Hoofdmenu openen

Videgha Mathava (Sanskriet: videgha māthava, devanagari: विदेघ माथव) is een in de Vedische tekst Satapatha Brahmana genoemde leider van een Indo-Arisch sprekende stam, die met behulp van de vuurgod Agni zijn stam oostwaarts door de Gangesvlakte in het noorden van India leidde.

De Satapatha Brahmana meldt dat Videgha Mathava's stam aanvankelijk aan de Sarasvati leefde, in het westen van India. Het stamhoofd leidde zijn mensen daarvandaan naar de destijds dicht begroeide Gangesvlakte in het oosten. De vuurgod Agni brandde een pad door het oerwoud, waarover Videgha Mathava volgde. Alle rivieren die de god op zijn pad aantrof deed hij opdrogen, maar de brede Sadanira (een rivier die tegenwoordig Gandak genoemd wordt en de grens tussen de Indiase deelstaten Uttar Pradesh en Bihar vormt) bleek een onneembare horde. Dit was bovendien de grens van het gebied dat geschikt werd geacht als woonplaats voor de brahmaanse priesters. In het oosten had de vuurgod het land namelijk nog niet platgebrand en daarmee ritueel gereinigd. Daarom droeg de god Videgha Mathava op hem over de rivier heen te dragen. Aan de overkant brandde hij de begroeiing weg, zodat de stam zich daar kon vestigen. In latere tijden vormde de Sadanira de grens tussen de koninkrijken Koshala en Videha. Het laatste was genoemd naar het legendarische stamhoofd dat als stichter beschouwd werd.[1]

Het is onzeker of Videgha Mathava een historische personage is, maar als dit zo is moet hij rond 900-800 v.Chr. geleefd hebben. De vertelling is historisch van belang omdat ze laat zien hoe de moerassen en oerwouden van het noorden van India in cultuur gebracht werden in de late bronstijd en vroege ijzertijd. Het verhaal bevestigd de oostwaartse richting van de migratie en laat zien dat vuur gebruikt werd om het land geschikt te maken voor de landbouw en veeteelt.