Hoofdmenu openen

Varkenspest

soort uit het geslacht Pestivirus

Varkenspest is een virusziekte die voorkomt bij varkens. We kennen twee soorten: de klassieke varkenspest en de Afrikaanse varkenspest (AVP). De twee ziekten lijken erg op elkaar, maar ze worden veroorzaakt door verschillende virussen. Beide soorten zijn erg besmettelijk en vaak dodelijk voor de varkens. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

De eerst bekende uitbraak van varkenspest in de wereld vond plaats rond 1830 in de Amerikaanse staat Ohio. In veel Europese landen steekt varkenspest af en toe de kop op. In Duitsland komt de ziekte bijvoorbeeld regelmatig voor onder wilde zwijnen. In de Verenigde Staten is de ziekte uitgebannen, onder meer door strenge invoerbepalingen. In augustus 2018 werd besmetting met AVP gemeld in de Volksrepubliek China die zich over het hele land heeft verspreid.

Afrikaanse varkenspestBewerken

Afrikaanse varkenspest (AVP) werd voor het eerst beschreven in 1921 in Kenia.[1] Het virus behoort tot het genus Asfivirus, familie Asfarviridae.[1] Het virus kent meerder typen waarvan de meeste voorkomen in wilde populaties varkensachtigen, zoals de wrattenzwijn en bosvarken, in de zuidelijke helft van Afrika.[1] Het virus wordt vooral door direct contact tussen varkens overgebracht. Vanaf 2007 heeft het virus zich vanuit Afrika verspreid naar Georgië, Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, de drie Baltische staten, Polen, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Tsjechië en België. Er is geen vaccin tegen de ziekte en wetenschappers verwachten pas dat rond 2030 een vaccin beschikbaar zal zijn.[1]

ZiekteverloopBewerken

 
Aangetaste nieren

Zodra een dier in een stal ziekteverschijnselen vertoont, verspreidt het virus zich razendsnel over alle varkens. De incubatietijd verschilt van twee dagen tot twee weken.

De volgende verschijnselen kunnen wijzen op een plotseling opkomend (acuut) geval van klassieke varkenspest: koorts, lusteloosheid, gebrekkige eetlust, zwarte randen om de ogen, traanstrepen en hoesten. Een acuut verloop van de ziekte kan er zo uitzien:

  • De varkens zijn erg ziek en hebben een verhoogde lichaamstemperatuur tot 42°C
  • De dieren zijn traag en lusteloos en hebben nauwelijks eetlust. Vaak kruipen ze bij elkaar op een hoop
  • De varkens kunnen niet meer normaal lopen, maar bewegen zich slap en slingerend, vooral in het achterste deel van de dieren
  • De huid van de varkens ziet grauw en bleek, soms zijn bloedingen zichtbaar
  • De dieren hebben tijdens de koortsfase obstipatie die, naarmate de ziekte vordert, overgaat in een waterdunne, stinkende diarree
  • De gezondheid van de varkens gaat hard achteruit en een aantal sterft als gevolg van de ziekte
  • De ziekte kan zich razendsnel door de stal verspreiden. Eerst zijn enkele varkens ziek, maar na enkele dagen worden de ziekteverschijnselen ook opgemerkt bij andere varkens. Daarna sterven ook in andere hokken de eerste dieren.

Bij een langdurig (chronisch) verloop van varkenspest zijn de ziekteverschijnselen minder duidelijk: de varkens zijn sloom, hebben een wisselende eetlust en hebben last van diarree. Bij deze vorm is de huid van de dieren betonbleek en staan de haren overeind. De dieren vermageren sterk en moeten veel hoesten.

Methode van besmettingBewerken

Varkens kunnen op verschillende manieren geïnfecteerd raken met het varkenspestvirus. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het opeten of inademen van besmet materiaal (stof, vloeistof, mest of voedsel) of via inseminatie met besmet sperma. Of een varken ook daadwerkelijk besmet raakt, hangt onder meer af van de hoeveelheid opgenomen virus en de weerstand van het dier. Eenmaal besmette dieren kunnen elkaar besmetten. Biggen raken al in de baarmoeder van de zeug besmet en kunnen na de geboorte het virus verder verspreiden.

Het virus is weliswaar ongevaarlijk voor mensen, maar mensen kunnen het virus wel verspreiden, onder meer via kleding, schoenen en handen. Ook besmette materialen (bijvoorbeeld voertuigen, instrumenten en injectienaalden) kunnen ervoor zorgen dat het virus wordt verspreid, evenals etensresten waar de dieren mee worden gevoerd.

Varkenspest kan zich, in tegenstelling tot mond-en-klauwzeer, niet via de lucht verspreiden. Desondanks heeft de uitbraak in 1997/1998 ons geleerd dat het virus zich wel degelijk over korte afstand verspreidt en de zogenoemde buurtbesmettingen veroorzaakt. Het is bij deze buurtbesmettingen niet volledig duidelijk hoe dat gebeurt. Het kan zijn dat het virus via stofdeeltjes of druppels door de lucht reist, maar de verspreiding kan ook via ongedierte, huisdieren of bezoeken door mensen (varken - mens - varken contact) plaatshebben.

Varkenspest is erg besmettelijk. Hoe lager de temperatuur, hoe langer het virus 'houdbaar' blijft. In een lege, geruimde varkensstal overleeft het virus zelden langer dan vier dagen. In gepekeld varkensvlees kan het virus na enkele maanden nog actief zijn. Zit het virus in bevroren vlees, dan kan het zelfs na jaren nog varkens infecteren.

Preventie en bestrijdingBewerken

 
Vervoersverbod verkeersbord (oud)
 
Vervoersverbod verkeersbord (nieuw)

Maatregelen die genomen zijn om een uitbraak van de varkenspest tegen te gaan zijn:

  • Verbod op het voeren van etensresten aan varkens
  • Verplichte ontsmetting van voertuigen na veetransport
  • Varkens mogen slechts 1 keer in hun leven naar een ander bedrijf worden vervoerd.

Er bestaan vaccins tegen de klassieke varkenspest. In de Europese Unie mogen deze echter niet worden toegepast. Reden is, dat een gevaccineerd dier niet van een geïnfecteerd dier onderscheiden kan worden; de koper (in binnen- of buitenland) heeft dus geen garantie dat het varken of het vlees varkenspestvrij is. Alleen in geval van uitbraak kan op beperkte schaal toestemming voor inenting worden gegeven. Er bestaat tegenwoordig ook een markervaccin. Hierbij kan men na het vaccineren wel onderscheiden of het dier besmet is met varkenspest, of dat het is gevaccineerd. Er zijn alleen nog geen tests die dit onderscheid met honderd procent zekerheid kunnen maken. Tegen de Afrikaanse varkenspest, die in Zuid-Europa voorkomt, bestaat nog geen vaccin.

Als ergens varkenspest wordt aangetroffen, worden de volgende maatregelen genomen om verdere verspreiding tegen te gaan:

  • Verbod op het vervoer van vee in een straal van 10 km rond het besmette bedrijf
  • Ruimen (dat wil zeggen, het doden van alle dieren) van het besmette bedrijf
  • Onderzoek van alle bedrijven waarmee het besmette bedrijf contact heeft gehad
  • Onderzoek van alle bedrijven in een straal (10 km) rond het besmette bedrijf.

