Hoofdmenu openen

GeschiedenisBewerken

Ten Bogaerde als uithofBewerken

De "Bongart" (Boomgaard) werd omstreeks 1148 aan de Duinenabdij geschonken door Walter Cath, Reynfredus en Arkenbaldus en was het uithof dat het dichtst bij de abdij gelegen was. Zo had de machtige abdij onder andere uithoven in Oostduinkerke (Hof ter Hille, Ammanswalle, Grote Labeure) en Lissewege (Ter Doest). Onder Abt Nikolaas van Belle werd hier in de dertiende eeuw een huis voor de lekenbroeders en een voorraadschuur (de grootste schuur van de Duinenabdij, 67,5m × 22,5m) gebouwd.

Ten Bogaerde werd in 1593 door protestantse opstandelingen in brand gestoken. De hoeve werd heropgebouwd maar brandde in 1600 opnieuw af. Pas in 1604 werden de opstandelingen definitief teruggedreven en kon de hoeve terug in orde gebracht worden. Deze werken werden voltooid in 1612.

Ten Bogaerde als (tijdelijke) abdijBewerken

 
Kerkgebouw (1607), abtskapel (1612) en woonhuis
 
Abdijhoeve foto 1
 
Abdijhoeve foto 2

Sinds 1601 woonde de gemeenschap onder leiding van Abt Laurentius van den Berghe in Ten Bogaerde omdat de centrale abdijgebouwen door de onrusten en ook door oprukkende zandduinen in staat van verval verkeerden en er geen geld was voor herstel van zo'n grote abdij. De abt liet Ten Bogaerde versterken en liet er een refter, een kleine slaapzaal en de fundamenten van de kerk bouwen. De gemeenschap telde op dat moment 25 monniken. Onder abt André Duchesne (1606-1610) werd in 1607 een nieuwe kerk voltooid en ingezegend (momenteel tentoonstellingsruimte). Onder abt Adriaan Cancellier (1610-1623) wordt er verder gewerkt aan Ten Bogaerde. Hij liet in 1612 het hoofdgebouw afwerken, inclusief het barokke torentje en de abtskapel. Monnik-ontvanger Bernard Campmans zorgde voor nieuwe inkomsten door drooglegging van polders in Zeeuws-Vlaanderen waardoor Ten Bogaerde verder kon ingericht worden. Met materiaal van de oude abdij werd er een abtskapel aan het woonhuis aangebouwd en worden er ook enkele bijgebouwen gebouwd. Abt Bernard Campmans (1623-1642) zocht dan ook een nieuwe abdij. Hij liet ook de oude abdij verder afbreken om bouwmateriaal voor een nieuwe abdij te recuperen. Daarbij werd het lichaam van abt Idesbaldus, vrijwel ongeschonden na meer dan vier eeuwen - opgegraven en bijgezet in de nieuwe abdijkerk op Ten Bogaerde. De nieuwe abdij werd een heus bedevaartsoord. Het complex bleef echter slecht verdedigbaar en het bleef in de regio erg onrustig. Bovendien was de gemeenschap terug aangegroeid tot 49 monniken en er was nood aan een groter gebouwencomplex. De abt slaagde er uiteindelijk in om een nieuwe locatie in Brugge te vinden en de monniken verlieten Ten Bogaerde in 162. Ze verhuisden naar het refugehuis van Ter Doest te Brugge waar ze een nieuwe Duinenabdij bouwden. Ten Bogaerde werd opnieuw als hoeve verpacht. Er bleven wel enkele monniken in Ten Bogaerde wonen voor het beheer van de plaatselijke goederen.

Opnieuw uithof van de abdijBewerken

 
Voorraadschuur uit de dertiende eeuw (gedeeltelijk bewaard)

In 1678 kwam Ten Bogaerde en de hele regio Veurne in handen van de Fransen. Brugge (en dus ook de nieuwe Duinenabdij) bleef in handen van de Spanjaarden. Om de controle over Ten Bogaerde en de omliggende goederen te bewaren, zond abt Michel Bultynck zijn prior, Arnoldus Terrasse, en een aantal monniken naar Ten Bogaerde. Wanneer abt Bultynck overlijdt op 21 maart 1678, wordt een nieuwe abt gekozen, Eugeen van de Velde. Prior Terrasse betwist deze verkiezing. Bovendien vecht hij de legitimiteit van de Brugse Duinenabdij, gevestigd in het refugehuis van Ter Doest en beschouwt Ten Bogaerde als de enige rechtmatige Duinenabdij. Zijn medemonniken verkiezen hem tot abt van de Duinenabdij op Ten Bogaerde. De abt van de abdij van Clairvaux keurde de afscheuring goed. De facto werd Ten Bogaerde een afzonderlijke abdij. Deze situatie bleef enkele jaren bestaan, tot in 1686 abt Martinus Colle van de Brugse Duinenabdij een proces won tegen Arnoldus Terrasse. Ten Bogaerde kwam terug onder het beheer van de Brugse Duinenabdij. Vanaf 1687 werd de hoeve verpacht aan Toussain La Pierre. In 1795 werd de hoeve door de Franse revolutionairen genationaliseerd. Op de openbare verkoop in 1797 konden de monniken via een tussenpersoon (Eugeen Loosveldt) het goed terug aankopen.

Ten Bogaerde geen eigendom van de abdij meerBewerken

In 1833 stierf de laatste monnik van de Duinenabdij, Nicolaas de Roover. Ten Bogaerde kwam in handen van het bisdom Brugge die de hoeve verder bleef verpachten. De pachters waren sinds 1828 Joannes Rathé voor de hoeve en het gros van de gronden en Joannes Robbe voor een afzonderlijk stuk grond van Ten Bogaerde.

Van 1864 tot 1873 werd Ten Bogaerde verpacht aan Charles Ryckewaert aan de prijs van 5800 frank per jaar. Het afzonderlijk stukje land werd in 1864 verhuurd aan pachter Vossaert aan de prijs van 100 frank per jaar.

In 1869 droeg het bisdom de eigendomsrechten over aan het kerkfabriek van Sint-Salvator te Brugge. Het goed werd verpacht aan de familie Van Houtte. Dochter Regina huwt met Jan Baptist Rathé. De familie Rathé zal het goed verder pachten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een militaire basis in Ten Bogaerde gevestigd, inclusief een militair vliegveld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte het Duitse leger Ten Bogaerde als kazerne. Ze legden op landbouwgronden naast Ten Bogaerde een vliegveld aan. Tot oktober 1949 werd Ten Bogaerde nog gepacht door de familie Rathé.

Vanaf 1950 werd de abdijhoeve gebruikt als landbouwschool. In 1993 werd het kerkgebouw gerestaureerd en werd er een tentoonstellingsruimte in ingericht. In 2004 kocht de gemeente de hoeve aan. Het bijhorende gebouw werd ingericht als restaurant.

Het gebouw fungeerde in de VTM-telenovelle David als Villa Klaerhout.

BibliografieBewerken

  • De Duinenabdij van Koksijde. Cisterciënzers in de Lage Landen, Lannoo, 2005
  • Lissewege & Ter Doest. Geschiedenis van het witte dorp en zijn abdij, Lannoo, 2004, blz. 51
  • D. Thomas-Eric Schcokaert O.S.B., De abten der Cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw-ten-duinen te Koksijde (1107-1627). Overzicht van vijf eeuwen eb en vloed in een monastieke gemeenschap, Gemeente Koksijde, 2005

Externe linksBewerken