Veldtocht

Een veldtocht (ook: militaire campagne of offensief) is een reeks opeenvolgende gevechten (veldslagen en/of belegeringen), meestal uitgevoerd door één leger. Eventueel wordt dit leger tijdens de veldtocht versterkt.

Men spreekt meestal van een veldtocht als in een oorlog een bepaald vijandig gebied in verschillende fasen wordt onderworpen. Bijvoorbeeld bij Don Frederiks veldtocht, waarbij de vijandelijke gebieden stad voor stad werden heroverd. Doorgaans worden alle gevechten in een veldtocht gewonnen; een nederlaag kan het einde van de veldtocht betekenen, tenzij de verliezen kunnen worden beperkt en men snel kan terugtrekken en elders alsnog de vijand kan verslaan.

Een veldtocht duurt meerdere dagen, en kan zelfs jaren duren. Voorbeelden:

WinterseizoenBewerken

Veldtochten werden in premoderne tijden meestal onderbroken tijdens het winterseizoen, waarbij de soldaten zich terugtrokken in de winterkwartieren om warm en beschermd de koudste maanden door te komen. In gunstige weersomstandigheden en met de juiste uitrusting kon een veldtocht echter ook in de winter worden voortgezet om de vijand te verrassen. Zo stak generaal Jean-Charles Pichegru tijdens de Franse veldtocht in de Nederlanden in de strenge winter van 1794–95 onverwachts de bevroren grote rivieren over en bracht de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten val.[1] Maar ondoordachte wintercampagnes hadden vaak desastreuze gevolgen door hoge sterfte onder de soldaten; het beruchtste voorbeeld hiervan is de Veldtocht van Napoleon naar Rusland (24 juni – 14 december 1812).[2] Legeraanvoerders probeerden er daarom al maanden van tevoren rekening mee te houden dat hun troepen ruim op tijd in veilig gebied terugkeerden of nieuwe winterkwartieren konden opzetten, anders zou men makkelijk ten prooi kunnen vallen aan de vijand of de elementen.