UitbrakenBewerken

België (2018)Bewerken

2018: Varkenshouders Beuningen en Afferden vrezen herhaling 1997

In september 2018 werden in de Belgische gemeente Étalle in de provincie Luxemburg twee everzwijnen aangetroffen die met Afrikaanse varkenspest besmet waren. De besmetting werd op 13 september bevestigd door het nationale referentielaboratorium Sciensano. Het was de eerste keer in ruim 30 jaar dat de ziekte in België opnieuw opdook, terwijl de ziekte tot dan enkel in Oost-Europa aanwezig was. Er werden door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en de Waalse regering maatregelen genomen met betrekking tot de jacht en een aantal varkensbedrijven om de verspreiding van de ziekte te voorkomen.[2][3]

Twee dagen later, op 15 september, werden echter drie nieuwe kadavers van everzwijnen aangetroffen die later met Afrikaanse varkenspest besmet bleken te zijn. Op 17 september besliste de Waalse regering dat een gebied van 63.000 hectare in de provincie Luxemburg waar de ziekte ontdekt was (ruim een kwart van de Luxemburgse bossen), afgesloten zou worden voor wandelaars voor minstens een maand. De maatregel diende volgens Waals minister van Landbouw René Collin om de verspreiding van het virus door mensen te beperken. Ook stelde het FAVV een nationale coördinator aan in de strijd tegen de ziekte. Ondertussen hadden al negen niet-Europese landen besloten niet langer Belgisch varkensvlees in te voeren.[4][5]

Hoe de ziekte België binnenkwam, was nog niet geheel duidelijk. De besmettingen zouden mogelijks het gevolg kunnen zijn geweest van achtergelaten etensresten van reizigers uit besmette gebieden, die door de everzwijnen zijn opgegeten. Minister Collin stelde na overleg met federaal minister van Landbouw Denis Ducarme en de Europese autoriteiten dat de oorsprong "negen kansen op tien" bij het transport lag, zoals in 2017 al het geval was in Tsjechië. Bij de RTBF getuigde een jager echter anoniem over wilde everzwijnen die voor de hobby van rijke jagers geïmporteerd werden uit Oost-Europa, die misschien de Afrikaanse varkenspest zouden kunnen hebben meegebracht. Begin oktober berichtte de RTBF dan weer dat er kadavers gevonden waren in Kamp Lagland van het Belgisch leger in Aarlen. Een van de kadavers zou een van de eerste besmette everzwijnen in België zijn geweest, wat betekende dat de ziekte mogelijks zou zijn meegekomen met Belgische militairen die eerder in de Baltische staten actief waren, of met Poolse of Tsjechische militairen die recentelijk in het kamp hadden verbleven.[6][7]

Op 23 september kondigde minister Ducarme aan alle varkens in het getroffen gebied in Luxemburg te laten ruimen om te vermijden dat de ziekte op landbouwdieren zou worden overgedragen. De maatregel zou voor de helft mee gefinancierd worden door de Europese Unie. Op 5 oktober maakte minister Collin bekend dat er al 44 nieuwe besmettingen werden ontdekt bij in totaal 106 onderzochte everzwijnen. Op 12 oktober kondigde de Franse overheid aan dat in de Franse departementen Meuse, Meurthe-et-Moselle en Ardennes een afsluiting zou geplaatst worden op de grens met België. Ook werd voor een aantal gebieden een toegangs- en jachtverbod afgekondigd om de ziekte in te dijken.[8][9][10]

Volksrepubliek China (2018)Bewerken

In augustus 2018 kwam de eerste melding van de ziekte in de Volksrepubliek China.[11] Acht maanden later was de Afrikaanse varkenspest in alle provincies op het Chinese vasteland opgedoken en ook in de buurlanden Mongolië, Vietnam en Cambodja.[11] China heeft ruim 430 miljoen dieren, ter vergelijking in Nederland zijn 13 miljoen dieren en in Europa ongeveer 150 miljoen.[1] China kent zeer grote varkensbedrijven, maar ook talloze kleine en waarschijnlijk zijn niet alle gevallen gemeld.[1] Tot april 2019 zouden er, volgens officiële cijfers, ongeveer 1 miljoen varkens zijn vernietigd om verdere besmetting tegen te gaan. Onderzoekers van de Rabobank schatten dat zo'n 150 tot 200 miljoen varkens zijn besmet of een hoge kans hiertoe hebben en moeten worden geruimd.[11] Dit zal leiden tot een forse daling van de varkensvlees productie.[11] Het zal jaren duren voordat de varkensstand zich heeft hersteld.