Restzetel: verschil tussen versies

799 bytes toegevoegd ,  7 maanden geleden
Analyse 2eKamer2021verkiezing toegevoegd
(Met een plaatje oogt het aardiger)
(Analyse 2eKamer2021verkiezing toegevoegd)
Label: bewerking met nieuwe wikitekstmodus
 
 
De tweede methode, die van de grootste overschotten,<ref>{{cite web|url=http://wetten.overheid.nl/BWBR0004627/AfdelingII/HoofdstukP/i2/ArtikelP8/ |title=Kieswet artikel P8 |publisher=Overheid.nl |date=2012-09-20|accessdate=2012-09-20}}</ref> geldt in Nederland voor een vertegenwoordigend lichaam met 18 of minder zetels (zoals de kleinere gemeenteraden). Bij deze methode wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totaal aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij deze methode de eerste restzetel, de partij met het op een na grootste overschot de tweede, enzovoort tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen vooral in het voordeel van kleinere partijen. Elke partij kan hoogstens één restzetel krijgen volgens deze methode. Partijen die minder dan 75% van de kiesdeler hebben gehaald, komen bij deze methode niet in aanmerking voor een restzetel.
 
Het aantal restzetels is mede afhankelijk van het aantal deelnemende partijen in een verkiezing. Als meer partijen deelnemen is de kans op het aantal te verdelen restzetels groter. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2021 waren er 37 deelnemende partijen en 11 restzetels te verdelen.
Bij deze verkiezing kregen twee van de grootste partijen (lijst 1 en 4) ieder twee restzetels. Grote partijen zullen derhalve nooit actie nemen om het huidige systeem van ''grootste gemiddelden'' te veranderen in het systeem van de ''grootste overschotten''.
Was bij deze verkiezing het systeem van grootste overschotten toegepast dan hadden de vier grootste partijen ieder één zetel minder gekregen ten gunste van kleinere partijen (lijst 10, 15 en 17) en was er één extra partij (lijst 16) in de Kamer gekomen.
 
== Zie ook ==
1.263

bewerkingen