Hoofdmenu openen
een grenspaal in Baarle

Het verdrag van Maastricht[1] werd op 8 augustus 1843 ondertekend door België en Nederland. Het verdrag stelde de grens tussen de twee landen vast. Dit verdrag werd vier jaar na het verdrag van Londen (1839) getekend.

De onderhandelingen resulteerden in een gecompliceerde grens met verschillende enclaves en exclaves. Bij de vaststelling van de grens van Zeeuws-Vlaanderen speelde de verspreiding van katholieke Belgen en protestantse Nederlanders over het grensgebied een rol. Men raadpleegde ook oude archieven. Met name het verloop van de grens in Baarle is opvallend. Hier loopt de grens soms door huizen heen en bestaan er minuscule enclaves. De oorsprong van deze enclaves gaat echter verder terug in de tijd dan de onderhandelingen over het verdrag van Maastricht. In de Late Middeleeuwen waren delen van het grondgebied van Baarle eigendom van het hertogdom Brabant. Andere delen vielen onder de baronie van Breda.[2] Bij de onderhandelingen over het verdrag van Maastricht slaagde men er niet in tot overeenstemming te komen hoe de grens wat meer recht te trekken. Men besloot daarom vast te houden aan de situatie uit de Late Middeleeuwen.

De grens bij de provincies Belgisch Limburg en Nederlands Limburg volgt de Maas van het Belgische Lieze en het Nederlandse Eijsden tot het Belgische Kessenich en het Nederlandse Thorn, behalve in Maastricht ligt ze op volledig Nederlands grondgebied.

Een gebied op de linkeroever van de rivier de Maas, in de buurt van Maastricht, werd van België aan Nederland overgedragen. De grens werd vastgesteld op 1.200 vadem (2,3 km) vanaf de stadsmuren van Maastricht. Dit was in die tijd de reikwijdte van een kanon.[3] Daar stond tegenover dat de Elvenschans en de onmiddellijke omgeving, gelegen op de rechter Maasoever in de gemeente Eijsden, werd overgedragen aan België en werd toegevoegd aan het grondgebied van de Voerense deelgemeente Moelingen.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken