Friedrich Weinreb: verschil tussen versies

39 bytes toegevoegd ,  3 maanden geleden
In mei 1947 werd Weinreb vervolgd wegens strafbare feiten tijdens de Bezetting waarbij aan hem ten laste werd gelegd dat hij vervolgde Joden zou hebben opgelicht, wellicht zelfs duizenden, die hij had voorgespiegeld middels betalingen aan hem te kunnen ontkomen aan [[deportatie]] naar [[Kamp Westerbork]], waarheen zij desalniettemin werden afgevoerd om "op transport te worden gesteld" naar de [[vernietigingskampen]] in [[Polen]]. en dat hij zou hebben samengewerkt met de Duitse bezetters <ref>''Jood verried eigen rasgenoten'', Het Binnenhof. 14 mei 1947</ref><ref>''Weinreb, handelaar des doods'', De Waarheid, 24 mei 1947</ref> <ref>''Weinreb verried zijn eigen volk'', Het Binnenhof, 27 mei 1947 </ref>. <ref>''Weinreb pleegde zwendel van ongekende afmetingen'', Provinciale Drentsche en Asser courant 29 mei 1947</ref> <ref>''Duizenden Joden door Weinreb bedrogen - ' Er moeten tonnen zijn binnengekomen' ''</ref>
 
Een getuige in deze strafzaak die hem sinds 1939 kende, noemde hem een ""fantast"" die zich bezighield met "fantastische objecten".{{bron?|Waar komt dit citaat precies vandaan?}} Eerst werd hij door het [[Bijzonder Gerechtshof]] te Den Haag veroordeeld tot drieëneenhalf jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest (de eis luidde 10 jaar gevangenisstraf) en [[Kiesrecht#Ontzetting_uit_het_kiesrecht|ontzetting uit het kiesrecht]] voor het leven wegens [[hulpverlening aan de vijand]]. In 1948 werd hij door de [[Bijzondere Raad van Cassatie]] confrom de nieuwe eis veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. In december van dat jaar kreeg hij [[gratie]] en werd hij in vrijheid gesteld, ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van [[Wilhelmina der Nederlanden|koningin Wilhelmina]].
 
==1971: Autobiografie ''Collaboratie en verzet 1940-1945''==