Hoofdmenu openen

De Wet op de economische delicten (WED, 22 juni 1950) is een kaderwet, die een opsomming bevat van economische misdrijven en overtredingen. Deze opsomming is zeer divers. Een boer die de mestwetgeving overtreedt kan bijvoorbeeld op basis van de Wet op de economische delicten worden vervolgd. Maar ook een overtreding van milieuwetgeving, het Vuurwerkbesluit of de Woningwet kan een economisch delict zijn. Berechting op grond van de Wet op de economische delicten vindt meestal plaats bij de economische politierechter of de economische kamer van de rechtbank. In veel gevallen kan het voorkomen dat de straf voor een delict op basis van de WED hoger is dan de straf op basis van de overige wetgeving, zoals hierboven genoemd.

Wet op de economische delicten
Citeertitel Wet op de economische delicten
Titel Wet van 22 juni 1950, houdende vaststelling van regelen voor de opsporing, de vervolging en de berechting van economische delicten
Afkorting WED
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Vlag van Nederland Nederland
Rechtsgebied Bijzonder strafrecht
Status Geldend
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 22 september 1947
Aangenomen door Tweede Kamer op 27 april 1950; Eerste Kamer op 20 juni 1950
Ondertekend op 22 juni 1950
Gepubliceerd in Stb. 1950, K258
In werking getreden op 1 mei 1951
Geschiedenis
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Wet op de economische delicten
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

Straffen en bevoegdhedenBewerken

Behalve een opsomming van misdrijven en overtredingen bevat de Wet op de economische delicten ook bepalingen over de straffen die kunnen worden opgelegd. Afhankelijk van de ernst van het delict kan dit oplopen tot maximaal 6 jaar gevangenisstraf of een forse geldboete. Daarnaast regelt de wet de bevoegdheden die opsporingsambtenaren hebben. Bij een vermoeden dat er illegale medicijnen worden geïmporteerd, mag een vrachtwagen bijvoorbeeld onderzocht en gecontroleerd worden.

Commune strafrechtBewerken

Ook het 'gewone', commune strafrecht (op basis van het Wetboek van Strafrecht) kent delicten die economisch van aard kunnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn valsheid in geschrifte of bedrieglijke bankbreuk (fraude bij een faillissement). Deze misdrijven vallen niet onder de Wet op de economische delicten.