Tripartiteverdrag van Alliantie

Het Tripartiteverdrag van Alliantie was een verdrag dat Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie in 1942 sloten met Iran.

AchtergrondBewerken

  Zie Brits-Sovjetse invasie van Iran voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Iran bleef neutraal ten tijde van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In het land werkten toen een 2000-tal Duitsers aan verscheidene projecten. Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie eisten dat Iran hen zou uitzetten, maar Iran weigerde dat. Nazi-Duitsland was Irans belangrijkste handelspartner en sjah Reza Pahlavi had een pro-nazi-opstelling.

Daarnaast hadden de geallieerden na de invasie van de Sovjet-Unie door nazi-Duitsland Irans grondgebied nodig om militair materieel naar de Sovjet-Unie te transporteren. Dat zou echter een schending van Irans neutraliteit zijn.

Om die reden vielen Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie op 26 augustus 1941 tezamen Iran binnen en verdeelden het land onder elkaar in twee bezettingszones. De toenmalige sjah deed vervolgens troonsafstand ten voordele van zijn zoon, Mohammed Reza Pahlavi.

Het verdragBewerken

Om de invasie te laten rijmen met het Atlantisch Handvest, dat nauwelijks een half jaar oud was, tekenden de drie partijen in januari 1942 het Tripartiteverdrag van Alliantie. In het verdrag ging Iran akkoord met meer niet-militaire steun aan de geallieerden. Die beloofden van hun kant de soevereiniteit van Iran te respecteren en hun troepen binnen de zes maanden volgend op de vijandelijkheden terug te trekken.

VervolgBewerken

Groot-Brittannië trok zijn troepen terug zoals afgesproken. De Sovjet-Unie kwam echter in conflict met Iran over olieconcessies en hield haar troepen in eerste instantie ter plaatse. De Sovjet-Unie trok haar troepen alsnog terug toen ze toch een olieconcessie kreeg.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken