er in 2017 nog steeds gevestigd. In 1980 kwam het nog in de gevarenzone terecht rond de veldslag van het te ontruimen pand de Grote Wetering, het voormalige gebouw van de vleeshouwers van Rosskopf.

Bernard Richters ontwierp voor de toegangen een tweetal maskerkoppen, uit te voeren in hout en deels verguld. Dat laatste was een specialiteit van de firma Fetters. Zij werden door de komst van de Art Gallery overgespoten in beige (de gehele ondergevel), een “laf beige” volgens kunstkenner/handelaar Frans Leidelmeijer. Later kregen ze hun oorspronkelijke kleur weer terug.