Technologische utopie

Een technologische utopie (of techno-utopie) is een maatschappij die gelooft in een ideale samenleving die door middel van technologie, techniek en wetenschap worden verwezenlijkt. De vaakst voorkomende bestuursvorm is een technocratie, geleid door een dictator. Ze zou net als ieder andere utopie omslaan in een dystopie op het moment dat ze gerealiseerd wordt.

Houtsnede van Utopia, een utopische plaats.

Historische romansBewerken

Griekse oudheidBewerken

 
Buste van Homerus in het British Museum (Romeinse voorstelling)
 
Plato
 
Francis Bacon
 
George Orwell, pseudoniem voor Eric Arthur Blair
 
Aldous Leonard Huxley

In het oude Griekenland zijn de eerste sporen te vinden van technologische utopieën. In Homerus' Odyssee, geschreven rond 800 v. Chr. spoelt Odysseus aan bij de Faiaken.[1] Dit volk had schepen die op commando naar de gewenste locatie voeren, sneller dan de snelste vogels. Deze schepen hadden geen roer of bemanning en ontweken iedere zeestorm. De tuinen van de Faiaken hadden planten die altijd in bloei bleven. De vruchten in deze tuinen waren doorheen alle seizoenen van de hoogste kwaliteit naast elkaar aanwezig. Al dit was hun door goden geschonken. De mens was nog niet in staat om zelf een technisch hoogstaande samenleving te realiseren. Odysseus wees deze samenleving af nadat hem gevraagd was te blijven, hij wenste terug te keren naar zijn vrouw.

In Plato's (427 v. Chr. - 347 v. Chr.) Critias beschreef hij de stad Atlantis.[2] Deze stad was een inspiratiebron voor Utopia van Thomas More, Nieuw-Atlantis van Francis Bacon en Atlas Shrugged van Ayn Rand. Zij presenteren respectievelijk de sociale utopie, de technologische utopie en de neoliberale utopie. In Plato's Atlantis zijn de inwoners halfgoden en werd de stad verwoest door de goden zodra de menselijke kenmerken de bovenhand kregen in het rijk. Deze utopie werd niet door de mens gecreëerd.

ModerniteitBewerken

In de nieuwe tijd wordt de technische utopie gepionierd in het boek Nieuw-Atlantis (1627) door Francis Bacon (1561 - 1626). Het boek gaat over een paradijs van techniek en wetenschap dat wordt bezocht door zeevaarders die schipbreuk lijden. De empirische wetenschap staat centraal in de maatschappij. Door zijn werk wordt Bacon als grondlegger van het empirisme gezien. Hij beschrijft een Salomons Huis, wat kan gezien worden als een modern onderzoeksinstituut, met als doelstelling:

"Kennis van de oorzaken en de verborgen bewegingen der dingen, en het verleggen van de grenzen der menselijke heerschappij voor het tot stand komen van allerlei mogelijke dingen."

Bacons idee van het Salomons Huis zou een inspirerende aanleiding zijn van onder andere de Royal Society (1660) in Londen en de Académie des sciences (1667) in Parijs. De technische vooruitgang brengt voor Bacon een vermeerdering van gezondheid, macht en rijkdom met zich mee. Hij had grote verwachtingen van de wetenschap en technologie als producten van geluk en overvloed.

"kennis is macht "
— Francis Bacon

20e eeuwBewerken

In de 20e eeuw is er de literaire overhang waarin men de dystopie inziet van de utopie. Dit is duidelijk in Aldous Huxley's (1894 - 1963) technologische Brave New World[3] en George Orwell's (1903 - 1950) 1984[4] hun dystopieën. In Brave New World leeft de mens in een totalitaire staat en wordt de bevolking onderdrukt door een stemmingscontrolerededrug genaamd soma. In het boek 1984 worden de gedachten van burgers bepaald door de totalitaire staat; zo is er de nieuwspraak en het panoptische gedachtegoed van big brother. Beide verhalen vertellen vanuit de binnenpositie van de utopie. Zodoende wordt de utopie ontmaskerd als een dystopie.

FilmsBewerken

GamesBewerken